Bidden

Preek op de 18e Zondag door het jaar

Zondag 4 augustus 2019, jaar C
Door: abt Denis Hendriks o.praem.

Lezingen: Prediker 1,2;2,21-23; Kolossenzen 3,1-5.9-11; Lucas 12,13-21

Ruzie om een erfenis, het gebeurt nogal eens. Het lijkt allemaal zo uit het leven gegrepen en ik denk dat we allemaal van nabij of van iets verder uit de kring van vrienden of relaties het meegemaakt hebben of er minstens van gehoord hebben. En het mooie is dat alles door de Joodse wetten eigenlijk zo klip en klaar geregeld was. Onze wetgeving met al haar kleine lettertjes wekt eenzelfde indruk. Om het verhaal van vandaag enigszins te kunnen plaatsen is het goed ons te realiseren dat volgens de joodse wet de oudste zoon al het onroerende goed erfde, zoals huis en land. De andere kinderen deelden de inboedel. En de oudste zoon kreeg van die inboedel een dubbel deel. Wettelijk prima geregeld, geen speld tussen te krijgen.

In het voorval dat Jezus vandaag beschrijft richt de jongste zoon zich tot Jezus. Zoals zo vaak ook deze keer: het voor de hand liggende verlossende woord krijgen ze niet te horen uit de mond van Jezus. En waarom eigenlijk niet? Zou dat kunnen omdat Jezus onderweg naar Jeruzalem wel andere zaken aan zijn hoofd heeft dan ordinaire familiekwesties. ‘Dat zoeken die twee broertjes maar mooi zelf uit, ze kennen immers de spelregels’. Dat zou Hij wel eens gedacht kunnen hebben. Misschien wil Jezus geen partij kiezen in deze erfenis-affaire omdat de armen voor wie hij altijd partij trekt, nooit van hun leven een erfenis te verdelen hebben. Misschien stuit het Jezus wel tegen de borst dat deze twee broers vechten om de zo geheten familie eigendommen en vaderlijke rijkdommen, zonder dat ze zich afvragen of er geen anderen zijn die het meer nodig hebben. Misschien speelt een rol dat Jezus zoals zo vaak reageert met een wedervraag, een puntige vergelijking.

Maar het meest waarschijnlijk lijkt me toch dat Jezus aan wil geven dat Hij niet afgekomen is om rechter te spelen in allerlei zaken omtrent bezit en geld. Daar ligt zijn roeping niet. Maar al te vaak proberen mensen, ook in onze dagen, het evangelie of de kerk voor hun eigen karretje te spannen. God staat toch immers aan onze kant, zo lijken ze te denken.

Maar Jezus is er de persoon niet na om zich zo eenvoudig in te laten palmen: niet door politieke partijen, (zoals ook heden ten dage in bepaalde kringen wordt geprobeerd en de media er uitvoerig over berichten); niet door godsdienstige of kerkelijke groeperingen en zelfs niet door iemand, zoals de man in het evangelie, die volledig in zijn recht staat. De vraagsteller mikt op materieel bezit, op geld en goed. Maar Jezus gunt de mens het leven.. Een erfeniskwestie regelen ze zelf maar met het daartoe bevoegde gezag. De boodschap van Jezus is een en al waarschuwing tegen hebzucht, en dat geldt ook voor mensen die in hun recht staan. Geen enkel bezit kan je leven veiligstellen, zo luidt de diepere kern van de boodschap. Geld is geen garantie voor de kwaliteit van je leven. En om het leven gaat het, om goed leven, om gelukkig leven.

Bezit kan ons een gevoel geven dat we veilig zijn. Alsof ons niets meer kan overkomen. Maar dat is ijdel. Het is lucht zegt Prediker, want niets is zeker. De beurzen kunnen zo maar instorten en weg is je geld. Ons leven kan aan een zijden draadje hangen. Een beroerte, een ongeluk, een knallende ruzie gooit ons leven omver, en dan zit je met al die opgestapelde rijkdom. Rijkdom kan jaloezie kweken en verspilling in de hand werken.

Lucas gaat in zijn evangelie verder in op het thema ‘verzamelen van rijkdommen voor jezelf’. Hij doet dat – zoals reeds gezegd – met een vergelijking. Een rijk man had zo’n goede oogst dat hij niet wist waar hij de oogst zou opslaan. De man was rijk. Hij had, zo kunnen we zeggen, al genoeg. Hij had niet meer nodig. Maar hij deed er alles aan om zijn rijkdom aan koren op te bergen. In het verhaal wordt hij een dwaas genoemd dat wil zoveel zeggen als: van God los en tegelijk van mensen los. Wie alleen leeft, raakt geïsoleerd. En het is niet goed, zegt God in het scheppingsverhaal dat een mens alleen is. Het isolement kan doorbroken worden door je leven af te stemmen op God en medemensen. Geluk kunnen we vinden door vriendschap te sluiten, goed te zijn voor anderen en zorgzaam met elkaar om te gaan.

Jezus stelt dus niet dat veel geld hebben een probleem is, maar het gaat over het aanwenden, als het maar een zegen is voor de arme. Bezit schept een bijzondere soort verantwoordelijkheid voor de naaste. Dat is waar Jezus op wijst. In plaats van ruzie te maken en verdeling van bezit tot een bron van conflict te laten worden, opent Jezus voor ons een ruimte waarin we niet elkaars tegenstanders zijn, niet als rechters over elkaar te oordelen hebben, maar waarin bezit een gereedschapskist is om veiligheid, rust en welbevinden voor elkaar mogelijk te maken.

Wat zou het mooi zijn als we dat evangelische stemmetje voortdurend zouden kunnen blijven horen. Wat zou het mooi zijn als we wat zuiniger op elkaar zouden zijn dan op ons geld want zo leerde Lucas van Jezus, dan zijn er ook veel minder armen en…….je bent en blijft rijk in de ogen van God