Bidden

Preek op de 4e Zondag van de Veertigdagentijd

Zondag 31 maart 2019, jaar C
Door: Titus de Kemp o.praem.

Lezingen: Jozua 5,9a.10-12; 2 Korintiërs 5,17-21; Lucas 15,1-3.11-32

Om zich tegen tegenstanders te verdedigen vertelt Jezus een verhaal, dat verhaal over een vader en zijn twee zoons. Wat me opvalt is, dat het zo’n seculier verhaal is. Ik bedoel, God komt nauwelijks ter sprake. Ook een niet-gelovige kan erin komen en er zich door aangesproken voelen. Hoogstens zal die vinden dat die vader toch een beetje soft is, dat die zich niet zo maar had moeten laten inpalmen. Maar toch…

Ik probeer me in het verhaal in te leven. Die jongste zoon…Misschien had hij een te sterke vader-moederbinding en dat werkt verlammend. Daar wilde hij los van komen, op eigen benen staan, zelfstandig je eigen leven inrichten Misschien wilde hij in zijn avontuurlijke drift de grote wereld verkennen, uitbreken uit de kleine wereld die hij toch te bekrompen voelde. In ieder geval trekt hij weg. Op avontuur. Maar in zijn roes van onafhankelijkheid komt hij in financiële problemen. Hij moet zich als varkenshoeder verhuren en dat is voor een jood als hij het ergste wat hem kan overkomen. Want Joden hebben een afschuw van varkensvlees. In uiterste nood zou hij zelfs het voer van de beesten willen eten.

In een paar trekken is hier een leven getekend, dat aan scherven ligt, totaal waardeloos. Zo iemand moet het gevoel hebben, dat zijn leven faliekant mislukt is….Iemand om medelijden mee te hebben? Misschien. In ieder geval is het zijn eigen keuze geweest. Het had niet hoeven gebeuren. Het is een gevolg van zijn eigen beslissing.. Ontworteld geraakt is hij ook vervreemd van zijn oorsprong. De hartelijke sfeer van thuis is hij kwijt, het contact met broers, zussen, ouders. Een band is doorgesneden en dat schrijnt vreselijk…En zoals wel meer gebeurt: juist dat dieptepunt van ellende is voor hem tegelijk het keerpunt. Je hoeft hem niks meer te vertellen: alle schijngeluk is ontmaskerd. Doodarm als hij is, is hij toch vrij om het allerbelangrijkste te kiezen. Hij komt tot zelfkennis, durft zich te zien zoals hij werkelijk is, zonder masker van zelfbedrog Hij neemt de beslissing om te keren, zich te bekeren, terug naar zijn vader.

Hiermee begint de tweede scene: de vader gaat handelend optreden. Hij had al op de uitkijk gestaan, rent naar zijn zoon toe, valt hem om de hals en kust hem. In een paar woorden volgt daarop een ontroerende dialoog. Die omarming is magnifiek uitgebeeld door Rembrandt: de zoon in lompen, geknield voor zijn vader, het gezicht aan diens schoot verborgen, Het gezicht van de vader, met de trekken van diep verdriet en tegelijk van heel aparte liefde En vooral zijn handen hoe hij die omarmend op de rug van zijn zoon houdt.

Dit verhaal wordt wel de parabel van de verloren zoon genoemd. Beter zou je het de parabel van de barmhartige vader kunnen noemen. Of misschien nog beter de parabel van de oudste zoon. Want ook diens rol moet gespeeld worden Zijn reactie vind ik eigenlijk heel begrijpelijk. Hij voelt zich tekort gedaan, achter gesteld, en hij maakt zijn vader daarover verwijten. Emotie van felle jaloezie komt in hem naar boven. Zijn vader komt ook naar hem toe met de ontroerende woorden: “Jongen, jij bent altijd bij me; alles wat ik heb, is van jou.

Ook de oudste zoon heeft bekering nodig. Wat zijn antwoord zal zijn, staat niet opgetekend. Het is een open verhaal, dat we zelf aan kunnen vullen. Die ontmoeting tussen de vader en zijn zoons is als een momentopname. Hoe het verder gaat in de relaties in dat gezin. Waarschijnlijk best moeilijk af en toe, met de nodige spanningen. Deze bijzondere ontmoeting het begin van een proces, van een levensproces. Dragende woorden daarin: “Jongen, jij bent altijd bij me, alles wat ik heb is van jou”,

Wat is eigenlijk de bedoeling van dit verhaal? Waarom is het door Lucas opgetekend? Ik denk dat een kind het al aanvoelt: Zoals die vader, zo is God, is Jezus; zo is Hij!”… Straks gaan wij weer te Communie. We ontvangen Brood en wijn als gaven van Hem. In dat gebaar ook uitgedrukt wat er tot die oudste zoon is gezegd: “Mijn zoon, mijn dochter, ontvang in dit gebaar alles wat ik heb; mijn levenskracht. Het is ook voor jou”…