Bidden

Preek op de 22e Zondag door het jaar

Zondag 2 september 2018, jaar B
Door: prior Joost Jansen o.praem.

Lezingen: Deuteronomium 4,1-2.6-8; Jakobus 1,17-18.21b-22.27; Marcus 7,1-8.14-15.21-23

Wanneer we kijken naar de pracht van de natuur, het immense heelal met al zijn geheimen, naar de pracht van vogels en planten (en op de televisie zie je prachtige programma’s) of naar de mens met zijn vele mogelijkheden, dan denk je: ‘Er is toch niets aan de hand?’ Van buiten ziet het er toch allemaal prachtig uit! Laten we er van genieten. Al dat gesomber over het klimaat, al die alarmbellen die rinkelen en ons willen aanpraten dat het niet vijf-voor-twaalf is maar zelfs al vijf-over-twaalf! Er zijn mensen die zich niet interesseren, die zich niet verdiepen in wat er echt aan de hand is in de natuur. Velen onder ons weten dat de werkelijkheid anders is. Onder de pracht en praal zit een wereld die echt in de vernieling aan het raken is. Er moet wat gedaan worden, willen we geen zieke wereld aan onze kinderen en kleinkinderen achterlaten. Het is daarom dat paus Franciscus de dag van 1 september bestempeld heeft als Wereldgebedsdag voor de schepping. In onze parochie Heilige Augustinus hebben dit verbreed naar het hele weekend.

Paus Franciscus (tussen haakjes: we mogen best wel eens voor hem bidden want hij wordt belaagd met gemene aantijgingen) heeft twee jaar geleden een boekje uitgegeven over dit onderwerp. Laudato Si! heet dit boek. De titel komt van het begin van het Zonnelied van de heilige Franciscus, u weet wel de heilige van Assisi die ook tegen de vogeltjes preekte. In dit boek zegt de paus: we zijn eeuwenlang in ons geloof er vanuit gegaan dat we hier beneden met vreugde en vaak ook veel verdriet leven om dan naar het eeuwig Vaderhuis te gaan, de hemel. In Laudato Si! schrijft hij: we moeten zorgen voor de aarde, hier beneden, ons huis, hiervoor zijn we verantwoordelijk. En dat huis, onze aarde, is in verval. De aarde warmt zich op en dat is van grote invloed op alles en ieder. Wij in Nederland moeten onze dijken verhogen anders staan we op den duur met onze voeten in het water.

Wordt deze overweging nu een ecologisch praatje? Neen. Twee dingen. Allereerst moeten wij klassiek en minder klassiek gelovigen er aan wennen dat ons geloof handen en voeten moet krijgen in onze verantwoordelijkheid voor de schepping, voor al het mooie en minder mooie dat ons is toevertrouwd. Wij zijn rentmeesters en geen bezitters. We moeten er aan wennen dat wanneer Mozes in de eerste lezing Gods wetten en aanwijzingen doorgeeft, dat deze niet alleen gaan over onze wijze van omgang met elkaar en ons staan tegenover God, maar dat verantwoordelijkheid voor de schepping er een wezenlijk onderdeel van vormt.

Vervolgens (dus het tweede punt) we moeten ons niet ophouden bij de buitenkant. Wanneer we de uitdrukking gebruiken: dit is maar ‘het topje van de ijsberg’ dan bedoelen we te zeggen dat 90 % onder de zeespiegel zit. Wie kent er niet iemand die met veel moeite zijn of haar uiterlijk stralend houdt, terwijl we weten dat de buitenkant geen uitdrukking is van de binnenkant. En soms is dat ook goed. Maar dan hoop ik wel dat hij (of zij) iemand heeft bij wie hij veilig is, bij wie hij zijn verhaal kwijt kan. En dat is vandaag een groot probleem. Want je kwetsbaarheid delen in een klimaat waarin alles spetterend en mooi moet zijn, dat je hele leven een stralende gang door de tijd is, dat is problematisch. Voor velen vandaag is de mens zijn eigen God en de hemel is afgeschaft. Dan kan het heel kil worden…

Ik wil graag nog een stap verder met jullie maken. Er is buitenkant en binnenkant, en bij die binnenkant is er nog een diepere binnenkant. Dat klinkt cryptisch. Ik ken mensen, en ik ben er een van, die tijd nemen om stil te worden van binnen. Met het risico dat je God tegenkomt in het diepste punt van je innerlijk. Het is een rustgevende ontmoeting. Maar die rust is ook bedrieglijk. Het is een rust die je overkomt en – tegelijkertijd – activeert die rust ook weer je zien, je horen, je voelen, je verantwoordelijkheid voor alles wat ons omringt. Die rust is dynamiek, inspiratie en kracht om attent te blijven voor een goede harmonie tussen buitenkant en binnenkant. Dat is echt een gelovige gang door de tijd. Ieder van ons is geroepen om deze weg te gaan, de weg van stilstaan bij je diepste bron en onmiddellijk zul je dan ook de prikkel voelen om je verantwoordelijkheid voor alles en ieder op te pakken. Mensen vragen je er om en Gods goede Schepping, het huis van onze aarde, ook.