9 en 10 februari 2019: 5e Zondag door het jaar

Jesaja 6,1-2a.3-8 en Lucas5,1-11, C-Jaar

VERKONDIGING

Vorige week vrijdagavond liet ik na afloop van een bijeenkomst in de pastorie, een van onze Norbertijnse medebroeders van de abdij uit. We praatten nog wat na bij het groene deurtje van de pastorie. De sleutel om de deur af te sluiten in mijn hand. Bij het afscheid nemen zuchtte ik wat en vertelde dat ik dat deurtje altijd maar lastig op slot krijg. Steeds weer sta ik daar te rommelen, maar de deur wil niet op slot. “Probeer jij het maar eens”, zei ik. Onze medebroeder pakte de sleutel aan en draaide moeiteloos de deur op slot. Tuurlijk!

Ik zag dat ik de deur niet vaster moest aantrekken, maar juist moest loslaten.

“Daar preken we volgende week over, zei hij … daar gaat het óók over in het verhaal van de wonderbare visvangst.” Ik wist dat ik dit weekend de verkondiging mag verzorgen en hij gaf mij veel stof tot nadenken.

En inderdaad … hoe vaak gebeurt het ons niet dat wij iets proberen, steeds opnieuw. En dat het maar niet wil lukken. Tot je hulp durft aan te nemen als de ander zegt: “Laat mij maar even”. En dan zie je dat het anders kan, dat het wél kan lukken. Het kan gaan om simpele, maar ook om meer ingewikkelde vraagstukken. Een fles die maar niet open wil, zo’n lipje op een blikje, een computerprogramma dat je maar steeds niet aan de praat krijgt. De weg niet vinden in een vreemde stad en dan maar rondjes blijven rijden. Van die dagelijkse dingen die ons het leven akelig lastig kunnen maken. Tot je de moed hebt om iemand toe te laten, die hulp aanbiedt. Dan gaat de fles ineens open, doet je computer weer wat je wilt en weet je ineens welke kant je op moet in een vreemde stad.

De hulp van een ander mens kan je helpen om uit je comfortzone te komen, om anders te denken.

Zo ongeveer kunnen die vissers van vandaag zich hebben gevoeld. Een hele nacht vissen zonder resultaat. En dan gaan Simon en zijn collega’s moedeloos aan wal. Toch nog maar even de netten uitspoelen, anders blijft dat maar liggen. Op de oever een menigte die luistert naar een man die Gods woord verkondigt. En terwijl zij nog bezig zijn met de netten, stapt die man in. Ook dat nog … heeft Simon Petrus misschien gedacht op dat moment. Maar de man heeft overtuigingskracht en daagt hen uit om opnieuw het water op te gaan. Deze keer gooien zij in diep water de netten uit. Vissen zwemmen in de netten en doen de boten bijna zinken. Simon en zijn collega’s zijn verbijsterd, maken zich klein en bekennen dat zij maar zondige mensen zijn. Dan laten zij alles achter zich, de boten en het vertrouwde leven, en volgen hem.

Het is altijd weer treffend hoe de oude verhalen ons precies kunnen raken in vragen waar wij allemaal mee worstelen. Hoe lastig is het niet om los te komen van het oude vertrouwde, om los te komen van de beelden die in ons leven, in onze gewoontes, vooroordelen en idealen. Wat kan het een kruim kosten om uit je gewoontes te stappen en het eens helemaal anders te gaan doen. Een fles op een andere manier open maken, een deur andersom open maken, ach … dat zijn maar kleine dagelijkse gewoonten. Maar wat als je al jaren probeert je ouders te troosten die een kind moesten verliezen. En al jouw inzet tot niets lijkt te leiden. Wat als je helemaal vastloopt op het werk omdat niets wat je doet goed genoeg lijkt te zijn. Wat als je steeds maar probeert een verblijfsvergunning te krijgen en niets, maar dan ook niets lijkt te lukken. Wat als … wat als …

Het verhaal van vandaag vertelt ons niet alleen over teleurgestelde vissers. Ons wordt verteld hoe mensen bereid zijn om af te stappen van het vertrouwde, om diep water op te zoeken. Om los te van alle gewoonten en opvattingen waarin je bent vastgeroest.

Simon Petrus vraagt aan Jezus: Heer, ga weg van mij, ik ben een zondig mens. Ik ben jouw aandacht niet waard wil hij zeggen. En zo gaat het vaak in de verhalen waarin Jezus mensen tegemoetkomt en uitnodigt om op te staan. God probeert juist die mensen op te vissen, die zich onmachtig voelen, die angstig zijn, die zich te min voelen voor de taak die van hen wordt gevraagd. God roept bijna altijd mensen die zichzelf niet goed genoeg vinden. De vissers zijn gewend om kleine vissen terug te gooien, onder de maat. Maar voor Jezus, de mensenvisser, is helemaal niemand onder de maat.

Jezus daagt de vissers uit: blijf wie je bent, visser. Maar breng je boten aan land, je zult mensen vangen. Sta maar niet te lang stil bij jouzelf of jouw minder goede kanten. Probeer je te richten op de mens naast je, op de kracht die in haar leeft, kijk naar het goede in elkaar. Laat de mensen die het hoofd nauwelijks boven water kunnen houden toe in je leven, ook al doen zij dingen waar je weinig begrip voor hebt. Trek elkaar op het droge, ook als je overspoeld wordt door het water, door verdriet. En als het even niet lukt … roep dan de hulp in van de mensen die in een andere boot zitten. Zodat de netten niet scheuren.
Amen.

Thea van Blitterswijk, participant Norbertijnen

SLOTGEBED

God van Licht en leven,
Steeds als wij ons afvragen: “God wat kan ik voor u doen,
ik ben maar een klein mens, zonder macht en rijkdom?”
Antwoordt u ons:
“Ik heb geen ogen, dus leen mij jouw ogen om gebrek en onrecht te kunnen onderscheiden,
Ik heb geen handen, dus leen mij jouw handen om goed te doen onder de mensen,
ik heb geen voeten, dus leen mij jouw voeten om mensen
die in angstige spanning leven te kunnen bezoeken.
Ik heb geen mond, dus leen mij jouw mond, om vrede en gerechtigheid te kunnen verkondigen.”
Jijzelf bent de stem die de blijde boodschap mag verkondigen.
In jouw leven schuilt alle kracht om Gods goedheid waar te maken in onze wereld!
Amen.