Bidden

Preek op het Hoogfeest van de Geboorte van Johannes de Doper

Zondag 24 juni 2018
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.

Lezingen: Jesaja 49,1-6; Handelingen 13,22-26 en Lucas 1,57-66.80

 

Een naam kiezen voor een kind is soms een heel gedoe. Je kunt er de prachtigste verhalen over optekenen als jij bij de doopvoorbereiding informeert naar de naamkeuze. A.s. ouders surfen uren lang op internet op zoek naar een leuke naam; een bekende sportman of sportvrouw, film of muzikale held of heldin werkt nogal eens inspirerend om tot een naamkeuze te komen. Meestal zijn jonge ouders er op uit om hun kind een wat originele naam te geven, waarmee het zich van anderen kan onderscheiden. Al met al een heel gedoe, want er moet ook nog zowel een jongens- als een meisjesnaam kiezen, tenzij je dor de moderne wetenschap die verrassing hebt laten afpakken en het geslacht van de nieuwe wereldburger al voor de bevalling weet.

Vroeger ging het eigenlijk veel gemakkelijker. Er waren toen regels voor het geven van namen. De meesten van ons weten het nog: een kind werd genoemd naar zijn ouders of grootouders, want de herinnering aan hen moest levend blijven. Er viel dus niet zo veel te kiezen. Ja, als je als negende of tiende in een gezin geboren werd, kon er nog wel eens een originele naam voor je gekozen worden, al werd het dan meestal wel de naam van een recent heilig verklaard iemand.

Bij de naamgeving van Johannes de Doper speelde zich ook heel wat af, zo hoorden we zojuist. Familieleden en buren gingen zich er mee bemoeien. Wat zal dat een gekakel geweest zijn. De ouders, hoe bejaard ze ook zijn, doorbreken heel duidelijk de geldende traditie. ‘Johannes zal hij heten’, zegt de moeder. ‘Dat kun je nu wel zeggen’, zegt de buurman maar er is niemand in jullie familie die zo heet. Als dan ook de vader heeft aangegeven dat hij voor eenzelfde naam kiest dan zijn vrouw, dan is ‘Johannes ‘een feit .

Die naam van Johannes: ‘God is degene die genade geeft ‘, past heel goed bij dit kind en verwijst naar de toekomst. Een naam met een levensopdracht, een levensprogramma. De vraag is: ‘Zou Johannes die naam ook waarmaken in zijn leven’.

Een bijzondere jongen was het wel. Hij koos niet voor dat priesterlijke beroep van zijn vader. Hij hield zich graag op in de woestijn, in de buurt van Qumram., iets wat normale mensen niet zo gauw doen. Met die woestijnervaring en vanuit die positie werd hij profeet die de dingen scherp kon zeggen en op die manier kweekte hij menigmaal vijandschap. Uiteindelijk werd hij dan in de gevangenis gezet en daar is hij niet meer levend  uitgekomen, want op voorspraak van een jaloerse vrouw werd hij onthoofd.

De carriere van Johannes laat zien dat hij iets belangrijks heeft gedaan. Hij doopte mensen tot bekering. Daarom werd hij ook Johannes de Doper genoemd.  Dat is moeilijk werk, mensen bekeren, mensen op andere gedachten brengen. Het is zelfs bijna onmogelijk om gedrag van mensen te veranderen. Onze overtuigingen zitten soms zo diep verankerd in ons wezen, dat iemand anders dat niet zo maar kan veranderen. We hebben allemaal bepaalde gewoontes die we moeilijk afgeleerd krijgen. Johannes staat daarom ook voor een bijna onmogelijke taak.

Om zijn doel te bereiken gebruikt hij zijn mond. Hij slaat ferme taal uit. Meestal houden wij niet van mensen die zo scherp van tong zijn, zeker niet als ze ons de les willen lezen. Maar als in ons land of in onze omgeving zaken een verkeerde kant opgaan, luisteren wij graag naar mensen die onrecht aan de kaak stellen. Of het nu een politicus is of een cabaretier, wantoestanden moeten benoemd worden. Iemand moet zijn nek uitsteken en niet zelden wordt het hoofd  er dan ook afgehakt, want machthebbers houden niet van kritiek; er mag niet aan de poten van hun riante zetel gezaagd worden .

De gedrevenheid van Jesaja en Johannes zoals we hoorden in de lezingen van deze dag komt voort uit hun geloof dat de rechtvaardigheid van God zich in onze harten kan nestelen. En ze voelen zich daarbij gesteund door God . Jesaja spreekt er als volgt over: ‘met de schaduw van zijn hand, heeft hij mij gedekt ‘.

God opent de mond van profeten om hen te laten spreken over zijn gerechtigheid. Hij sluit de mond van allen  die zijn plannen niet dulden. Zacharias moest daarom zwijgen. Heel praktisch en doeltreffend van God.

Maar hoe gaat het bij ons in zijn werk ? Hebben wij de goede maat gevonden om te weten wanneer wij moeten spreken en wanneer wij beter kunnen zwijgen.

Wie snoert ons de mond als wij haat en achterdocht verspreiden en wie geeft ons de moed om onze mond open te doen wanneer wij onrecht zien gebeuren.

Een profeet is iemand  die mensen op God wijst, en daarin zijn levensbestemming ziet. Dat lazen we in de eerste lezing ook over Jesaja, de grote profeet van de Oude Testament. Over je eigen bestaan heen op God wijzen. God weer doen opleven in de harten van mensen, dat is jezelf overstijgen en zijn goedgunstigheid aan het licht doen komen.

Mogen wij zo’n profeten worden en zijn.