Bidden

Preek op de 1e Zondag van de Advent

Door: prior Joost Jansen o.praem.
Lezingen: Jeremia 33,14-16; 1 Tessalonicenzen 3,12-4,2; Lucas 21,25-28.34-36

Gisteren hebben de klokken van veel kerken om twee vóór twaalf uur geluid. Reden: de opening van een klimaatconferentie in Polen. We stellen hiermee een teken, we willen mensen wakker schudden. ‘Helpt toch niet’, zullen sommigen zeggen, ‘we hebben het al zo vaak gedaan.’ Anderen: ‘We moeten het blijven doen.’ Waarom? Ik denk allereerst om zelf niet in te slapen. Misschien stel je sommige tekenen louter voor jezelf omdat je het nu eenmaal van je zelf moet doen. In de hoop dat ook anderen dan reageren.

Het luiden van klokken en andere acties zijn meestal een strijd tegen de onverschilligheid, die misschien wel volksziekte nummer één is. Onverschilligheid omdat je lam geslagen bent, omdat er teveel over je heen komt dat je niet kunt bevatten, zoals bij mensen die de enveloppen met rekeningen en aanmaningen maar niet meer openmaken omdat ze het niet aan kunnen. Onverschilligheid omdat je niet meer weet waar je het allemaal voor doet. Gelukkig krijgen we ieder jaar weer de Advent, een tijd op weg naar Kerstmis om ieder van ons te stimuleren wakker en waakzaam te zijn. Vier weken met een strak schema. Vandaag de eerste halteplaats. En op die eerste zondag van de Advent staat steeds centraal: kijk wat er aan de hand is. Er kan pas iets in je leven veranderen wanneer je accepteert dat de dingen zijn zoals ze zijn. Iemand die ziek is, zal eerst moeten erkennen dat hij ziek is, anders kan er niets gebeuren. Ontkennen, je kop in het zand steken, het helpt geen zier. De werkelijkheid haalt je in en je blijft met al je goede bedoelingen zitten. ‘De mensen zullen het besterven van schrik, in spanning om wat de wereld gaat overkomen…’, hoorden we in het evangelie. Schrik, angst ook, zijn niet altijd verkeerd, het zijn ook emoties die een mens nodig heeft om te overleven. Want de gezonde reactie hierop is: je spieren aanspannen, aandachtig zijn, wakker en alert. In een drang om te over-leven. Het gaat om mijn en ons ‘leven’.

Gelukkig komen er meer zondagen waarin het visioen, waarin het verlangen naar de komst van de Redder in de geboorte van het Kind van Betlehem wordt uitgewerkt. Maar vandaag nog even niet. Nu is er nog de brute realiteit en die liegt er niet om. Die brute realiteit zijn niet alleen de rampen, ziekten, aanslagen, vluchtelingenstromen die ons overspoelen. Die brute realiteit is ook dat leeftijdgenoten gestrest hun weg gaan, dat een derde van de studenten een burn-out heeft, dat onze samenleving oververhit is. En dat mensen onverschillig worden.

Maar wat te doen als we eenmaal de juiste diagnose hebben gesteld? Je hoofd oprichten, je oren spitsen, je ogen de kost geven. En wat merk je dan op? Dat er mensen zijn die ondanks alles blijven kiezen voor het positieve. Die in deze dagen vóór Sinterklaas opmerken hoe kinderen ontwapenend kunnen genieten alsof die hectische wereld gewoon niet bestaat. Dat er steeds profeten zijn – ook vandaag – die blijven wijzen op een andere levenshouding, tegen de verspilling van goederen in en voor duurzaamheid. Ik weet heus wel dat we geen supermensen zijn, maar ieder steentje dat wij kunnen aandragen is voor dat nieuwe huis van onze wereld, het grote huis van God.

We gaan met deze zondag de Advent in. Advent betekent: het ‘aankomen’, er komt iets op ons toe, beter gezegd: er komt Iemand op ons toe. Natuurlijk bedoelen we daarmee de komst van Jezus met Kerstmis. Maar wie deze ‘uitkijkende levenshouding’ in zich laat groeien, zal ook openstaan voor ieder ander die op hem toekomt. Deze ene man brengt wellicht de Redder naar mij toe… Deze ene vrouw baart wellicht nieuw leven onder ons. En als dan sceptische geluiden ons willen storen en ruis brengen, dan zijn wij het die ons niet laten terugbrengen tot onverschilligheid, dan zijn wij het die wakker blijven en alert.

Hoe we elkaar wakker houden? Door aan elkaar te vertellen wat we zien en wat we horen. Door met elkaar te delen wat ons hoop brengt in donkere dagen, wat ons warmte geeft als het buiten kil en guur is. Deze gesprekken bouwen op, deze ontmoetingen doen ons bidden: O kom, o Kom Emmanuel, God met ons.