Bidden

Preek op het Hoogfeest van Kerstmis, Geboorte van de Heer

Dinsdag 25 december 2018, jaar C
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.

Lezingen: Jesaja 52,7-10; Hebreeën 1,1-6 en Johannes 1,1-18

Hoe komt het eigenlijk dat wij mensen het meest uit zijn op sensatie, roddelverhalen en negatieve berichten… althans – want dat moet er zeker bij gezegd worden – wanneer het over anderen gaat. Zo gauw het immers over onszelf gaat, dan moet het ineens allemaal positief zijn, dan moeten er goede en blijde tijdingen verspreid worden. Merkwaardig toch, dat wanneer het over goede dingen bij anderen gaat, de belangstelling van velen van ons niet zo groot is. We zouden in dit verband goed aan Johannes kunnen denken over wie het in het evangelie ging. Hem moet het op een dergelijke manier vergaan zijn. Hij trok rond en preekte, hij getuigde van iets goeds, zei dat het zijn taak was om te spreken over het licht, het echte licht dat iedere mens verlicht. Johannes bracht dus een goede tijding, zou ik zeggen. Maar… die tijding van hem werd maar door weinig mensen gehoord, laat staan doorverteld. Ook toen al vertelden mensen liever het negatieve nieuws verder dan het positieve.

Wat is het toch dat we zo vaak woorden wantrouwen. We houden meer van ‘geen woorden, maar daden’. Van de miljoenen woorden die elke seconde door het heelal vliegen – via smartphones, e-mail, internet en andere media – hoeveel doen er echt toe? Wat mis je als je ze niet hoort? Maar soms doet een woord er toe. ‘Het dankjewel en alsjeblieft, het spijt me en pardon, geloof geen hond die zegt dat iets er niet toe doet’, zingt Herman van Veen. En als je vader een hersenbloeding heeft, kun je snakken naar één woordje dat contact schept.

We hoorden vandaag in de eerste lezing de profeet Jesaja spreken over een bode die een goede tijding brengt, een bode die vrede en vrijheid verkondigt. “De heer heeft zijn volk getroost”, roept hij uit. Eeuwen later gaat men in het nieuwe testament die vreugdevolle tijding in verband zien met de geboorte van Jezus. Zijn geboorte gedenken we vandaag. Jezus, daar in die kerststal, hij is die troost vanuit de hemel, hij bracht een goddelijke boodschap van vrede en bevrijding… ook hier geldt in alle opzichten een goede tijding.

Jezus, zo zegt Johannes is het eerste Woord, het scheppende Woord, dat er alles toe doet, één en al communicatie. Hij zegt niet alleen woorden. Hij is het Woord, het vleesgeworden woord. Niet alleen door zijn mond, maar door heel zijn persoon spreekt God tot de mensen. Waar hij spreekt gebeurt iets. Doven horen en stommen spreken. Boze geesten verdrijft hij en tollenaars en zondaars trekt hij tot zich. Hij is voor alle Godzoekers ‘de gids en de weg’, zegt Johannes.

Nu we hier samen het kerstfeest vieren, zegt Johannes de evangelist tegen ieder van ons dat Jezus voor ons de gids en de weg is naar God. Het kind van Bethlehem heeft het laatste woord. Een andere reden om kerst te vieren is er niet.

Het kind van deze nacht wijst de weg. We mogen en kunnen ons niet laten leiden door de verwarring en de onrust die ons ook in het voorbije jaar weer overviel door aanslagen, door vluchtelingenstromen, door de verruwing van de sociale media en door de demagogische volharding van vele politici wereldwijd.

Het kind van deze nacht houdt ons voor dat het anders kan en moet. Wereldleiders komen met regelmaat bij elkaar. Ze lijken te praten tegen elkaar maar niet met elkaar. Ze proberen elkaar ervan te overtuigen dat clubs als de VN en de EU er nog steeds toe doen. Dat er geïnnoveerd moet worden. Slimmer gewerkt. En dat dan de vrede wel zal komen. Het blijken vaak gesprekken te zijn tussen doven.

Het kind van deze nacht daagt ons uit tot een hartstochtelijke inzet voor wereldwijde maatschappelijke gerechtigheid en tot het beschermen van onze aarde als ons gemeenschappelijk huis. Het kind van deze nacht gunt mensen nieuwe levenskansen en laat mensen opnieuw beginnen. Enkele dagen geleden mocht ik een meeting meemaken van drugverslaafden. Als zelfhulpgroep proberen ze aan de hand van elkaars levensverhalen bij en voor elkaar richting uit te stippelen voor een verslavingsvrije toekomst. Ik was geroerd omdat ik het hun zo ontzettend gun. Het kind van deze nacht houdt ons voor dat het toch niet voor niets is geboren en in die voederbak gelegd. Geloven in Hem, is geloven dat er een brug bestaat tussen ons gebroken bestaan en de schielijk onbereikbare wereld van God. Het is een geloof dat haarscherp aanvoelt dat de brug niets van doen heeft met autoriteit, met zelfbehoud en nog minder met geweld, maar alles met liefde. Liefde die kwetsbaar mens wilde en nog steeds wil worden. Liefde waar God zich aan ons toont. Liefde die niet te hoog gegrepen is, die we aankunnen en ons eigen kunnen maken.

Bij het kind van deze nacht met zijn indringende boodschap moeten wij toch ons voedsel halen. Hij wil een goede tijding brengen en hopelijk dringt die goed tot ons door en wel zo, dat wij op onze beurt die goede tijding ook weer doorvertellen aan anderen.

Het kind van Bethlehem heeft het laatste woord. Een andere reden om Kerst te vieren is er niet. Ik ben er van overtuigd dat het dan pas kan worden wat ik u en vele anderen toewens: een zalig Kerstfeest.