Bidden

Preek op Palmzondag

Zondag 25 maart 2018, jaar B
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.

Lezingen: Zacharia 9,9-10; Marcus 11,1-10

In het verhaal over de intocht van Jezus neemt zijn rijdier een belangrijke plaats in . Het verhaal draait om een ezelsveulen. Zoals we zojuist konden beluisteren wordt in het verhaal aangegeven dat enkele leerlingen vooruit gestuurd werden om de ezel te gaan halen, want ‘De heer heeft hem nodig’. De intocht van Jezus kan dan ook maar moeilijk begrepen worden zonder de ezel. Terwijl de koningen van de wereld in volle wapenrusting te paard zitten, terwijl veel standbeelden in alle grote steden van deze wereld vorsten en generaals op paarden laten zien, terwijl het tegenwoordig gepantserde auto’s zijn die de groten vervoeren en beschermen, rijdt deze koning op een ezel. Een duidelijk teken van vredelievendheid en nederigheid. Jezus doet afstand van geweld en dreigt niet met geweld, handelsboycots of wat dies meer zij. Hij is een koning die uit is op vrede. Op een ezel zittend maakt hij hoegenaamd geen ‘vorstelijke’ indruk. En zou er uitgerekend van die handelwijze, van die keuze van Jezus, niet een duidelijke symbolische werking zijn uitgegaan, toentertijd. En zou er ook niet de suggestie in gegeven worden aan ons als te bewandelen weg? Is het niet wezenlijk voor christenen dat zij kiezen voor de vrede en alles op alles zetten om de kringloop van oorlog en geweld te doorbreken? Worden wij als christenen niet fundamenteel opgeroepen net zoals Jezus de zijde te kiezen van de machteloze, uitgestoten en verdrukte medemensen.

Ten tijde van Jezus was de ezel in Palestina het lastdier bij uitstek. Geduldig laat hij de lasten op zijn rug tassen. Wanneer Jezus op een ezel gaat zitten, wil hij zich ook met dit lastdier identificeren: geduldig lasten dragend, bereid tot hulp, Jezus maakt zich in de ogen van de gezagdragers nagenoeg voorgoed belachelijk. Laten onze kinderboeken ook niet weten dat het Dik Trom was die op een ezel zat? Jezus komt op een ezel de stad Jeruzalem binnen en laat zich toejuichen door het onwetende volk. Wat hebben ze te vrezen van zo’n tamme leider? Hij laat zich soepeltjes verraden en willoos arresteren. Hij kan zich niet eens verdedigen tegenover de rechters en laat zich als een lam naar het kruishout slepen.

Zie je wel, zeggen de mensen van de wereld, zo loopt dat af met mensen die mooie verhalen vertellen en de mensen een wereld voorspiegelen die niet bestaat. Niets blijft er over van al die dreigementen. Wij maken de dienst uit , zo ‘Trumpt’ het over de wereld. Wij stellen vast wat krom en recht is, wat eerlijk en vals is. Daar hebben we geen profeten, geen God en geen geloof voor nodig. Jezus trekt de stad Jeruzalem binnen en die stadsnaam betekent ‘stad van God ‘. Daarom komt Jezus er niet te paard binnenrijden. Hij is geen heerser en geeft commando’s , hij is niet het type dat zijn medewerkers direct vervangt als ze ook maar iets van een kritische kanttekening plaatsen. Hij is een dienaar en daarom rijdt hij op een ezel. Hij is dienstbaar aan al het rechtvaardige werk dat gedaan wordt. Hij is de dienstknecht van de hoop die leeft in de harten van de mensen. Daarom staan al die mensen te juichen en te zwaaien met palmtakken. Daarom krijgen wij ook een palmtak. Een soort souvenir uit de stad die nog komen moet. De stad zoals God haar voor ogen heeft. Een stad die overal op deze wereld ligt en opgebouwd wordt door mensen die de hoop levend houden, die eerlijkheid in praktijk brengen en in stilte en met geduld de lege woorden van de druktemakers weerstaan.

In de ogen van de grote wereld maakt die groene tak niet veel indruk. Maar wie durft te geloven kan er blij mee zijn, want het is een teken van hoop en toekomst. Daarom verdient de palmtak een plek in onze huizen en vooral in onze harten.