Bidden

Preek op het Feest van de Heilige Familie, Jezus, Maria en Jozef

Zondag 30 december 2018, jaar C
Door: prior Joost Jansen o.praem.

Lezingen: 1 Samuel 1,20-22.24-28; 1 Johannes 3,1-2.21-24; Lucas 2,41-52

In de jaren zeventig werden bijna alle kinderen geboren bij een moeder en vader die getrouwd waren. Nu is dit bij 55 % van de kinderen. En 9 % van de kinderen wordt geboren in een eenoudergezin. Het klassieke patroon van een – min of minder heilige – familie is stevig doorbroken. Het gezin als hoeksteen van de samenleving staat fors onder druk. Staan we dan met dit verhaal van Jezus, Maria en Jozef buiten de realiteit? Moeten we de Bijbel maar gaan herschrijven en ombuigen naar de hedendaagse maatstaven? Of moeten we eerder kritiek leveren op de huidige omgang in huwelijk en gezin en deze mensen de Bijbelse boodschap voorhouden en uitleggen dat het zo niet gaat, dat Gods wetten iets anders voorschrijven? Wellicht is er een derde weg te gaan.

Als ik goed luister naar de lezingen dan word ik getroffen door het verlangen naar veiligheid, geborgenheid. Niet in één lezing maar in de drie lezingen. Jezus wil gewoon in het huis van zijn Vader zijn, Samuël wordt teruggebracht naar de plek waar zijn leven in feite begonnen is toen zijn moeder de belofte kreeg dat ze op gevorderde leeftijd toch een kind zou krijgen. En wat is grotere geborgenheid dan te beseffen dat je kind bent van God? Het bijzondere in alle drie de omstandigheden is dat je geborgen bent bij een ander en in jezelf. Het gaat steeds om die ontmoeting met een ander en niet om teruggebracht te worden tot je meest wezenlijke kern. Ik denk dat die bij anderen ligt, en uiteindelijk bij de Ander, bij God.

Zou de derde weg waarnaar ik op zoek ben, liggen in het bouwen aan die geborgenheid, veiligheid, duurzame liefde? Het gaat dan niet louter om je te houden aan je eens gegeven belofte. Dat kan nog tamelijk krampachtig worden. Als hier de liefde ontbreekt dan brengt het geen vreugde en ook geen geborgenheid voor anderen. Wanneer je je dan inzet voor geborgenheid die je eigen zelf overstijgt, dus het scheppen van geborgenheid voor anderen, dan zul je ook vertrouwen hebben in je omgeving. Jozef en Maria deden dat tenslotte: een dagreis lang, pas daarna begonnen ze zich ongerust te maken en hun zoon van twaalf te zoeken. En wat zei de puber toen ze Hem gevonden hadden? Pap, man, vertrouw toch ook een beetje op de veiligheid die Ik bij God zelf vind!

Zou er voldoende inzet zijn om veiligheid te scheppen voor anderen? Zou er bij de vele echtscheidingen vandaag de zorg voor geborgenheid bij de kinderen leidend zijn of eerder het persoonlijke welbevinden van de vader en de moeder? Het is zo moeilijk om te oordelen in afzonderlijke situaties. Wat ik wel constateer is dat de veiligheid onder mensen afneemt en de frustraties groeien. En dan hoef je geen ‘geel hesje’ aan te trekken. Het kan zich ook uiten in langzaam afstand nemen van verbanden die voor cohesie in de samenleving zorgen, zoals de kerken. Ook het Sociaal Cultureel Planbureau uit zijn zorg hierover.

Groots denken, klein handelen, wordt gezegd. Hoe ingewikkeld het sociale apparaat ook is, de omslag begint waar je zelf woont, werkt, leeft: het eigen leefverband, of dit nu een gezin is, een alleenstaande met zijn omgeving of een abdijgemeenschap of parochie. Het gaat om de gave aan de ander. Samuël werd afgestaan, drie jaar oud. Jezus maakt een punt ten opzichte van Jozef en Maria en ontwikkelt in stilte zijn visie op die nieuwe wereld die God zijn Vader verlangt. Steeds zie ik hier dienstbaarheid aan wat opbouwt, in de breedte en in de diepte. In de breedte door daar te zijn waar mensen zich verzamelen: het heiligdom van Silo of de Tempel van Jeruzalem, of… ja wat zou het voor ieder van ons zijn?

Nu zijn we hier bijeengebracht op dit feest van de heilige Familie. Hier op deze plek die we graag kerk noemen omdat dit woord verwijst naar de samengeroepen gemeente van God. Het is het huis van de familie van God. Willen we meer cohesie brengen in onze samenleving dan zullen we toch hier moeten beginnen, daar waar wij leven. Jezus ging weer mee met Jozef en Maria en Hij was hen onderdanig, zo staat het. Ik wil het niet slaafs verstaan, maar eerder: hij nam zijn plek in binnen het gezinsverband in Nazaret, een heilige familie. Daar droeg Hij zijn steentje aan bij. Wij – hier – ook?