Bidden

Preek op het Hoogfeest van de Hemelvaart van de Heer

Donderdag 10 mei 2018, jaar B
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.

Lezingen: Handelingen 1,1-11; Efeziërs 4,1-13; Marcus 16,15-20

Een bekend Frans gezegde luidt: ‘Partir c’est mourir un peu’; dat betekent: vertrekken is een beetje doodgaan. En inderdaad, het valt ons, mensen, moeilijk iets waarmee je vertrouwt geraakt bent, of iets dat je hebt opgebouwd, achter te laten of af te geven. Met pensioen gaan en dus je baan vaarwel zeggen en de mensen met wie je omging, is voor veel mensen een hele opgave. Een keuze maken voor een nieuwe leef- en werkomgeving valt niet mee. De oude, bestaande, blijft toch ook aantrekkelijke kanten hebben. Nog erger is het, zo lijkt me, als je gedwongen wordt voortaan niets meer te doen. Sommige mensen gaan echt een beetje dood, en moeten ‘opnieuw leren leven’.

Uit de evangelieverhalen van Hemelvaart wordt duidelijk dat Jezus in ieder geval alle vertrouwen had in degenen die na hem kwamen. Hij zegt meer dan eens tegen zijn vrienden: ‘Het is goed voor u dat ik heenga’. Nergens zegt Hij hoe ze het moeten doen. Hij zegt alleen wat ze moeten doen. En dat is: getuigen van zijn leven, zijn lijden, zijn sterven, zijn verrijzen. Bovendien belooft hij hun de hulp van boven, een helper, de heilige Geest. Het is een heel waagstuk om het vervolg, om toekomstige verkondiging in handen van anderen te leggen. De apostelen moeten het nu doen en ze zijn met verdomd weinig instructie op pad gestuurd. Meer dan verhalen hebben ze niet, geen uitgewerkt handboek, geen managementadvies, geen checklist om te zien waar we ons aan moeten houden. Ze hebben ook geen functieprofiel meegekregen voor allerlei vormen van leiderschap: van hoog tot laag.

Wat allemaal niet zo eenvoudig blijkt in de praktijk – vertrouwen hebben en geloven dat anderen het ook kunnen – dat doet Jezus heel nadrukkelijk voor – en dat geldt tot op de dag van vandaag: Hij vertrouwt de toekomst toe aan heel gewone mensen, en in plaats van aan hen te twijfelen spreekt hij hun moed in. Wat dat betreft is het een heel andere benadering dan enkele dagen geleden onze kardinaal weer eens meende te moeten verkondigen: ‘Door niet duidelijk te zijn is de eenheid van de kerk in gevaar gebracht en verwatert de katholieke waarheid’, zo schreef hij over het leiderschap van Paus Franciscus, een aantal bisschoppen en gelovigen die maar doen wat ze willen.

Het verhaal van deze dag, wanneer het eenmaal zo ver is, en Jezus is ten hemel opgevaren – dat wil zeggen: weggegaan uit hun kring, en thuisgekomen bij de vader, zoals onze eigen bisschop Gerard de Korte dat enkele dagen geleden verwoordde -, staren de leerlingen naar de hemel, staren zij zich nog te lang blind op het verleden. Maar de kerk, de Jezusbeweging, is haar geschiedenis pas begonnen toen de mensen ophielden naar de hemel te staren, toen ze ophielden achterom te kijken, en oog kregen voor elkaar en voor mensen met vragen: toen begon het pas goed. Toen men eigen invulling ging geven aan het gedachtengoed dat overgedragen, voor- en nageleefd diende te worden, toen men eigen accenten ging leggen. Het verleden meedragend, de toekomst tegemoet, passend in de tijd van het heden.
Toegepast op vandaag: voor wie te dikwijls denken dat het vroeger allemaal veel beter was in kerk en samenleving, en te veel blijven staren naar wat voorbij is, is het feest van Hemelvaart een oproep vertrouwen te hebben in de toekomst die we samen kunnen en moeten maken. Hij die ons achterliet, spreekt vandaag ook in ons alle vertrouwen uit. Wij kunnen het te meer omdat we er niet alleen voor staan: zijn geest is onze helper.

Het feest van Hemelvaart is als liturgische viering pas algemeen bekend geworden in de vierde eeuw. Oorspronkelijk werd het – en ik denk terecht – gevierd als een specifiek moment van het pinksterfeest. Hemelvaart is, zou je kunnen zeggen, de aanzet van de Geest-zending. Hemel en aarde zijn geen twee elkaar aanvullende of bestrijdende werkelijkheden. Hemelvaart en Pinksteren is: leven met beide benen op de grond en met het hoofd in de wolken, realistisch en idealistisch tegelijk, leven in geloof en vertrouwen, maar ook met geduld en barmhartigheid. Niet vanaf de koude grond naar de hemel staren, maar met een hemelse blik, met geloof en visie, door Gods geest bezield, naar de aarde kijken en daarnaar handelen.

Met elkaar optrekken en bij elkaar vertoeven om zo te laten zien dat de hoop op toekomst niet verloren is en verloren gaat. Mensen zijn die zich bij elkaar willen warmen om geïnspireerd verder te trekken. Mensen zijn die kracht aan elkaar geven en kracht bij elkaar vinden. Hemelvaart geen afscheid dus, maar een nieuw begin, ieder jaar weer, om er aan te gaan staan, een opdracht die alle volken en tijden overstijgt. De hemel naar de aarde, opdat de aarde hemel wordt. Mag het zo zijn.