23-03-2019, Abdij van Berne Heeswijk

De ‘Nashville-verklaring’ zorgde voor heel wat beroering

In de eerste dagen van dit jaar was er in christelijk en kerkelijk Nederland de nodige ophef. Vooral binnen de gelederen van de protestantse geloofsgemeenschappen was er heel wat beroering, maar een en ander had zeker ook zijn nadrukkelijke weerslag binnen de katholieke geloofsgemeenschap. Wie de dagelijkse nieuwsberichten las of de sociale media enigszins volgde, kon er niet omheen: de nasleep van de Nashville-verklaring.

Door: Denis Hendrickx

Waar gaat het eigenlijk om?
Oorspronkelijk is het een document van evangelicale christenen in de Verenigde Staten, die zich grote zorgen maakten over het overheidsbeleid met betrekking tot homoseksualiteit en transgenders. President Obama was oorspronkelijk tegen het homohuwelijk. Mede door uitspraken van het Hooggerechtshof is in 2016 het homohuwelijk tot stand gekomen. In augustus 2017 hebben de zuidelijke baptisten tijdens een bijeenkomst in de plaats Nashville zich in een ‘statement’ hiertegen uitgesproken. De Nederlandse vertaling van dit document werd begin dit jaar gepubliceerd. Omdat de gelovigen in het manifest homoseksuele relaties afwijzen, werd het door critici al snel het ‘homohaatmanifest’ genoemd. Daarmee was de toon gezet.

De verklaring heeft als ondertitel: ‘Een gezamenlijke verklaring over Bijbelse seksualiteit’. In het document wordt omschreven hoe christenen moeten omgaan met het geloof, maar ook met zaken als huwelijk en seks. In de verklaring staat dat goede christenen homoseksualiteit altijd dienen af te wijzen. Tevens wordt gesuggereerd dat daar genezing van mogelijk is. Het manifest bestaat uit veertien artikelen.

De Nederlandse verklaring kent ruim tweehonderd ‘eerste ondertekenaars’. Daaronder zijn (oud-)predikanten van verschillende kerkelijke stromingen en prominenten van met name de orthodox-protestantse kerk. Ook de politicus en SGP-leider Kees van der Staaij heeft de verklaring ondertekend en was zeker in de eerste dagen een favoriet mikpunt. Veel mensen hebben met afschuw gereageerd op de politicus. “Een Tweede Kamerlid dat een verklaring tekent die indruist tegen de grondwet en tegen de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens, hoort niet thuis in ons parlement”, klonk het.

Allerlei reacties
De heftigheid van veel reacties is uitermate betreurenswaardig te noemen. Ik ben er best wel van geschrokken. Al direct word je in een kamp ingedeeld van voor- of tegenstanders en dat kan dan vaak heel erg ver gaan. Wie niet tekent is verdacht, maar dat geldt in de discussie direct ook weer omgekeerd. Die harde standpuntbepalingen hebben er toe geleid dat eigenlijk maar weinig over de echte achtergronden werd gesproken. Uitwisseling rond een Bijbelse visie op homoseksualiteit bleek in veel gevallen niet echt mogelijk.

Onmiddellijk werden grote woorden gebruikt als homohaat en discriminatie. Ook uit veel mediaberichten moet jammer genoeg de conclusie worden getrokken dat er sprake is van een zekere vooringenomenheid: een christelijke of kerkelijke achtergrond, dat zal dus wel achterhaald en verkeerd zijn. Een open uitwisseling, waar wederzijds begrip de boventoon kan voeren, heeft met dit alles weer een gevoelige deuk opgelopen. Het hoofdbezwaar is, dat je de verklaring zelfs zo kunt uitleggen dat je geen homo mag zijn en dat je naar genezing van je homoseksualiteit moet streven. De harde en vaak ongenuanceerde reacties hebben velen in hun gevoelens gekrenkt en hebben gezorgd voor de nodige angst. Word je straks nog aangenomen op een christelijke school als je deze verklaring niet tekent? Wat ervaart een homojongere die worstelt met zijn gevoelens als hij de handtekening van zijn predikant op de lijst ziet staan? En zo vallen er nog heel wat vragen ‘als gevolg van’ te formuleren welke een grote impact kunnen hebben op concrete mensen. Premier Mark Rutte vond het zelfs nodig om in een open brief aan alle Nederlanders te reageren. “In Nederland is geen plaats voor mensen die onze fundamentele waarden en (homo)rechten niet erkennen”, zo formuleerde hij. En de partijvoorzitter van het CDA was ook bijzonder helder: “Waar liefde is en zorg voor elkaar, daar is God. Zo geloven en kerk zijn is voor mij helder belijden. De Nashville-verklaring staat daar haaks op. Voor mij en vele anderen”, zo reageerde Ruth Peetoom.

Ds. René de Reuver, scriba van de generale synode, betreurde de naar ons land overgewaaide verklaring. Hij acht het document theologisch eenzijdig en pastoraal onverantwoord. “Ze is daarom niet dienstbaar aan het gesprek in gemeenten over gender, seksualiteit en zegen. Dit gesprek is sowieso niet gediend met verklaringen en statements over en weer, maar komt alleen verder als het op een veilige manier wordt gevoerd op de plek waar het thuishoort, namelijk in de plaatselijke geloofsgemeenschap zelf. Het kan alleen in een open houding waarin ruimte is voor ieder om zich uit te spreken en gehoord te worden”. In zijn verklaring wordt verwezen naar een recente uitspraak van de generale synode van de protestantse kerk dat in de kerk van Jezus Christus iedere mens als beelddrager van de schepper, aangeraakt door de liefde van Christus, van harte welkom is en zich thuis mag voelen.

Vanuit en binnen de katholieke kerk
Velen hebben in die eerste januaridagen van dit jaar een katholiek geluid van met name onze bisschoppen gemist. En het onderwerp is toch niet nieuw! In april 1979 vroeg de toenmalige bisschop van ‘s-Hertogenbosch al aandacht in zijn brief over ‘de homofiele mens’. Hij schreef toen onder andere: “Een homofiel is ook een mens. Natuurlijk. Hij wordt dus door God evenzeer met liefde benaderd als wie dan ook. Hij hoort bij de kerk, als hij dat wil. Wie erop uit is Gods boodschap naar best vermogen te verstaan en te beleven, hem zal de Heer nabij zijn, in goede en kwade dagen. De boodschap van de Heer over Gods liefde en barmhartigheid voor allen, zal niets kunnen bieden, zelfs niet verstaan kunnen worden, als zijn volgelingen harder willen zijn dan Hij. Zij, die zeggen Christus’ boodschap te willen dragen en uitdragen, moeten proberen in hun omgaan met medemensen, Gods ieder omvattende, barmhartige liefde in alle omstandigheden voor allen tastbaar te maken”.

Kerkelijk spreken en de beleving van velen kenden en kennen een diepe kloof. Een en ander leidt niet zelden tot onbegrip, boosheid en verdriet. Het ergste is om dan de deur dicht te gooien en de hakken in het zand te zetten. We mogen ons er niet aan onttrekken om de dialoog te blijven zoeken, hoe moeizaam die vaak ook verloopt. Het vraagt volgens mij dan ook de nodige voorzichtigheid om een waardeoordeel uit te spreken over seksuele geaardheid, over het huwelijk of andere levensverbintenissen. Zo een terughoudendheid lijkt me noodzakelijk wil er een veilig en open gesprek gevoerd kunnen worden over seksualiteit en gender.

Over het algemeen genomen denk ik dat bijvoorbeeld homoseksuele relaties meer respect en een genuanceerder oordeel verdienen dan uit de taal van kerkelijke documenten blijkt. De kerk zou haar defensieve houding moeten doorbreken. Het past naar mijn bescheiden mening om te kiezen voor erkenning van samenlevingsvormen waar de kerk in haar officiële spreken tot op heden nog moeizaam mee omgaat: homo’s, gescheidenen en ongehuwd samenwonenden. Het past om relaties van homo’s en lesbiennes te erkennen, inclusief het binnen dergelijke relaties opvoeden van een kind. Het zou de kerk sieren als ze nadrukkelijk en openlijk tot het besef zou komen dat homorelaties positieve kwaliteiten hebben, die de kerk kan erkennen en zou kunnen inzegenen.

Denis Hendrickx is abt van de Abdij van Berne. Bovenstaande foto werd gemaakt door Ted van Aanholt.

Bent u door het lezen van dit artikel, dat eerder werd geplaatst in BERNE (maart 2019), geïnteresseerd geraakt in BERNE, vraag dan een abonnement aan bij: secretariaat@abdijvanberne.nl. Of bij het secretariaat van de Abdij van Berne, Abdijstraat 49, 5473 AD in Heeswijk. Losse exemplaren vindt u ook in Berne Boekhandel in de Abdij/Priorij de Schans/ Priorij de Essenburgh/Sint Catharinadal en in de verschillende parochies van de Norbertijnen.