25-04-2020, Abdij van Berne Heeswijk

Berne bemoedigt, ook in tijden van corona (9): Janny Verwijs

Wat geeft je hoop of vertrouwen in deze moeilijke tijden? Deze vraag wordt op deze website tot en met in ieder geval eind mei beantwoord door tientallen personen die op verschillende manieren betrokken zijn bij de Abdij van Berne.

Middels deze serie wil de Abdij van Berne een eigen bijdrage leveren aan het gesprek over de corona-crisis, mensen bemoedigen en hoop bieden, er zijn voor de eigen achterban en alle andere betrokkenen via website en social media.

Vandaag deel 9: Janny Verwijs o.praem, van communiteit Mariëngaard.

Door: Janny Verwijs

Pasen

Een diep verdriet dat ons is aangedaan
kan soms, na bittere tranen, onverwacht
gelenigd zijn. Ik kwam langs Zalk gegaan,
op Paasmorgen, zéér vroeg nog op den dag.
Waar onderdijks een stukje moestuin lag
met boerse rijtjes primula’s verfraaid,
zag ik, zondags getooid, een kindje staan.
Het wees en wees en keek mij stralend aan.
De maartse regen had het ’s nachts gedaan:
daar stond zijn doopnaam, in sterkers gezaaid.

Ida Gerhardt (1905-1997)

Een prachtig en hoopvol gedicht van Ida Gerhardt. De onbevangenheid van dat stralende kind, dat zijn toekomst nog vóór zich heeft.

Overal breekt de lente door onder een strakblauwe hemel. Ook op ons mooie landgoed. Een van onze medebroeders zei eens vol ver- en bewondering: “Kijk, de knoppen van de treurbeuk – onze mooiste boom – worden steeds voller. Maar let op: er komt niet één blaadje uit, maar een heel takje met wel zeven blaadjes! Wat een enorme kracht en energie zit daarachter!”

Nu onze bewegingsvrijheid beperkt wordt is dit wat ons blijft, of misschien ons juist méér dan anders opmerkzaam maakt, dit lentewonder. De tuinsproeier staat aan op één van de gortdroge grasvelden. Twee merels spelen tussen de stralen door, hopend op een worm uit de vochtige aarde. Gods prachtige schepping. Hoe wonderlijk en groot, o Heer, zegt één van de psalmen.

Een ander gedicht van Gerhardt eindigt met de woorden:

“Eens is van liefde en geduld
de tijd vervuld.
Dan staat mijn stille tuin
in bloei
en elk aandachtig                                                                           
bloemgezicht
is toegericht naar u(U).

Dat wij, kleine mensenkinderen, deze verwondering behouden!