9 en10 maart 2019: 1e Zondag van de Veertigdagentijd

Deuteronomium 26,4-10 en Lucas 4,1-13, C-Jaar

VERKONDIGING

Geloof ik?

Aswoensdag hebben wij achter ons, de veertigdagentijd is begonnen. Van het zwarte kruis op ons voorhoofd naar het lege graf. Een weg, bijna niet te vatten. Wij leggen het kinderen uit. Van Carnaval naar Aswoensdag, van vasten naar de Goede week, van Witte Donderdag naar Pasen.

Van dood en inkeer naar het nieuwe Leven!

Ga er maar aanstaan, als dat geen geloof is weet ik het niet meer.

Mozes vertelt zijn volk van hoe je moet omgaan met die God van het leven. Die God die altijd thuis is en oren heeft voor de vragen van zijn volk. Roep en Hij zal horen. Geloof!
In Lucas horen wij hoe Jezus getest wordt. Telkens in de overtreffende stap. Neem je het? Of blijf je staan. Jezus blijft staan, valt niet voor mooie schijn. Blijft trouw aan dat wat is aangezegd, gaat niet opzij, blijft staan in het geloof.

En wij?

De vastentijd is begonnen. Televisie roept ons op om 40 dagen geen alcohol te gebruiken, om 40 dagen onze voedselintake eens goed te bekijken. Bijzonder. Ons kerkelijk begrip Vasten is de wereld helemaal kwijt. Maar zeer weinig mensen kunnen u vertellen over VASTEN, Goede week en Pasen. Laat staan de betekenis van het Askruisje. En dan toch die publieke oproepen van 40 dagen iets niet, iets anders doen. Bijzonder. Toch nog een restje geloof?

Wij hebben afgelopen woensdag met een groep mensen heel intiem de viering van het As gevierd. We waren getekend op het voorhoofd, ouderwets? Nee, heel modern. Wij zijn mensen van het Nu. Van vandaag en morgen. Wij zijn mensen die blijven staan in een traditie, die blijven staan omdat ze stralen, omdat ze mensen van God zijn. En dat is waar het omdraait. Mens van God zijn. Gewoon geloven. Geloven in die God die er is. Die naar ons luistert, die met ons meeloopt. Die geen grote woorden nodig heeft. Die God die 2 vingers op onze schouder legt en steun geeft.

Die God, daar geloven wij in. Dat maakt ons grote mensen, dat maakt ons mensen die herkenbaar zijn. Mensen die kiezen voor een ander, mensen die rotsvast zijn. Mensen waar je op kunt bouwen.
Ouders houden onvoorwaardelijk van hun kinderen. Wat ze ook doen, hoe ze ook doen. Het is jouw kind en jij gaat staan en blijft staan voor jouw kind. Onvoorwaardelijk.
Onze kinderen kunnen altijd op ons rekenen. Zo kunnen en mogen wij altijd op onze God rekenen. Die God, die Vader – Moeder – God van mensen die altijd thuis is. Bij wie je altijd opnieuw kunt beginnen, die God die onvoorwaardelijk er is en blijft.

Veertig dagen van inkeer, veertig dagen van bezinning. Veertig op 365 dagen is het niets. Maar toch elke dag telt.
Veertig dagen om te oefenen. Om op te ruimen, om hart en hoofd weer opnieuw in te richten zodat we klaar zijn als het Pasen is.

Boven ons hoofd hangt het “Hongerdoek” van 2019. Dit doek heeft als titel meegekregen ”Mens, waar ben je?”.
In het hart van het doek zien wij ons gemeenschappelijk huis. Een Huis waar iedereen thuis is, waar iedereen mag zijn. Ongeacht kleur, geloof, geaardheid, ongeacht of je een man of een vrouw bent, ongeacht of het volmaakt is. In het gemeenschappelijk huis zijn wij onvoorwaardelijk. Zijn wij wie we zijn, mogen we zijn wie we zijn. In het gemeenschappelijk huis zijn wij thuis in het Godshuis. Kunnen wij antwoord geven op de vraag: “Mens, waar ben je?”
Veertig dagen voor inkeer!

Amen.

Jan Claassen, participant Norbertijnen