Bidden

Preek op de 16e Zondag door het jaar

Zondag 22 juli 2018, jaar B
Door: prior Joost Jansen o.praem.

Lezingen: Jeremia 23,1-6; Efeziërs 2,13-18; Marcus 6,30-34

Er zijn dictators en er zijn herders. De dictators hebben vandaag de wind mee. Verdeeldheid is het gevolg. We maken het mee op internationaal vlak. Ze willen graag de steun en toeverlaat zijn van hun mensen, herders dus. Zo menen ze. Goed bedoeld misschien, maar op hún manier werkt het niet. Niet voor niets hoorden we de profeet Jeremia van leer trekken tegen deze quasi herders. Het feit dat we dit afkeuren, duidt er op dat we ergens diep in onszelf weten dat het anders moet en dat het anders kan. We willen echte herders, leiders die om hun mensen geven. Die eerder achter de kudde wakend toezien dan los van hun kudde zo maar dingen doen, zo maar iets zeggen dat in een tweet weer anders verstaan moet worden. Echte herders hebben het echter vandaag moeilijker. Waarom?

Waarschijnlijk omdat mensen veiligheid zoeken en het moeilijk vinden om met veranderende omstandigheden om te gaan. Het kenmerk van populisme – en populisme is groeiende overal – is dat wat je niet kent, afwijst. Ik zag een hilarisch filmpje van een zwart echtpaar met drie zonen die hun meisje kwamen presenteren: de een was Aziatisch, de ander kwam uit Marokko en de derde was metis, bijna blank. Wat een schande voor de familie… Een dictator weet dan de mensen te boeien met ‘eigen volk eerst’, met ‘America first’. Volk, land, ideologie ze worden heilig verklaard. Waar is de mens? Met name: waar is de zwakkere in onze samenleving? Die telt in zulke omstandigheden niet mee, hij of zij is alleen maar lastig en vertraagt de voortgang van de geschiedenis. Met zwakkere broeders en zusters in je midden gaat de vaart er uit. De gang van een proces is namelijk afhankelijk van de snelheid van de zwakste schakel. Zo is dit in de economie, zo is het in het leven.

Wat moet je met een grote menigte mensen waarin sterken en zwakken samen opgaan? Jezus zag de schare en kreeg medelijden met hen. Zij hebben zijn hart geraakt, Hij liet zich raken. Dat is het hart van een herder. Een herder ontfermt zich over zijn schapen en ontmoet ze. Niet het snelle en zakelijke contact via de smartphone of de e-mail. Gewoon ze opzoeken, met ze spreken, zich voor die ander interesseren. Hoe eenvoudig is de vraag: ‘Vertel eens. Wat houd je bezig?’ Voor de echte herder is niet het systeem heilig. De mens is heilig. Niet land of volk of zelfs niet De Kerk (met hoofdletters) zijn heilig maar de mensen zijn heilig, hoe beschadigd en onvolkomen ze ook zijn. In zijn laatste boekje heeft paus Franciscus het over de heiligen van een paar deuren verder. Van die onopvallende mensen in wie Gods Geest zoveel goede dingen heeft kunnen bewerken.

Een dictator ziet die kwetsbare mens niet. Die kwetsbare kan zelfs een Engelse koningin van 92 jaar oud zijn die wél weet hoe je je moet gedragen. Je hoeft voor dit alles niet super-katholiek te zijn, je kunt minstens beginnen elkaar met respect te benaderen. En dan groeien in hoffelijkheid, en verder net even dat stapje meer zetten om elkaar herderlijk tegemoet te komen. Herderlijk, dat wil zeggen zorgzaam. Ook aftastend wat die ander nodig heeft en niet wat jij vindt wat goed is voor die ander. In-nemend noem men dat vaak.

Het was goed wat Jezus deed: zijn vrienden even meenemen naar een rustige plaats, een retraite, misschien wel een beetje vakantie. Het is goed om voor je eigen welzijn te zorgen, tot op zeker hoogte. Je moet er niet bij willen blijven stilstaan. Bij Jezus was het steeds ‘met het oog op’. Met het oog op de vele mensen die Hem heilig waren en die uitkeken naar zijn aandacht, zijn nabijheid, zijn milde zorg. Gewoon er zijn voor elkaar, niet per telefoon of e-mail, maar er zijn, lijfelijk.

Is er ook bij ons een zorg voor de kwetsbare? We kunnen dan wel lekker op vakantie gaan – en dat is goed – als je terugkomt dan staat die ander met zijn vragen en noden toch weer op de stoep. Is die ontmoeting geen heilig moment? ‘Heilig’ in de betekenis dat ze geladen worden met die persoonlijk aanwezigheid van mensen tot elkaar waarin God plezier heeft zelf aanwezig te zijn. Dan verdwijnt patser-gedrag en is er slechts aandacht voor die ander. Het geeft wel rust, meer dan de vakantierust. Want het is rust door God zelf gegeven.