Bidden

Preek op het Hoogfeest van Openbaring des Heren

Zondag 4 januari 2015, jaar B
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.

Lezingen: Jesaja 60,1-6; Efeziërs 3,2-3a.5-6; Matteüs 2,1-12

In de liturgie vieren we vandaag het feest dat de officiële datum kent van 6 januari: aanstaande dinsdag, Driekoningen of te wel de Openbaring van de Heer. Het is eigenlijk een wat vreemd verhaal: drie mensen die in de stand van de sterren lezen dat er iets bijzonders aan de hand moet zijn. En toch eigenlijk ook weer niet zo vreemd want steeds spelen sterren een belangrijke rol in een mensenleven. Dragen niet veel mensen hun sterrenbeeld rond hun hals of arm. Wekelijks kom je in allerlei tijdschriften en kranten een horoscoop tegen welke je precies vertelt wat er voor jou in de komende dagen in de sterren geschreven staat: je wordt verliefd, je verliest wat geld, het is een week bij uitstek voor het leggen van nieuwe kontakten en ga maar verder.

Het verhaal van vandaag voert drie mensen op, geleid door een ster, op weg naar het Kerstkind. Er zijn versies welke vertellen dat de wijzen niet met drieën waren maar met vieren. De vierde koning was te laat, onderweg had hij het te druk gehad met het helpen van mensen die hem keihard nodig hadden. Een wel heel oud verhaal vertelt zelfs dat de vierde koning nooit bij Jezus is aangekomen omdat hij nog steeds rondloopt, als een mens aan de onderkant, een paria, een verschoppeling. Driekoningen: het is een bijzonder verhaal: de hoofdpersonen mooi uitgedost, met kronen en kamelen, met kostbare cadeautjes van goud, wierook en mirre. Dinsdag a.s. trekken in bepaalde regio’s van ons land vooral kinderen maar ook volwassen – meestal verkleed in tot koningskleren gemaakte oude lakens en tafelkleden – langs de deuren en zingen hun liederen zoals “de koninkjes lopen stoep op en stoep af, zij zoeken het kind dat de hemel ons gaf”. In vooral Beieren en Oostenrijk wordt op de feestdag van Driekoningen met krijt boven de deuren geschreven M-C-B. Het zijn de afkortingen van de namen die de traditie aan de Driekoningen gegeven heeft: Balthazar, Caspar en Melchior. Officieel heet het feest van Driekoningen: Openbaring van de Heer. Wat betekent het eigenlijk? Voor de Romeinen van 2000 jaar geleden was dat woord gesneden koek. Een kind wist wat er mee bedoeld werd. Dat woord ‘openbaring ‘ werd gebruikt als de grote keizer zich liet zien aan het volk. Daar stond hij dan: de met luister gekroonde keizer.

Dat de eerste christenen dit woord durfden overnemen om de menswording van Jezus uit te drukken, getuigt van een sterk geloof en een zeldzame durf. Zo getuigden de eerste christenen: de openbaring van de keizer is maar schijn, de openbaring van Jezus is werkelijkheid. In het kleine kerstkind heeft God zich laten zien. Niet alleen aan een klein groepje ingewijden, maar aan velen. Het sprookjesachtig aandoend verhaal krijgt hiermee een diepe betekenis: Mensen met een eenvoudig geloof en een gebrekkige wetenschap laten alles achter zich om zich in het volstrekt onbekende te storten. Ze ploeteren op hun kamelen door een eindeloze woestijn, beeld van alle verschrikkingen die een mens in het leven moet meemaken. Ze trekken over de bergen van Juda: beeld van alle moeilijkheden waar je als een berg tegen op ziet.

Pas aan de andere kant van de heuvels bevindt zich het groene gras en staat er een kribbe met daarin een wonderlijk kind. ‘Vredevorst’ wordt hij genoemd. Tegenover de moed van de wijzen om eigen veiligheid de rug toe te keren, steekt ons geloof vaak af. Kiezen wij niet vaak voor veiligheid en eigen rust, ook als die ten koste van het levensgeluk van anderen gaat. Wij schuwen de woestijn, lopen om bergen heen, zijn bang voor het ongekende, durven Gods bevrijdende ster niet achterna. En het is natuurlijk zo: tegen koning Herodes begin je niets. Geweld is er altijd geweest en zal er altijd blijven. Kindermoord is verschrikkelijk. Wat kun je daar als mens – als eenling – aan doen? En toch gaat het Driekoningen-evangelie daar dwars tegen in. Het evangelie zegt ons dat in Jezus naam, dat in Gods naam, Herodes in deze wereld niet het laatste woord heeft. Nooit zal het laatste woord zijn aan verdrukking, huisarrest, marteling, rassenscheiding.

Het is gemakkelijk om je niet druk te maken over Herodes, als het lot jou niet treft. Als jij het goed getroffen hebt in deze wereld. Maar in de evangelieverhalen gaat het telkens weer om het recht van kleine en weerloze mensen. Het is zaak om hun stem te blijven verstaan. Geen eenvoudige weg, want het is de weg die langs ravijnen en door onherbergzame woestijnen loopt. Dan moeten bergen van misverstanden soms worden geslecht. Waar gaat het ons om luidt de vraag die telkens weer gesteld mag en moet worden. Geen probleem – lijkt me – als we gelijken willen zijn die zonder bijbedoelingen langs de deuren trekken om uitgerekend dat en zo’n kind te vinden.