Bidden

Preek op Nieuwjaar, Hoogfeest van de H. Maria, Moeder van God

Maandag 1 januari 2018, jaar B
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.

Lezingen: Numeri 6,22-27; Galaten 4,4-7; Lucas 2,16-21

Het is goed om het nieuwe jaar onder Gods zegen te stellen, want we weten niet wat ons in dit jaar te wachten staat. Als we erop vertrouwen dat alles wat we ter hand nemen en alles wat ons in handen wordt gegeven onder Gods zegen valt, gaan we getroost en in vol vertrouwen het nieuwe jaar in. We vertrouwen erop dat God alles tot zegen wil doen zijn, zelfs datgene wat van buitenaf op ons afkomt en wat in eerste instantie onze eigen plannen lijkt te doorkruisen.

Een zegen is een geschenk in tweeën: ‘Goede woorden en vrucht van onze werken’, zo luidt een gezegde van Anselm Grün, de benedictijn die we in het afgelopen jaar in onze abdij mochten ontvangen en van wie we afgelopen adventsweken dagelijks een van zijn vele geschriften hebben gelezen tijdens de avondmaaltijd. We zijn aangewezen op de goede woorden die God tot ons spreekt. Zulke goede woorden hebben we nodig als tegenwicht voor al die woorden die ons kwetsen en die onze waardigheid aantasten. Gods goede woorden willen door ons doorgegeven worden. We moeten de mensen die op ons pad komen, zegenen. We moeten ze zeggen dat ze unieke en waardevolle mensen zijn, dat Gods welgevallen op hen rust.

Bovendien zijn we aangewezen op het welslagen van ons leven. We willen graag dat het werk van onze handen vrucht draagt, dat het voor de mensen tot zegen wordt, dat het de mensen goed doet. En we willen graag dat ons leven zelf vruchtbaar is, dat het opbloeit, en dat we zelf, zoals we zijn, tot zegen voor anderen worden.

De evangeliewoorden houden ons nog helemaal bij Kerstmis. De herders gaan het woord zien dat is geschied en ze geven bekendheid aan dat woord. Zij gaan naar een plek die er niet uitziet – ontheemden buiten met een kind in een voerbak – en ze zeggen daar: Hier is het te doen, hier moet je het van verwachten. Dit kind van mensen zonder dak is degene die de wereld heil en zegen brengt, niet de keizer al voert hij de titel ‘Augustus’- wat zoiets betekent als ‘heil en zegen’. Gods woord, zijn verbintenis met ons, wordt waar in dit arm mensje. Geen wonder dat iedereen verbaasd staat. Wat is er een contrast tussen wat er te zien is en wat er wordt gezegd.

Op scharnierpunten – zoals de afsluiting van een jaar en het begin van een nieuw jaar – kijken we vaak terug om via het heden aan plannen voor de toekomst te denken en concreet te werken. We kijken niet alleen naar persoonlijke emoties die ons in hun greep houden, maar ook naar Maatschappelijke problemen, waarvan weer velen het slachtoffer werden. De financiële beurzen sloten op de laatste werkdag positief af – zo luidde het nieuws van afgelopen vrijdag – maar wat heet positief als de kloof tussen arm en rijk alleen maar groter is geworden; regelmatig bleven we opgeschrikt worden door aanslagen op onschuldige burgers met waanzinnig vernietigend geweld: machtsvertoon om het gelijk te halen; leiders van de wereld die zich al twitterend als kinderen gedragen en daarmee onverantwoord spelen met vuur dat om het minste of geringste grote delen van de samenleving in vuur en vlam kan zetten. Sommigen zijn vandaag op zoek naar een veilige haven, naar een huis of een werk waar ze tot rust kunnen komen. Velen leven in vertwijfeling, zowel op economisch als relationeel vlak. Meningsverschillen en conflicten worden als oorlogen op allerlei plaatsen uitgevochten. Onze toekomst – en niet in het minst vanwege de opwarming van onze aarde – vraagt om stevig aanpakken.

Bij het verleden kunnen we ons altijd beroepen op feiten, de toekomst berust op verwachtingen, positief dan wel negatief. En verwachtingen hebben we genoeg, zowel persoonlijk als maatschappelijk en we vragen ons af, of ze werkelijkheid zullen worden. Zullen onze relaties stabiel zijn? Hoe zal onze individuele en gemeenschappelijke materiële toekomst eruit zien. Zullen we eindelijk de problemen in onze verbanden van dagelijks samenleven kunnen oplossen? Zal de kloof tussen arm en rijk smaller worden? Zal de discriminatie minder worden en laat ons toch niet allerlei cultureel erfgoed met discriminatie bestempelen? Zullen de godsdiensten toleranter worden? Zullen de kerken meer begrip krijgen voor elkaar.

Als we eerlijk zijn, zullen we ontdekken, dat elke vraag die we stellen iets in zich draagt dat te maken heeft met relaties. Het gaat daarbij over de relatie die we bezitten tegenover de op ons afkomende problemen, zowel persoonlijk als maatschappelijk. Hoe we het ook wenden of keren we zijn als mensen immers met elkaar verbonden. We zijn gemeenschapsmensen. Dat is in onze natuur verankerd. Om het leven zinvol te houden en te maken moeten we relaties met elkaar opbouwen en onderhouden. Relaties moeten duurzaam zijn, willen ze in het leven een houvast geven. Misschien ligt hier wel de reden, dat problemen in de persoonlijke en maatschappelijke sfeer zo moeizaam tot een oplossing komen. Waar geen dialoog is, kan geen relatie ontstaan en ook geen religie gedijen. Ook onze koning Willem Alexander sprak hierover in zijn kersttoespraak waarin hij opriep tot grotere gemeenschapszin: “niet zoeken naar een breder ik, maar naar een groter wij “. Hij betreurde het dat de plaatsen waar heel uiteenlopende mensen elkaar van oudsher tegenkomen die verbindende functie steeds meer verliezen. En hij noemde ook de kerk als voorbeeld.

Mag ik tot slot weer even terugkeren naar die hartveroverende en beroemde zegenwens:
‘Moge de heer uw voorspoed geven’. Ja, ik wens u toe dat het u voorspoedig gaat in het nieuwe jaar’. ‘Moge Hij u ook in bescherming nemen’. Bescherming wil zeggen: in alles nabij zijn. Ik wens u toe dat er mensen zijn in dit jaar, bij wie u voelt dat God u door hen beschermt. Verder staat er in deze wens: ‘Moge de Heer u welwillend aanzien’. Met andere woorden, mogen er ogen op u gericht zijn waarin u leest dat ze u vol goede wil nabij zijn. En als het nodig is, laat ze zich dan over u ontfermen, laten ze hun handen en hun armen naar u uitstrekken en u de verzekering geven dat u niet alleen staat. ‘Moge de Heer over u waken zodat u nooit bang of bevreesd hoeft te zijn’. Met andere woorden, moge u ervaren dat uw omgeving zuinig op u is en u niets hoeft te vrezen. Mogen wij zo het nieuwe jaar binnengaan en mogen wij zo elkaar tot zegen zijn.