Bidden

Preek op de 2e Zondag van Pasen

Zondag 28 april 2019, jaar C
Door: Joost Jansen o.praem.

Lezingen: Handelingen 5,12-16; Openbaring 1,9-11a.12-13.17-19; Johannes 20,19-31

De zaak zit dicht, potdicht. Niet alleen zijn de deuren gesloten. De leerlingen van Jezus zijn verdrietig ook, voelen zich schuldig, onzeker en vol twijfels. Meer is: ze zijn bang. Bang voor iets nieuws, bang voor verandering. Angst verlamt. Bij de apostelen toen, bij velen vandaag. Je hebt prachtige herinneringen aan een glorievol verleden. Van dat – pak weg – één jaar met Hem in Galilea toen alles nog op rolletjes liep. Of voor veel katholieken vandaag: van die tijd van het Rijke Roomsche Leven en een abdijgemeenschap waar je elders plek moest zien te vinden omdat er geen kamers genoeg waren in huis. En als er dan mensen zijn die getuigen dat Hij leeft en Hem zelfs aan het werk gezien hebben, dan stellen anderen erbij vragen. Als ik niet eerst de wonden zie in zijn handen, in zijn voeten, in zijn zij, dan geloof ik het niet. Of in de kerk van vandaag: ‘Dat kan dan wel elders gebeuren maar hier niet…’

Ik sla snel een paar stadiums over in het proces. Er valt heel wat te analyseren en te leren in dit verhaal bij een bestudering ‘op de vierkante millimeter’. Ik wil even stilstaan bij de opmerking van Tomas. Hij zegt iets heel belangrijkst. Hij kon dit wellicht doen omdat hij niet bij dat stelletje angsthazen van apostelen was toen Jezus voor de eerste keer binnenviel. Soms heb je even afstand nodig om te zien wat er aan de hand is. Afstand om je vinger op de zere plek te kunnen leggen. ‘Als ik mijn vinger niet in zijn wonden kan leggen…’ en acht dagen later Jezus tot Tomas: ‘Doe het dan Tomas, leg je hand in mijn zijde!’ Raak mijn wonden aan, de wonden van mijn kruisiging, de wonden van mijn dood.

Jezus blijft het zeggen, ook vandaag. Want deze verhalen zijn opgeschreven opdat ze altijd operationeel blijven. Raak ook mijn wonden vandaag aan. Geen voortgang en toekomst, geen hoop wanneer niet eerst de wonden zijn aangeraakt. Dat is niet alleen een gegeven in de geestelijke gezondheidszorg, het is ook een voorwaarde op het terrein van ‘geloof, hoop en liefde’, in de beweging waarin onze geloofsgemeenschap zich bevindt. Paus Franciscus, als rechtgeaarde jezuïet, hamert er steeds op.

Raak de wonden maar aan overal waar christenen in de wereld vervolgd worden en het leven laten. Praat er niet verhullend over in de trant van ‘mensen die Pasen vieren’ of ‘een bevolkingsgroep in de spanningen van een land’. Zeg gewoon dat het christenen zijn en dat ze om Christus dit alles over zich afroepen. Raak de wonden aan wanneer mensen seksueel misbruikt zijn in kerkelijk verband. Alleen de waarheid zal ons vrij maken. Raak de wonden maar aan bij mannen en vrouwen verslaafd zijn geraakt, ook al is het aan hun smartphone die te allen tijde moet worden geraadpleegd. Verslaving blijft verslaving. Het bepaalt wel je aandacht en je voelt heel goed in een ontmoeting of de ander met zijn aandacht bij jou is of dat hij intussen met iets anders bezig is.

Het aanraken van de wonden is wellicht de hoogste vorm van barmhartigheid. De ander wordt in zijn kwetsbaarheid geraakt én gerespecteerd. Het is tenslotte op uitnodiging van die ander dat Christus vraagt om zijn wonden aan te raken. Hier is wederzijdsheid. En wie de wonden aanraakt, zal toch ook in actie komen? Maar wel eerst dat gebaar van tederheid én intimiteit dat iedere prestatiedrang op losse schroeven zet.

Het is niet bekend of Tomas werkelijk zijn vinger in de zijde van Jezus heeft gelegd. Wat wel staat opgetekend – voor ons – is de belijdenis: ‘Mijn Heer en mijn God.’ Of is het een gebed? Dat laatste kan ook. Het zou duiden op een diepe geraaktheid, een gegrepenheid door die Jezus die nu door de dood heen is getrokken, die dus verder is dan de dood, de dood een stap vooruit is. Wie door Hem diep van binnen geraakt is, kan niet anders dan in zijn spoor gaan. Zo lijkt me.

Dat is tenslotte de vrucht van Pasen: in zijn spoor gaan, in zijn spoor blijven gaan, de vernedering en de aanslagen ten spijt. Het gaat om een lichaam dat telkens weer zich herstelt, het Lichaam dat we samen vormen, het lichaam van Christus, met de wonden. Dat is het getuigenis dat we blijven geven. Pasen is niet voorbij, Pasen houdt ons in beweging.