Bidden

Preek op Witte Donderdag

Donderdag 18 april 2019, jaar C
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.

Lezingen: Exodus 12,1-8.11-14; 1 Korintiërs 11,23-26; Johannes 13,1-15

Miljoenen mensen kijken vanavond naar The Passion. Velen nemen vandaag deel aan de eucharistie. We roepen in herinnering en vieren wat Jezus aan de vooravond van Pesach deed, het joodse Paasfeest, maaltijd houden, zijn laatste avondmaal.

Ooit is dat Joodse Pesachfeest begonnen als een oogstfeest van eenvoudige boeren, die hun eerste lam opdroegen aan de Eeuwige. Nadat de Joden werden bevrijd uit de slavernij in Egypte – zoals ook het boek Exodus ons laat weten – realiseerden ze zich dat ze dit feest nooit meer konden vieren zonder ook deze bijzondere gebeurtenis in dit feest een plaats te geven. Zo werd Pesach het feest van bevrijding en delen de Joden het ongedesemde brood zoals hun voorouders dat in alle haast hebben klaargemaakt vóór ze Egypte achter zich lieten. Een nieuwe betekenis voor een eeuwenoud feest. Zoals zoveel feesten in de loop van de geschiedenis een nieuwe of andere betekenis hebben gekregen en telkens weer krijgen.

En die ontwikkeling van het Pesachfeest is niet stil blijven staan. Jezus heeft aan het Joodse Paasmaal een nieuwe betekenis gegeven, door aan zijn leerlingen te vragen, hem te blijven gedenken in het breken van het brood en het ronddelen van de beker wijn.

Onze katholieke traditie – gegroeid de eeuwen door – heeft deze opdracht serieus genomen en viert in plaats van één keer per jaar Pesach, nu – overal ter wereld , veelvuldig eucharistie. En we vieren het zelfs zo vaak dat we dreigen de essentie van het geheel uit het oog te verliezen. Eucharistie lijkt voor velen een doel in zichzelf te zijn geworden. Sommigen geloven zelfs dat het alleen maar echt eucharistie is wanneer je er goedgekeurde woorden bij uitspreekt. Zo is de gedachtenis aan Jezus een ritueel geworden dat te vaak losstaat van de dagelijkse levenswijze en ook los is geraakt van de levenswijze die Jezus voorstond.

Wanneer we luisteren naar wat Jezus er zelf over gezegd heeft laat het verhaal ook andere elementen zien. Eucharistie vieren is verbonden met een levenswijze, getekend door liefde en solidariteit. Het paasmaal dat Jezus met zijn leerlingen vierde, is het laatste teken van een leven dat volledig ten dienste stond aan de liefde voor God en de medemens. Dat teken is niet los verkrijgbaar, het is onlosmakelijk verbonden met de levensweg die Jezus is gegaan. Eucharistie vieren wil dat niet zeggen dat er aan voorafgaat dat we alle hoogmoed, alle eigenwaan en alle trots achter ons laten en door het stof willen gaan omwille van de mens die je nodig heeft. Dienstknecht worden is geen vernedering en ook geen kleinering, maar betekent dat jij je nergens te groot of te goed voor voelt. Alleen dan is het mogelijk om bondgenoot te worden van mensen die gekwetst zijn, gebroken of geslagen door het leven gaan.

In de maaltijd die Jezus met zijn leerlingen heeft gevierd wordt ons een manier van leven voorgehouden die gaat langs wegen van liefde en solidariteit. Hoe ver je daarin kunt gaan, heeft Jezus ons zelf laten zien: liefde tot het uiterste, je leven geven voor de ander, solidair met de minsten, tot in de dood.

Wie vanuit dat ideaal probeert te leven, zal God op haar of zijn levensweg tegenkomen als een bondgenoot, als een partijganger. Wie dat ideaal probeert waar te maken , zal door de minste der mensen herkend worden als een betrouwbare partner in hun gevecht om levenskansen. Dan krijgt eucharistie die diepere betekenis. Dan is het niet meer van belang welke woorden je daarbij uitspreekt, maar gaat het om de inhoud van de woorden. Dan gaat het niet om de veelheid van eucharistie vieren, maar om de echtheid van dat vieren. Dan wordt het een vieren van jouw levensweg. Zo je geloof vieren en beleven, ja dan mag je eucharistie ervaren als een krachtbron om tot het uiterste te gaan in liefde en solidariteit. Dan geldt niet meer zo nadrukkelijk de vraag dat aan bepaalde personen die toegang moet worden ontzegd tot een volledige deelname aan de eucharistie op grond van hun levensstaat, seksuele geaardheid of maatschappelijke positie. De kerk moet een kerk zijn van armen en rijken en alleen dan kan zij een kerk zijn voor de armen. Zo worden we van op het eigen ik gerichte mensen omgevormd tot broeders en zusters van Jezus, die openstaan voor anderen, ver weg en dichtbij.