Bidden

Preek op de 3e Zondag door het jaar

Zondag 27 januari 2019, jaar C
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.

Lezingen: Nehemia 8,2-4a.5-6.8-10; Korintiërs 12,12-14.27; Lucas 1,1-4;4,14-21

Het verhaal van deze dag lijkt me een aardig script te zijn om cineasten of filmproducers er een film van te laten maken. Heel veel beweging en heel veel actie. Het is een heel gedoe dat vandaag wordt verteld en voorgehouden. De boekrol van Jesaja wordt een heel eind afgedraaid – het blijkt tot hoofdstuk 61. Iedereen zit nieuwsgierig te wachten. Wat zal die Jezus van Nazareth uitgezocht hebben en dan volgt die tekst welke we in het evangelie hoorden. Als dat door Jezus gekozen stukje voorgelezen is wordt de boekrol weer teruggerold en is het wachten op het commentaar van Jezus. Wat gaat hij opmerken over uitgerekend dit gezegde? De synagoge-gangers willen er eens echt voor gaan zitten. Wat zou die Jezus hier nu voor commentaar bij leveren? En dan volgt die ene zin met zo’n grote nasleep: Vandaag hebben jullie deze schrifttekst in vervulling horen gaan. Beloften en woorden lijken hier omgezet te worden in werkelijkheden en feiten.

In het leven – ook en vooral in het gelovige leven – gaat het er toch vooral om dat de daad bij het woord wordt gevoegd. Woorden en verhalen doen er toe maar mogen niet los gezien worden van de alledaagse werkelijkheid waar het leven wordt geleefd.

Volgens een lange traditie geldt deze periode van januari als de internationale gebedsweek voor de eenheid. Van oudsher van 18-25 januari. In ons land is er gekozen voor de periode van weekend tot weekend (van 20-27 januari). We moeten herinnerd worden aan dat grote goed van eenheid maar het echte werk is wel dat we de woorden omzetten in daden.

Deze laatste weken van januari worden we met slogans herinnerd aan financiële inzet voor de plaatselijke geloofsgemeenschap en dat betekent ook voor de gemeenschap zoals we hier samen ijn op deze zondag en telkens weer. De actie kerkbalans met slogans als: ‘jouw kerk is van blijvende waarde’ of ‘ inzet voor je kerk ‘, vraagt om omgezet te worden in daden: een daadwerkelijk dragen van die verantwoordelijkheid.

Of ogenschijnlijk wat verder van huis: neem nou die in prachtige volzinnen geformuleerde verklaring van de rechten van de mens van de Verenigde Naties. Als we om ons heen kijken in de wereld moet je constateren dat die rechten op veel plaatsen en op veel manieren worden geschonden. Troepenmachten worden uitgezonden om die geweldige woorden kracht bij te zetten maar de realiteit laat zien dat er op heel wat plaatsen in de wereld dagelijks vuurhaarden te vinden zijn. En wat te denken van de scholierenprotesten in verschillende Europese landen: zij schreeuwen om klimaatdaden en om niet te blijven steken in loze woorden.

En je kunt dan de vraag stellen: moeten die woorden, moeten die verklaringen dan maar niet meer worden uitgebracht en moeten de al bestaande dan maar in de kast worden opgeborgen? Moet er dan maar niet meer geciteerd worden? En ik heb de indruk dat we het er snel over eens zijn: Natuurlijk moeten ze wel worden doorgegeven om elkaar er blijvend aan te herinneren, om er voor te zorgen dat we ze zelf niet vergeten. Want… zolang die woorden gekend worden kunnen degene die er zich voorbeeldig aan houden beloond worden en kunnen degenen die de regels grof overtreden voor het gerecht worden gedaagd en worden veroordeeld.

Ja, als levenswoorden, als richtingwijzers moeten ze bekend blijven onder de mensen. Ze moeten worden overgedragen van geslacht op geslacht, opdat mensen niet stuurloos in het leven zullen staan en omdat het wiel niet telkens opnieuw uitgevonden hoeft te worden. Als gelovige mensen samenkomen lijkt in dit verband een belangrijke taak en opdracht te zijn. De heilige Schift in gemeenschap gelezen en uitgelegd. En uitgerekend in deze dagen van de internationale week van gebed voor de eenheid is het geen luxe er nog eens bij stil te staan dat het dan niet gaat om de letter, maar om de geest die er uit spreekt. In ons zoeken naar, in ons bidden om eenheid lijkt het er wel eens op dat we het vaker drukker hebben met de letters die zwart op wit staan en de vraag uit welke Bijbelvertaling we zullen, kunnen en mogen lezen dan met de boodschap welke er in vervat zit.

En die boodschap luidt toch: samen aan de slag met het testament van die Jezus uit de Synagoge, goed nieuws brengen aan armen, blinden den zien, verdrukten bevrijden. Wat we zichtbaar en voelbaar maken in doen en laten zal begrip kweken en versterken: een testament hertaald en vertaald om op onze weg naar morgen te kunnen gebruiken.