Bidden

Preek op de 24e Zondag door het jaar

Zondag 16 september 2018, jaar B
Door: prior Joost Jansen o.praem.

Lezingen: Jesaja 50,5-9a; Jakobus 2,14-18; Marcus 8,27-35

Onze paus Franciscus gelooft duidelijk in de Satan, in een duivel. Jezus is er ook heel helder over, getuige het evangelie. Ik heb er over nagedacht. Vroeger zou ik het er niet over gehad hebben, misschien uit menselijk opzicht. Wie gelooft er nu nog in duivels! Engelen nog wel, maar duivels? Niemand doet toch kwaad? Alle mensen zijn goed. U kent die snelle opmerkingen, meestal niet gehinderd door enige vorm van kennis.

Wanneer ik kijk naar de toestand in onze wereld, zeker nu de Vredesweek begonnen is, dan mag ik vraagtekens plaatsen bij te oppervlakkige uitspraken. Er is kwaad, er is onrecht, er is oorlog, en soms nog heel gemeen ook. In de maand augustus – in een norbertijnen-priorij in Frankrijk – heb ik een week opgetrokken met jonge mensen uit Eritrea en omliggende landen, jongeren tussen de 20 en 25 jaar die slachtoffer zijn geweest van mensenhandel, verkrachting, marteling. Verschrikkelijk om de bewerkte rug van een jongen te zien en de littekens in de benen van jonge vrouwen. Oorlog en geweld komen zo verschrikkelijk dichtbij. Kwaad is er. Punt uit. Satan ook?

Mag je voor het kwaad de naam Satan gebruiken? Moet dat? Neen, dat moet niet, je bent nergens toe verplicht. Maar aan iets ongrijpbaars een naam geven, het kwaad personifiëren, maakt dat je er beter mee kunt omgaan. Doen we dat met God ook niet? God is ook ongrijpbaar, God is ook groter dan we kunnen beredeneren, bedenken, omvatten, in namen kunnen opsluiten. Maar we gebruiken de naam God, of Heer, of… noem maar andere namen, om met Hem om te kunnen gaan, Hem in ons dagelijkse leven op te nemen, met Hem te kunnen speken, bidden. Zo iets is er met de naam Satan ook.

Satan is er wel degelijk. Jezus noemt zelfs Petrus ‘Satan’ terwijl Petrus even daarvóór Hem beleden heeft als de Messias. Kan het soms zo snel omslaan in een mens? Wat heeft Petrus gedaan dat hij door Jezus zo wordt neergezet? Eigenlijk niet veel. Petrus is bezorgd wanneer Jezus zijn huiver uitspreekt over zijn naderende einde. Jezus vermoedt dat het uitdragen van boodschap van geloof, hoop en liefde, Hem de kop gaat kosten. Petrus wil Hem daarvoor behoeden. Maar als je werkelijk overtuigd bent dat in die boodschap van geloof, hoop en liefde jouw identiteit ligt, wie kan je tegenhouden? Natuurlijk schrikken mensen soms voor de uiteindelijke consequenties van een leven in geloof, van een toebehoren tot een kerk en haken ze af. Niet voor niets dat bisschop De Korte in zijn brief van vorige week ieder van ons oproept om trouw te blijven aan onze familie, die familie van God, die beweging van Jezus, onze kerk. Gelukkig dat anderen doorgaan waar sommigen ophouden…

Dit zie je in de huidige vredesprocessen ook. Er zijn gelukkig mensen en instituten die onverminderd doorgaan. Er waait bijvoorbeeld op het ogenblik een wind van vrede in de Hoorn van Afrika, Eritrea, Somalië, Soedan, Ethiopië, mede omdat men gaat inzien dat vrede ook meer economische bedrijvigheid geeft en dus meer welvaart. Ook de Gemeenschap San Egidio op veel plekken bezig om via minuscuul kleine stappen vechtersbazen tot elkaar te brengen. Zij haten niet en – hoe verschrikkelijk de oorlogsmisdaden van sommige warlords ook zijn – ze blijven hen zien als mens, een mens die kan veranderen. Hoe ze hiertoe komen? Jezus zegt het ons in het evangelie: volg me maar. Kijk niet naar eigen eer of welbevinden, dien gewoon. Ook al is die warlord ‘als een satan’, ook al krijg je kruiwagens stront over je heen, blijf die ander benaderen als mens. Vergeet niet dat er iemand is, wellicht zijn eigen moeder, die van hem houdt. Dus ergens is er in hem een liefdeszaadje dat kan opbloeien als het maar de goede grond krijgt en met zorg wordt behandeld.

De Vredesweek plaatst ons in de grote wereld én brengt ons ook terug naar onze eigen plaats. Vrede tussen mensen begint daar waar we vrede stichten onder elkaar. Wanneer mensen met deuren slaan, harde woorden gebruiken, fakenieuws verspreiden, dan groeit er geen vrede. Als je echter de ander – ondanks alle schijn tegen – blijft zien als mens, als te beminnen waard, dan bouw je aan een klimaat waar vrede kan groeien. En kan blijven groeien. Wereldwijd.