Bidden

Preek op de 2e Zondag van Pasen

Zondag 8 april 2018, jaar B
Door: Titus de Kemp o.praem.

Lezingen: Handelingen 4,32-35; 1 Johannes 5,1-6; Johannes 20,19-31

Er zijn soms van die uren op een dag, dat je de speciale vreugde ervaart van samen te zijn, samen te zijn met je kinderen, je kleinkinderen, je familie, vrienden en vriendinnen, collega’s, mensen van dezelfde gemeenschap. Zo nu en dan een heel aparte band met elkaar. Soms bij een feest, of soms zondags als je samen rond de tafel zit  Die aparte ervaring van verbondenheid met elkaar Ik proef die ook in de eerste lezing, zoals Lucas over de eerste christenen vertelt, dat ze alles gemakkelijk met elkaar konden delen, niet alleen materiële dingen, begrijpen we, maar ook elkaars ervaringen van vreugde en verdriet. We begrijpen dat het lang niet altijd zo mooi was, maar dat hij een hoog ideaal schetst, een diep verlangen ook dat wij nooit kwijtraken, de vreugde van het samen zijn, van het samen leven. We verlangen ernaar.

We ervaren ook dat de werkelijkheid van alle dag anders is. We ervaren ook irritaties met elkaar, conflicten, verwijdering, soms ruzie. Pijnlijk, maar zo is het leven ook. Hoe daarin een richting vinden? Het evangelie vandaag wijst een weg, de weg naar vergeving en vrzo3ning Op de avond van de eerste paasdag verschijnt Jezus aan zijn vrienden. Na de vredesgroet geeft Hij hun een opdracht: “Als gij iemand zonden vergeeft, dan zijn ze vergeven; en als gij dat niet doet, dan zijn ze niet vergeven.” M.a.w. als gij niet vergeeft, dan blijft die muur van verwijdering staan. Jezus dringt dus aan op verzoening. Menselijkerwijs lijkt die soms onmogelijk. Kan het bv. ooit tot een verzoening komen tussen Trump en Obama? Is het misschien daarom dat Jezus voorafgaand aan zijn opdracht zijn H. Geest geeft Hij blies over hen en zei: “Ontvangt de H. Geest”…Pas daarna zijn opdracht tot verzoening. Menselijkerwijs lijkt verzoening soms onmogelijk. Maar de H. Geest blijft ons stuwen in de richting van vergeving, van verzoening Soms een levenslang proces. En toch,…

Ik herinner me een gesprek met een oude dame in een verzorgingshuis. Zij klaagde erover dat haar zoon haar nooit meer op kwam zoeken. Ik heb haar het advies mogen geven om toch de hoop nooit op te geven en daarvoor te bidden. Een paar weken later klampte ze me aan en zei: “Ik moet iets vertellen. Gisteravond is mijn zoon op bezoek geweest”…

De H. Geest blijft ons stuwen om een paar kleine stappen te zetten in de richting van verzoening. Dat is het perspectief van Pasen: uiteindelijk messiaanse vrede, dank zij Jezus, de opgestane Heer. Vervulling van ons diep verlangen…

Het heeft, meen ik, ook alles te maken met geloof. Het evangelie vandaag loopt uit op de beroemde woorden van Jezus tot Thomas: “Zalig zij die niet zien en toch geloven”  Zalig, in de nieuwe vertaling: Gelukkig ben je als… Zo beginnen ook de zaligsprekingen in de Bergrede: “Gelukkig de zachtmoedigen. Gelukkig de barmhartigen. Gelukkig wie zuiver van hart zijn. Gelukkig de vredestichters”. Daar sluit de zaligspreking bij aan in die woorden tot Thomas: “Gelukkig zijn zij die geloven”. Geloof een bron van diepe vreugde….

Ik probeer het wat dichterbij te halen. Geloven::uit mijzelf zou ik er denk nooit toe gekomen zijn. Ik heb het van jongs af ontvangen. Van mijn ouders, van mijn omgeving, van de kerkgemeenschap. Die hebben mij voorgehouden: “God is er.”…Wij noemden Hem O.L. Heer en bedoelden daar eigenlijk mee : God, een beschermende goddelijke aanwezigheid om ons heen…Ik zou er zelf nooit op gekomen zijn, om dat zo te zeggen. Maar nu ik dit hoor, zeg ik er bijna onweerstaanbaar Ja op. Zo van: “Dit is waar! Hij is overal om ons heen als een dragende beschermende aanwezigheid” Zo werd het natuurlijk niet verteld, met deze woorden. Maar daar kwam het op neer… En deze God, overal om ons heen,, je wordt door Hem bemind; je staat als een bemind mens in het leven. Ondanks alles. Je bent volop de moeite waard  …En tegelijk die voortdurende stuwing van Hem uit om ook op jouw beurt te proberen een mens van liefde te zijn, om van elkaar te houden.. Zomaar een paar woorden die proberen om iets aan te laten voelen dat geloven een diepe bron van vreugde is. Dat die woorden tot Thomas waar zijn: “Zalig, gelukkig zijn zij die geloven””

Op een of andere manier kleurt het ook het leven van alledag, ook de ervaring van ziektes, tegenslag, enz. Het diepe vertrouwen dat je leven zin heeft, het leven met zijn soms onbegrijpelijke absurditeiten. Toch vertrouwen in zijn dragende, beschermende aanwezigheid.. Op weg naar de uiteindelijke voltooiing, het perspectief van de definitieve ervaring van Pasen…