19-10-2019, Abdij van Berne Heeswijk

Abt Denis Hendrickx over ‘Paters van de sociale actie’

Gistermiddag vond in de Abdij van Berne de presentatie plaats van het boek ‘Paters van de sociale actie’. Hieronder vindt u de tekst van de bijdrage van abt Denis Hendrickx.

Door: Denis Hendrickx

Als abt van Berne wil ik u allen graag namens de abdijgemeenschap en Berne Media van harte welkom heten op deze middag waarop we getuige mogen zijn van de presentatie van een boek waarin een bijzondere periode uit de geschiedenis van Berne besproken wordt.

Welkom heel nadrukkelijk Erik Sengers, de onderzoeker en schrijver van het boek. Welkom u allen die medewerking hebt toegezegd aan dit middagprogramma, u die aspecten van en naar aanleiding van de studie zult belichten. Kortom welkom aan u allen dat u bent ingegaan op de uitnodiging voor deze middag.

De presentatie van de studie ‘Paters van de sociale actie ‘ vindt plaats in de buitengewone missiemaand die door Paus Franciscus voor oktober is afgekondigd. Aanleiding hiertoe was de publicatie precies honderd jaar geleden van de apostolische brief ‘Maximum Illud’ van Paus Benedictus XV. Met de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog nog vers in het geheugen riep hij de gehele kerk op om nationale en etnische belangen te overstijgen in een tijd die gekenmerkt werd door grote economische, maatschappelijke en politieke spanningen. Hij riep op om het goede nieuws te verkondigen en dat met nieuwe energie op te pakken. Hij gaf een nieuw elan aan de missie van de Kerk door te benadrukken dat elke gelovige een missionaire opdracht heeft. De missie van de Kerk is de verkondiging van de Blijde Boodschap: in woord en in daad.

De sfeer rond de eeuwwisseling van 19e en 20e eeuw stelde in wezen dezelfde vragen dan we ook in deze tijd kunnen stellen: De kerk moet dringend aansluiten bij culturele evoluties om ervoor te zorgen  dat de kloof tussen kerk en wereld niet te groot wordt. De wereld moeten we voortdurend binnenbrengen en mogen we niet uit het oog verliezen. Wat toen – ruim 100 jaar geleden – gold, geldt tegenwoordig misschien nog sterker: de dialoog en de tekenen van de tijd vanuit een christelijk perspectief interpreteren. De kerk moet zich niet langer  boven de wereld stellen, maar stelling nemen, met als doel een geëngageerde dienst aan de wereld.  Wat toen als prioriteit gold, gaat nu misschien nog nadrukkelijker op: de voorkeursoptie voor de armen en een stem geven aan de stemlozen.

De tijd van ruim 100 jaar geleden werd gekenmerkt door een samenleving welke met een aantal drastische veranderingen wed geconfronteerd. Technische vernieuwingen en industrialisatie hadden een enorme invloed. In de zo dadelijk officieel te presenteren studie wordt dan ook aangegeven dat de nieuwe productievormen de verhoudingen tussen  werkgevers en werknemers onder druk zetten. Maar eigenlijk gold dat in veel bredere zin: zoals tussen mannen en vrouwen, tussen producenten en consumenten, tussen stad en platteland en tussen kapitaal en arbeid. In deze veranderingen vielen velen tussen wal en schip. De overheid gaf toen ( en dat geldt m.i. nog steeds ) de vrije ontwikkeling van de economie voorrang  en dat betekende dat het maatschappelijke middenveld zich om de ontstane problemen bekommerde. De abdijgemeenschap van Berne toonde zich uitgedaagd om de problemen mee aan te pakken en de sociale positie van hen die meer en meer in de knel raakten te verbeteren.

Zo’n aanpak paste en past goed in de eigenheid van Norbertijns leven. De eeuwen door laat het leven van Norbertijnen de ‘vita mixta ‘zien als kenmerkend principe van haar spiritualiteit. Het is de oproep van stichter Norbertus om het bezinnende bestaan binnen de kloostergemeenschap te combineren met een actieve betrokkenheid bij de samenleving. En dat vraagt om een gezonde balans tussen actie en contemplatie, tussen hart en handen.

Binnen het wezen van de ‘vita mixta ‘paste de rol die leden van de abdijgemeenschap van Berne speelden voor de katholieke sociale beweging. Het zijn 4 norbertijnen geweest die de belangrijke rol van Berne in de Katholieke sociale beweging inhoud hebben weten te geven. 4 centrale personen van de studie welke vandaag wordt gepresenteerd:

Gerlacus van den Elsen trok zich het lot aan van de arme boerenbevolking die zwaar getroffen werd door de agrarische crisis die toendertijd heerste. Hij wist de boeren te mobiliseren en een samen optrekken om te zetten in de coöperatieve gedachte welke toch ten grondslag lag aan de boerenleenbank (uitgegroeid in de tegenwoordige Rabobank) en de Boerenbond (het huidige LTO).

Jos Nouwens en Juul van Beurden die de middenstandsbeweging nadrukkelijk op de kaart zetten en hen inspireerden.

Pius van Aken tenslotte raakte nadrukkelijk betrokken bij de sociale actie onder werkgevers.

In de uitnodiging voor deze middag wordt hun betekenis als volgt samengevat: ‘De organisaties en coöperaties die ze oprichtten verbeterden daadwerkelijk de situatie van boeren en middenstanders. De werkgevers werden bewogen zich meer te interesseren voor het lot van hun werknemers.

Hun gedachten over de ordening van de economie zijn ook voor onze tijd misschien nog wel veel relevanter dan je in eerste instantie zou vermoeden en bedenken.

De inzet van toen zou in onze tijd veel inspiratie kunnen leveren op het terrein van bijvoorbeeld het coöperatieve gedachtegoed. Onderlinge samenwerking voorbij de eigen belangen. Het motto van Gerlacus richting de boeren was ‘Wie een beter leven wil, moet zich organiseren’. Een wel heel actueel thema in deze dagen waar het oplossen van algemeen onderkende stikstofproblemen toch niet afgewenteld mag worden op één categorie in onze samenleving. De overtuiging die toen gold geldt ook heden ten dage: Maatschappelijke problemen kun je alleen in gezamenlijkheid oplossen. Het is belangrijk de krachten te bundelen voor een menswaardige en rechtvaardige samenleving. Het is van het allergrootste belang om in het heersende klimaat van polarisatie naar overstijgende belangen te zoeken in plaats van de verschillen te benadrukken. Het stimuleren van communio, gemeenschapszin zit in ons spirituele DNA en zal, kan en moet ons dan ook uitdagen om de sociale paters van toen een vervolg te blijven geven in deze tijd met het oog op morgen.

Ons DNA van samen onderweg kent hedendaagse voorbeelden zoals gastvrijheid tonen aan statushouders die hier op het abdijterrein verblijven. Veelkleurig samenleven bevorderen van religies en culturen zoals dat invulling krijgt in het ‘Ronde Tafelhuis’ binnen het leef- en werkverband van de Norbertijnse gemeenschap van ‘De Schans ‘in Tilburg. En het oecumenisch verband dat sterk aanwezig is binnen en rond de priorijgemeenschap van Essenburgh en Mariëngaard in Hierden bij Harderwijk.           

4 norbertijnen van jaren geleden verbeelden een belangrijk stuk van de norbertijnse geschiedenis een honderdtal jaren geleden. Dankzij – en misschien soms ook wel ondanks – de abdijgemeenschap konden zij hun vleugels uitspreiden over de abdijregio, over de provincie, over het hele land en zeker ook met een grensoverschrijdende betekenis. Het waren weer anderen van Berne die uitzwierven over de aarde en Norbertijnse gemeenschappen vestigden in resp. Wisconsin (Amerika), Windberg (Duitsland) en Jabalpur (India): in de loop der tijd uitgegroeid tot zelfstandige abdijen, ieder met weer eigen dochterstichtingen. Nog niet zo lang geleden is dit stukje geschiedenis vastgelegd voor het nageslacht door Jean van Stratum.

De sociaal-maatschappelijke activiteiten zijn nu geordend en aan het geduldige papier toevertrouwd. Een belangrijke periode uit de bijna 9 eeuwen abdij van Berne is nu nadrukkelijk onderzocht en beschreven. Dank aan de onderzoeker en auteur Erik Sengers.

Ik spreek de hoop uit dat het resultaat van al het verrichte werk van terugkijken inspirerend zal werken voor morgen. Het gaat immers om sociale actie van toen, voor vandaag en morgen.

Dank u wel.

Foto’s: Harry Hüsken

Voor meer informatie over ‘Paters van de sociale actie’ of om dit boek te bestellen: klik hier.