Bidden

Preek op de 15e Zondag door het jaar

Zondag 15 juli 2018, jaar B
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.

Lezingen: Amos 7,12-15; Efeziërs 1,3-14; Marcus 6,7-13

De schriftlezingen van deze dag geven aan wat we vandaag de dag nodig hebben. Want de boodschap van Jezus wordt door velen nu niet meer gehoord. De kerkgebouwen blijven leeg. Zij die komen vragen zich vertwijfeld af: hoe komt dat? Een antwoord kan zijn, dat onze boodschap niet meer klinkt in de samenleving. Vandaag worden we er met heel veel nadruk op uit gestuurd om het goede nieuws te laten klinken.

Wat is die goede boodschap? Wat hebben we te brengen bij mensen? Wat is onze levenshouding? Op deze vragen hebben de lezingen ons vandaag iets te leren.

We sjouwen in ons leven heel wat mee, aan gewoonten, tradities, kortom: aan ballast. Soms zozeer dat we geen aandacht meer hebben voor het ontluiken van iets nieuws. Van ballast kunnen we, zo maakt het evangelie duidelijk, ons maar beter ontdoen. Wat we wel meenemen voor onderweg is: voldoende godsvertrouwen, geloof als een stok om op te steunen, sandalen die ons in de richting van bevrijding doen gaan en een reisgenoot om staande te blijven en het uit te houden. Dus niet te veel onnodige bagage. Zonder ballast kunnen we ons vrijer bewegen, we hoeven geen spullen te bewaren en te bewaken en zo komt er meer tijd om veerkrachtig en met lichte tred onze weg te gaan.

Als ik het evangelie over de zending van de twaalf hier en nu mag vertalen valt het vooral op dat Jezus zijn pastorale taak aan anderen in handen geeft. Hij zendt zijn leerlingen twee aan twee uit, om anderen hun pastorale dienst te bewijzen. We kunnen ons de vraag stellen, wie deze opdracht geldt. We zijn immers geneigd die opdracht vooral toe te kennen aan hen die in kerk officieel als pastor zijn aangesteld. Als dit onze stellingname is en blijft dan zouden we daaruit de consequentie moeten trekken dat de Heer in onze dagen te weinig medewerkers roept, om in zijn naam het Koninkrijk Gods te verkondigen.

Onze geschiedenis laat zien dat alle pastorale taken rustig overgelaten konden worden aan een aanzienlijk kader van vrijgestelde priesters met ondersteuning van religieuzen – mannen en vrouwen. Op deze manier hebben we enkele eeuwen gewerkt aan de opbouw van een nogal exclusieve priesterkerk. De vraag is dan ook gerechtvaardigd of er wel voldoende gedacht werd dat die opdracht van Jezus veel breder bedoeld is. Jezus – zo lijkt me het evangelie van vandaag toch nadrukkelijk voor te houden – bedoelde toch, dat elke christen zich moet belasten met de taak die Hij zelf op zich genomen had: namelijk om het Rijk Gods te verkondigen in daden van menselijkheid en betrokkenheid op anderen.

Moeten we nu – en ik realiseer me best dat het achteraf ook wel een beetje makkelijk praten is – maar toch, moeten we nu niet constateren dat er allerlei noodmaatregelen zijn en worden genomen zoals het samenvoegen of fuseren van parochies. Spannen we daarmee het paard niet achter de wagen. Maken we het geloofsgemeenschappen niet veel te moeilijk om zelfstandig te functioneren, terwijl iedere geloofsgemeenschap toch het recht heeft over een gewijd leider te beschikken die hen voorgaat in de viering van de Eucharistie; of dat nu een man of vrouw is. Het evangelie van vandaag houdt ons toch die uitdagende vraag voor of niet alle gelovigen, die bezield zijn door de idealen van Jezus, de opdracht hebben om de pastorale taken van woord en dienst, van verkondiging en diaconie op zich te nemen.

Wij hebben toch allen, zoals in de Handelingen van de Apostelen zo nadrukkelijk wordt aangegeven de Heilige Geest ontvangen. En ook vandaag geldt dat de Geest waait waar Zij wil: aan de een wordt door de Geest een woord van waarheid gegeven, aan de ander een woord van kennis; de een krijgt de gave om zieken te genezen, de ander ontvangt de gave van de profetie.

We leven in een kritische en moeilijke periode van onze kerkgeschiedenis. Zolang van bovenaf niet het groene licht gegeven wordt, om het leiderschap in nieuwe vormen te gieten, zullen we naar creatieve oplossingen moeten zoeken, die de voortgang van onze kerkgemeenschap garanderen. Wellicht worden daarbij grenzen overschreden, maar waar het belang van mensen boven alles gaat, geldt niet de wet, maar de Geest met een hoofdletter.

Mag het tot ons doordringen dat we allen gezonden zijn om door getuigenis en dienst het Rijk van God te verkondigen, om onze gaven van geest en hart in te zetten voor de idealen waarvoor ook Jezus onder ons opkwam. Mogen we het zien, voelen en ervaren dat de Heer ons alle moed geeft om te getuigen en dit getuigenis om te zetten in praktische dienst.

Laten we doen wat we kunnen. Laten we niet al te snel teleurgesteld zijn als de boodschap niet welkom is. Gewoon verder gaan zegt Jezus. Schudt het stof maar van je voeten en ga vooral niet bij de pakken neerzitten. Talrijke initiatieven getuigen van geloof en hoop, ook al hebben de kerken daar soms moeite mee, omdat het zich buiten het instituut afspeelt. Laten we vertrouwen hebben en het ‘oordeel ‘aan God overlaten.