Bidden

Preek op het Hoogfeest van de Openbaring des Heren

Zondag 6 januari 2019, jaar C
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.

Lezingen: Jesaja 60,1-6; Efeziërs 3,2-3a.5-6; Matteüs 2,1-12

Na het feest van Driekoningen mogen we naar goede traditie de kerstversiering opruimen. Dus wat velen in de afgelopen dagen gedaan hebben, is eigenlijk te vroeg. Het feest van Driekoningen is eigenlijk ouder dan het kerstfeest van 25 december en in de Oosterse kerken hebben ze dat zo gelaten. Voor een van mijn voorgangers: abt Piet Al, bijvoorbeeld was Driekoningen eigenlijk belangrijker dan Kerstmis zelf.

We hoorden zojuist lezen uit de oude visioenen van de profeest Jesaja, woorden over een goede nieuwe toekomst. De profeet droomt ervan hoe van alle kanten mensen naar de heilige stad Jeruzalem komen. Misschien dromen wij ook over een nieuwe wereld, over een nieuwe kerk waar menigten naar toe zullen komen en waarin het altijd – niet alleen met Kerstmis – vol zal zijn.

Vandaag horen wij – net als alle jaren – het verhaal van de wijzen uit het oosten. Hoe bekender een verhaal, hoe moeilijker misschien de boodschap achter dit verhaal. Wijzen zijn het, geen koningen. Er zijn helemaal geen koningen in het spel: of het moeten er twee zijn die tegenover elkaar staan: Jezus tegenover Herodes. Matteüs beschrijft hoe de zoekende mensen – mensen die willen nadenken – op zoek zijn naar de ware koning om daar en daar te ontdekken wat echt van waarde is. Het gaat om een nieuw begin dat de hele bestaande orde – ook Herdodes staat voor die orde – aan het wankelen zal brengen. De gevestigde orde weet er niet goed raad mee. Ze hebben weinig of geen zin om echt in beweging te komen om zelf de nieuwe dingen die er zijn gebeurd, te gaan onderzoeken. Herodes wil de geschiedenis van de nieuwe koning blokkeren en hem in het geheim te pakken zien te krijgen. Het kleine kind weet te ontsnappen en later heeft dit opgegroeide leven werkelijk laten zien hoe God partij kiest voor alle gemartelden, waar ook ter wereld. De moord op deze rechtvaardige zal in de volle openbaarheid gebeuren op de berg Golgotha en een schandaal worden waar de mensheid nog steeds over spreekt.

Het feest van Driekoningen is het feest van de Openbaring van de Heer. Als je alleen maar op 25 december komt weet je niet goed wie Hij is. Stap voor stap worden we immers geïnstrueerd en horen we wie Hij werkelijk wilde zijn: vriend van alle volkeren, solidaire supporter van de mensen die het niet allemaal even gemakkelijk aankunnen. Tot zijn gedachtenis samenkomen geldt daarom ook als de uitnodiging bij uitstek, telkens weer.
Rond woorden van het Boek en de verkondiging daarbij: in de verkondiging zal, wil de kerk toekomst hebben, dat goede boek een steeds belangrijker rol gaan spelen, omdat Jezus er vanuit leefde. Omdat we samen geloofsgemeenschap als kerk-zijn. Elkaar steunen in het geloof want alleen redden we het niet. Omdat we een gastvrije geloofsgemeenschap van kerk willen zijn. In zijn voetspoor willen we toch proberen ook in het net begonnen jaar verder te gaan. In zijn geest willen we toch handelen, gastvrij voor allen die ons nodig hebben, voor alle gelovigen die zoeken naar God, jong/oud, christenen ook van andere kerken. Omdat we een dienstbare geloofsgemeenschap in kerk-worden willen zijn, ruimte in verkondiging, leren, dienen en vieren. God ontmoeten zoals Hij op ons af wil komen in 2019. In zijn vragen, in zijn roep om steun maar ook in de troost die hij ons bieden zal. Omdat we volhardend willen zijn. ‘Wij zullen doorgaan…’, zo luidt een regelmatig terugkerende zin uit een bekend Nederlands lied. Wij zullen doorgaan. Dat geldt voor mensen die verdriet hebben en die doorgaan, dapper en volhardend. Dat geldt voor mensen die bouwen aan hun relatie en wat mij betreft gaat het dan om verschillende vormen van menselijke betrokkenheid met hun eigen respectvolle geaardheid. Dat geldt voor onze abdijgemeenschap aan de vooravond van de verkiezing van een abt voor de komende jaren. Dat geldt voor mensen die zich inzetten voor hun naaste. We moeten doorgaan met al het werk aan oecumene en contacten met andere religieuze groeperingen, met de gastvrijheid zoals Jezus die leerde en met onze bereidheid actief bezig te zijn aan de opbouw van geloofs- en abdijgemeenschap zijn.

Zouden de visioenen van Jesaja werkelijkheid worden in onze dagen? Het is een grote vraag, maar we moeten ze wel aan elkaar voorhouden. Want we mogen het toch hopen. Misschien niet in die zin dat honderden en honderden op onze kerk af zullen komen. Die tijden zijn voorbij, maar wel in deze zin: dat wij door onze trouwe dienstbaarheid een teken zijn voor velen.

Van de eerste christenen zeiden ze: zie hoe ze elkaar liefhebben. Wat zullen ze van ons zeggen? Hopelijk zoiets als: ze zijn toch wel met goede dingen bezig in en rond die Abdij van Berne.