Bidden

Preek op het Hoogfeest van Allerheiligen

Donderdag 1 november 2018, jaar B
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.

Lezingen: Openbaring 7,2-4.9-14; 1 Johannes 3,1-3; Matteüs 5,1-12a

Vandaag met Allerheiligen gedenken we de ontelbaar velen die in het leven iets van het licht van Gods gelaat aanwezig brachten en dat ook nu nog doen. Heiligen zijn mensen van de weg. Zij waren en zijn – God zij dank en dankzij God – onder ons. Je moet echt geen held zijn om heilig te worden. Natuurlijk zijn er heiligen die heldendaden hebben verricht en zeker zijn er helden die ook nog heilige mensen waren. Heilig zijn is op de eerste plaats zich door God en de medemensen laten raken. Het is blijven geloven in de liefde, ook al ben je klein, zwak of gekwetst. Het is geloven in de tegendraadse weg. Het is gericht zijn op God en op de medemensen in plaats van jezelf en je geloof handen en voeten geven. Omdat je vindt dat het in de wereld anders kan en moet. Omdat je er heilig van overtuigd bent dat God het zo heeft bedoeld. De schriftlezingen waarin op deze feestdag het woord van God op ons toekomt laat ons duidelijk twee polen zien en voelen: Aan de ene kant de oproep van Jezus van Nazareth op de goede weg te volharden (evangelie), aan de andere kant de belofte dat wij als dienstknechten van onze God getekend zullen worden (eerste lezing ).

Terwijl het evangelie ons oproept de weg van beschimping en vervolging, laster en kwaadsprekerij omwille van Christus te gaan, openbaart de eerste lezing ons als het ware de apotheose van de volharding in alle verdrukking. De weg is zwaar, maar het doel is heerlijk. Wie volhardt krijgt loon naar werken. Opnieuw raken wij aan spannende vragen: Is de bron van onze volharding een kracht van onszelf? Wij zouden in deze tijd, waarin alles van het leven maakbaar lijkt, gemakkelijk tot deze gedachte verleid kunnen worden: als wij zachtmoedig zijn en gerechtigheid doen, als wij vrede stichten en barmhartig zijn, zullen wij het loon van de zachtmoedigen en barmhartigen, de gerechtigden en de vredestichters ontvangen. Hoewel dit niet onwaar is, is het van fundamenteel belang te beseffen dat wij niet zelf onze eindbestemming kunnen regelen. Dat leert ons de tweede lezing. Die brengt ons bij de werkelijke bron, waaruit wij de kracht putten om zalig te worden en onder de getekenden geteld te worden.

‘Zalig zijn zij die…’ zo klonk het vandaag tot negenmaal toe uit de evangeliewoorden van Matteüs, of anders… gelukkig mogen zij genoemd worden die… Jezus geeft als het ware negen vingerwijzingen voor een gelukkig bestaan. Niet een leven dat buiten de werkelijkheid, maar in de volle realiteit van het leven staat. Niet een leven dat ons wacht na de dood, maar een leven dat zich op deze aarde voltrekt. Want in dat leven krijg je te maken met alles wat in de zaligsprekingen verwoord wordt. Een mens hoeft volgens Jezus geen superstar te zijn, die alles en alles naar zijn hand weet te zetten. En daarnaast hoeft hij ook geen verbeten idealist te zijn die alles en iedereen aan zijn principes ondergeschikt maakt. Integendeel, de zaligsprekingen van Jezus worden gekenmerkt door een echt, warm menselijke sfeer, die mensen tot in het diepst van hun hart gevoelig maakt voor elkaar en elkaars noden.

Gelukkige personen, zaligen of heiligen, zijn in Jezus ogen zeker geen mensen die alles maar over zich heen laten komen. Het zijn mensen die zichzelf kennen in al hun afhankelijkheid, mensen die over zichzelf niet groter denken dan ze zijn, mensen die zichzelf niet zoeken in macht en aanzien, mensen die geraakt worden door vreugde en verdriet, mensen die weten te vergeven, omdat ze zelf ook fouten maken. Op deze manier heiligheid duiden betekent uitkomen bij doodgewone mensen uit de eigen omgeving, niet bij de onwerkelijke en onwezenlijke figuren die wij vaak van heiligen gemaakt hebben.

In de zaligsprekingen van de Bergrede speelt Jezus ons de sleutel tot een gelukkig leven in handen, Een leven dat reeds hier op aarde heilig is, omdat het heilzaam is voor anderen. Allerheiligen wordt zo een feest van herkenning. Allerheiligen: voor mensen van toen en nu, voor andere mensen en voor onszelf.