Bidden

Preek op Witte Donderdag

Donderdag 29 maart 2018, jaar B
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.

Lezingen: Exodus 12,1-8.11-14; 1 Korintiƫrs 11,23-26; Johannes 13,1-15

In deze tijd van de Goede of stille week komen er veel verhalen naar ons toe. Van Palmzondag tot en met Pasen worden wij overspoeld met meestal bekende verhalen uit de Heilige Schrift. En ze zijn zo bekend dat we het onderhand wel weten en ze dringen nauwelijks meer goed tot ons door. Vooral ook omdat ons hoofd vol zit met onze eigen verhalen.

De goede week zou eigenlijk een vreugdevolle en interessante ontmoeting moeten zijn tussen onze verhalen en de oude Bijbelse verhalen. Want tussen al die oude en nieuwe verhalen door ritselt ons geloof. Ons geloof is niet stevig verpakt, geen hardhouten kist waar niets meer in of uit kan, het is meer een zwerver die door ons leven doolt. Hier en daar vinden we wat voedsel dat ons op de been houdt.

We hoorden een verhaal over een heel volk dat nieuwe moed vindt en op weg gaat. Maar eerst eten ze samen. Droog brood en gebraden lamsvlees. De stok in de hand. Ze trekken samen op en ze weten dat God met hen meegaat. Zo vinden ze net genoeg geloof om bevrijd te kunnen worden uit hun gevangenschap.

Met woorden van de Korinthebrief hoorden we hoe de nog jonge gemeenschap van christenen bij elkaar kwam om maaltijd te houden ter gedachtenis aan Jezus Christus. Voor deze maaltijd bracht iedereen eten mee. Wat er nu gebeurde was Paulus een doorn in het oog. De rijken die veel hadden meegebracht aten hun eigen meegebrachte voedsel op. De armen hadden haast niets. Zo mag het in de gemeenschap van christenen niet gaan. Als je naar hier komt om je eigen meegebrachte eten op te eten , blijf dan thuis, daar kun je het ook opeten. In de gemeenschap van christenen zijn wij gelijk. Iedereen neemt deel aan de ene maaltijd. Wie veel te geven heeft brengt veel in, wie minder in te brengen heeft brengt minder mee.

De maaltijd als voedsel voor onderweg, de maaltijd als nadrukkelijk moment van delen met elkaar, zo kunnen ook wij elkaar vasthouden als wij overvallen worden door tegenslag. Zo kunnen wij onze rug recht houden als wij verraden worden. Zo kunnen we onze woorden zuiver houden als we vals beschuldigd worden.

Wij hebben onze verhalen over mensen die elkaar niet de oren wassen en de ander overladen met kritiek, maar die elkaar de voeten wassen omdat de een geen baas over de ander wil spelen, die elkaar als naaste willen ontmoeten en beschermen. Verhalen over heersen en dienen, over stenen en brood, over vasthouden en delen.

Paulus laat ons vandaag nadrukkelijk weten waar het eigenlijk om gaat als de gemeenschap van christenen samen maaltijd houdt. De laatste avond was Jezus met zijn apostelen bij elkaar om samen maaltijd te houden. Een afscheidsmaal. Jezus neemt brood, dankt, breekt het en deelt het uit aan de leerlingen. Het brood en de wijn waarover Jezus de zegen uitspreekt is geen gewoon brood en geen gewone wijn meer maar symbool van zijn zelfgave. Het nuttigen van het brood en de wijn is het antwoord van de leerlingen. Zegenen van brood en wijn en nuttigen horen bij elkaar. Een bijzonder ontmoetingsmoment waarin Jezus onder ons aanwezig komt.

Tijdens de maaltijd van de Heer delen wij brood en verhalen. De verhalen van God, het brood van God, de beker met wijn, het verbond met God. En wij delen ons geloof, ons vertrouwen. Wij mogen aanschuiven met onze verhalen. Alle pijn en zorgen mogen er zijn en worden gemengd in de levensbeker van bitter en zoet.

Zo zit Jezus in de kring met het verraad aan tafel, met de twijfel en de angst. Alles wordt gedeeld, lichaam en bloed, leven en dood. Zo worden wij met elkaar verenigd door brood en wijn, met oude en nieuwe verhalen, Gods liefde en ons gelovig zoeken. Een grootse ontmoeting. Een sacrament.