Bidden

Preek op het Hoogfeest van de H. Augustinus

Dinsdag 28 augustus 2018, jaar B
Door: abt Denis Hendrickx  o.praem.

Lezingen: Handelingen 4,31-35; 1 Korintiërs 12,12-20.27-30; Johannes 15,12-17

De mededeling van Johannes dat God van ons houdt is vooral een uitnodiging om op zoek te gaan naar wat dat betekent. We zullen op de eerste plaats aangenaam verrast moeten zijn door deze verklaring. Verrast met de gedachte dat er een God is die van ons houdt. Niet om er beter van te worden maar als wij God toegang verlenen tot ons hart, zullen wij steeds meer onder zijn invloed komen. Liefhebben in de bijbelse zin betekent toch: het leven en het geluk van iemand willen. Het is geen kwestie van gevoelens, maar van wil, van ambitie. Het is delen in de ambitie die de oorsprong is van ons leven en die de bijbelse traditie God noemt. Johannes zegt ons: “Hierin bestaat de liefde: niet dat wij God hebben liefgehad, maar dat God ons liefheeft”. Delen in de liefde is de vrienden van de Vader en van Jezus ook als onze vrienden beschouwen.

De woorden van Johannes klinken vandaag op de herdenkingsdag van onze regelvader Augustinus. Om de relatie tussen de Schriftwoorden en de persoon van Augustinus en zijn leven enigszins te kunnen plaatsen moeten we terug naar de kernmomenten uit dat bijzondere leven. In Milaan hoorde Augustinus Ambrosius preken en raakte daardoor geboeid. Vanaf toen raakte Augustinus meer en meet door het Christelijk geloof geraakt.

Augustinus was een uitermate productief schrijver. In De Civitate Dei bijvoorbeeld verdedigt hij tegenover geletterde heidenen het Christendom als de ware godsdienst en geeft hij zijn ideeën over de sociale en maatschappelijke orde weer.

Hij was niet star en vasthoudend, hij ging mee in zijn tijd en liet zich gezeggen door de verworvenheden. In zijn boek Nalezingen bijvoorbeeld gaf hij aan wat hij liever anders gezegd zou hebben. In dit boek laat hij de lezer niet alleen kennis maken met de ontwikkeling van zijn visie, maar ook van zijn ruimhartigheid en zijn warsheid van verstarring.

In verschillende geschriften word je gegrepen door de open houding die hij aanneemt om meer in staat te zijn de diepere betekenis van de Schriftwoorden, zoals die ook vandaag klonken, eigen te maken. In dat verband is het boeiend om te vernemen hoe hij zich uitlaat over hen die zich voortdurend beroepen op de wet: “ze nemen alles naar de letter, hoewel naar de Geest beter zou zijn. Dat is wat christenen doen”. Wat dat betreft was Paulus heel inspirerend voor hem : “De letter doodt, maar de Geest maakt levend”, Degenen die naar de letter leven en de Geest geen kans geven, houden het oude – de oude mens – in stand en maken geen ruimte voor het nieuwe – de nieuwe mens.

De inhoud en de dagelijkse praktijk van leven van Augustinus hebben uiteindelijk geleid tot wat is geworden ‘De regel van Augustinus ‘: uitgangspunten voor ordenen van samenleven en samenwerken in het verband van een religieuze gemeenschap. En zo’n algemene regel vormde en vormt dan weer de basis voor de specifieke eigen regelgeving, de constituties. Het stoeiwerk om uitgangspunten naar de tijd te vertalen was eind juli-begin augustus een van de hoofdonderwerpen tijdens het generaal kapittel van onze orde in Rolduc.

Zo blijft Augustinus van grote betekenis voor ons leven en daarom is het goed om daarbij op zijn dag van herdenken meer dan gewoon stil te staan. Stilstaan om er voor te zorgen dat de buitenkant en de binnenkant van religieus leven samenvallen. Aan ons dus de taak ook met grote regelmaat in de spiegel te kijken en hoe vaak bekruipt je dan niet het gevoel van een welhaast onhaalbaar ideaal.

Afgelopen zondag verbond zich Rob Tanke met zijn kleine professie voor een periode van drie jaar; gisteren mochten we Marcin en Gilbert het witte ordeskleed aanreiken en vandaag herdenken we hoe een van ons – Joost – 25 jaar geleden zich middels het uitspreken van de geloften bond aan Berne. Beginnend en ervaren om gemeenschap van dagelijks samenleven mee op te bouwen en daarmee ook een model te zijn om aan samenleven in een groter verband bij te dragen. En dat zo’n samenleven niet altijd gemakkelijk is laat dagelijkse praktijk zien: we lopen deuken op, we raken teleurgesteld, maar – en dat leert toch ook de praktijk na 25 jaar – we mogen er moeten er niet in blijven steken. Telkens weer in de spiegel kijken van de Schrift en de geformuleerde leefregel van Augustinus voor ogen houden.

Mogen we zo bij en met elkaar voelen en ervaren dat we onderweg zijn en groeien in liefde en vrede.