Bidden

Preek op de 4e Zondag van de Advent

Zondag 23 december 2018, jaar C
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.

Lezingen: Micha 5,1-4a; Hebreeën 10,5-10; Lucas 1,39-45

Wat een drukte in dezer dagen. We hebben het met de dag zien toenemen in de afgelopen weken en dagen: versiering in en om de huizen. Ook in onze abdij is de kerstsfeer nadrukkelijk zichtbaar. Meer en meer kom je er niet omheen dat er iets bijzonders staat te gebeuren. Mensen zijn zich verwachtingsvol aan het voorbereiden op iets dat komen gaat. De pinautomaten hebben gisteren weer een record gebroken. Het gonst van de verhalen wat er allemaal zal gaan gebeuren in de komende dagen, waar gaan we naar toe en wie zullen we ontmoeten, maar ook… dit zijn de moeilijkste dagen van het jaar. Ik denk dat deze laatste dagen van het kalenderjaar over het algemeen genomen wel de spannendste genoemd zouden kunnen worden van het hele jaar. Een gezonde spanning zo zou je het mogen noemen zoals we die ook vaak horen dat die voelbaar is bij mensen die in verwachting zijn van een kind. Familie en vrienden worden in zo’n tijd van negen maanden nadrukkelijk op de hoogte gehouden van het verloop van de zwangerschap. Sommige aanstaande moeders zeggen tegenwoordig wat ze na medisch onderzoek al weten, en soms is dat tot enige ontsteltenis van vooral oma’s. Voor zeker grootouders geldt dat alle spanning moet blijven, dat er sprake moet zijn van verrassing op het grote moment van een geboorte. En hoe sterk is het geruchtencircuit niet als het verhaal wat anders verloopt dan men in de regel gewend is… Heb je het al gehoord? Ze moet vervroegd stoppen met werken? Ze moet rust houden? Ze is opgenomen in het ziekenhuis? Er wordt zelfs gedacht aan een tweeling… En ga zo maar verder.

In het evangelie dat we zojuist gelezen hebben hoorden we dat Maria zwanger is. We beluisterden het zo bekende verhaal over het bezoek van Maria bij haar nicht Elisabeth. En in de eerste lezing hoorden we op welke plaats het lang verwachte koningskind geboren zal worden: Bethlehem. Deze plaats was zo belangrijk: lang geleden werden de voorouders van dit koningskind na een hongersnood naar deze plek gestuurd. Het waren toen barre tijden. Ze worden naar Bethlehem – wat broodhuis betekent – gestuurd. Een naam vol hoop en nieuwe toekomst. Het was ook in deze plaats dat David tot koning werd gezalfd. David was een gewone herder. God had David uitgekozen omdat hij het hart op de goede plaats had, omdat hij zich een herder van mensen had getoond.

Voor ons klinkt een naam als Bethlehem vertrouwd in de oren. Maar voor de mensen van toen was dat heel anders. Een nieuwe toekomst werd door de mensen van toen niet verwacht in een kleine plaats. Nieuwe toekomst wordt verwacht van grote leiders die zich met pracht en praal omgeven en die wonen in grote paleizen. God laat zich echter niet leiden door verwachtingen van mensen.
Zoals we dat regelmatig kunnen en mogen vernemen uit Schriftwoorden blijkt het ook nu weer: God zet de wereld op zijn kop. God richt zich niet tot wie groot en aanzienlijk zijn en tot hen die wonen in paleizen. God richt zich tot mensen aan de rand van de samenleving.

Ook het evangelie van vandaag zit vol met omgekeerde verwachtingen. Het bezoek van Maria aan haar nicht Elisabeth lijkt allemaal nog heel gewoon te zijn. Maar dan gebeurt er in het verhaal iets ongewoons. De voor de hand liggende en gebruikelijke rollen worden omgekeerd. De oudste begroet heel nadrukkelijk de jongste en ze doet het met de woorden: ‘de meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot’, en vervolgens noemt ze Maria ook nog de moeder van mijn Heer.

Er is dus wel degelijk sprake van een bijzondere ontmoeting tussen twee vrouwen waarbij alle status wegvalt en ze elkaar ontmoeten van mens tot mens. Zo wil God ons ontmoeten: van mens tot mens, van hart tot hart. God laat zich ontmoeten in kleine mensen. Mensen die niet hoger staan dan wij en niet lager, maar op gelijke hoogte. Als we elkaar ontmoeten zien we elkaar niet als concurrenten, als bedreiging, maar als medemensen die de beste krachten bij elkaar naar boven halen. Mensen die elkaar ontmoeten, moeten niets. Ontmoeten vindt plaats als moeten even niet meer hoeft, als alle dwang wegvalt en er geen verplichtingen meer zijn. Dan kunnen we de ander zien zoals die werkelijk is. We mogen dan thuiskomen bij de ander zoals we bij onszelf thuiskomen. Waar dat kan en mag, komt er beweging. Mensen gaan opstaan uit wat hen verlamt, klein houdt, vastbindt. In een echte ontmoeting breekt iets goddelijks door. Waar mensen elkaar ontmoeten wordt iets nieuws geboren, vreugde, vrede, hoop, een nieuwe droom.

Mensen ontmoeten elkaar pas echt, er kunnen nieuwe dingen gebeuren, als er even niet meer ‘moet ‘. Als verplichtingen, opdrachten, afspraken en de druk om te presteren wegvallen, ontmoeten mensen elkaar. Dan mag je bij elkaar binnenvallen zoals bij jezelf. Je voelt je begrepen, op je gemak, je weet dat je niets verkeerds kunt zeggen, niets verkeerds kunt doen. Alles wat gezegd en gedaan wordt in een echte ontmoeting, is goed gedaan. Wat goed gedaan is, voelt als een hemel op aarde. En dat lijkt me helemaal Kerstmis te zijn: hemel op aarde. Over ruim een dag is het zover. Wat kan het mooi worden.