Bidden

Preek op de 3e Zondag van de Advent

Zondag 16 december 2018, jaar C
Door: prior Joost Jansen o.praem.

Lezingen: Sefanja 3,14-18a; Filippenzen 4,4-7; Lucas 3,10-18

Vreugde, de vreugde die op deze derde zondag van de advent centraal staat, is geen lol. Wanneer mensen lol maken, dan weten we dat dit snel kan omslaan. ‘Vogeltjes die zo vroeg zingen zijn voor de poes’, luidt een Nederlands gezegde. Vreugde is echt wat anders. Ik kwam een spreuk van Kahlil Gibran tegen: ‘Wanneer je verdrietig bent, kijk dan opnieuw in je hart en zie dat je huilt om wat je vreugde schonk.’ Maar om welke vreugde gaat het dan? Het gaat vandaag om wezenlijke vreugde in de opgang naar Kerstmis en in deze tijd van verwachten. Het gaat om het stille vreugdevolle verwachten zoals een vrouw in verwachting toeleeft naar het moment waarop het kind geboren wordt. Vreugde en verdriet liggen dan niet ver uit elkaar. Het gaat steeds om de existentie van een mens. ‘Wanneer je verdrietig bent, kijk dan opnieuw in je hart en zie dat je huilt om wat je vreugde schonk.’ En wat schenkt ons vreugde? Waar gaat ons hart dan naar uit? Of liever: naar wie gaat ons hart dan uit?

Laten we niet te snel zeggen dat die ‘wie’ Jezus is waarvan we met Kerstmis de komst vieren. Dat vind ik te gemakkelijk en ik geloof het ook niet direct. Het zou te vroom en te mooi kunnen zijn. In ons dagelijkse bestaan zijn we hier echt niet altijd mee bezig. Het is eerder: als het met Kerstmis maar niet ontploft tussen die en die… Zou het met Kerstmis dan toch even rustig kunnen zijn met al die spanningen op het werk, of met die al die vluchtelingen aan onze deur? Kunnen we ons ontspannen om met vreugde die paar dagen door te brengen? Jezus komt dan niet onmiddellijk om de hoek kijken. Zijn geboorte biedt veeleer een kapstok om bezig te zijn met waar we ten diepste naar verlangen. Is dit erg? Voelen we ons dan te kort schieten in onze opdracht als gelovige mensen? Ik meen van niet. Wanneer God mens wordt in ons midden dan omarmt Hij heel onze menselijkheid, dus ook onze angsten, onze zorgen, onze vreugden.

Ik lees dit ook in het evangelie. De mensen die naar Johannes komen met de vraag ‘Wat moeten wij doen?’ krijgen geen mooi, religieus, gelovig antwoord. Ze worden niet naar de synagoge of de tempel gestuurd, of naar hun Bijbel. Hen wordt op de eerste plaats gevraagd gewoon eerlijk te handelen. Sjoemel niet, ontduik geen belasting, wees tevreden met wat je krijgt. En konkel niet want dan verpest je het leefklimaat. Het lijkt in het evangelie alsof dan pas de volgende stap gezet kan worden. Die volgende stap is een aanbod. Johannes biedt zijn toehoorders een doopsel aan, een doopsel van bekering. Hij doet nog meer. Hij zegt: Er komt iemand die groter is dan ik. Hij doopt met heilige Geest en met vuur. Dat kom je niet veel tegen: iemand die niet zijn eigen waar aanprijst maar naar een ander verwijst. Dat trekt mij aan in Johannes: ik moet kleiner worden, Hij groter. Ik ben slechts de vriend van de bruidegom en hoe verlang ik er naar zijn stem te horen, zegt Johannes elders. Zijn vreugde is mijn vreugde. Ontroerend.

Dan geeft dit onmiddellijk invulling aan wat vreugde is. Vreugde ontkent niet de hardheid van het bestaan en de weerbarstige kant van het leven. Vreugde is eerder een vrucht van ‘dealen’ met de dagdagelijkse realiteit. Vreugde ontkent niet de aanwezigheid van verdriet, veronderstelt die eerder. Want ‘rouwen om het verloren ik’, in welk jasje ook gestoken, kan ook bron van vreugde worden, is misschien wel verrijzenis-op-kleine-schaal, zoals iemand in het leerhuis opmerkte. Opgewekt worden tot vreugde.

Wat moeten wij doen? De vraag wordt niet alleen in het verleden gesteld, de vraag ‘Wat moeten wij doen?’ wordt tevens aan ons gesteld, vandaag. In de voorbereiding van Kerstmis maken we onze huizen klaar, we maken ons hart klaar. Waar laat ik de grimmigheid schieten die een leefklimaat verziekt? Waar bouw ik aan een milde houding waarin plaats is voor humor, hét medicijn voor verziekte relaties. En kan er ook een kerstpakket af voor mensen die het veel minder hebben dan wij? Mooi om een pakket met kinderen of kleinkinderen samen te stellen. Er is veel te doen als je kijkt met de ogen van wat we met Kerstmis gaan vieren: God die ons zo belangrijk vindt dat Hij komt en verlangt dat onze leven in vreugde verkeert.