06-10-2018, Abdij van Berne Heeswijk

Misbruik blijft de gemoederen bezighouden

depression-2912424_640

Sinds de verschijning van het misbruikrapport uit Pennsylvania, de toespraken van Paus Franciscus tijdens zijn bezoek aan Ierland en de bekendmaking van een groot onderzoeksrapport naar misbruik binnen de katholieke kerk in Duitsland, blijkt weer nadrukkelijk hoe gehavend onze kerk is. Het lijden van de vele slachtoffers is groot.

Door: Denis Hendrickx

Er verschijnen heel veel publicaties en commentaren. Dat is goed, want transparantie is van uitermate groot belang, maar er wordt wel heel veel gesuggereerd. Met velen trek ik als conclusie om trouw te blijven aan beproefde principes, aan een beproefd geloof en zelf niet doen, wat ik wil dat anderen mij niet zullen doen: smaden, verdraaien of misbruiken, bijvoorbeeld om tendentieus nieuws te verspreiden.

De conservatieve tegenstanders van paus Franciscus grijpen het seksueel misbruik aan om de paus aan te vallen. Dat er binnen de RK-hiërarchie zo’n harde aanval op de paus wordt gedaan is ongekend. Mijn vraag daarbij is dan ook: ‘Is het uitgerekend nu het moment om innerlijke verdeeldheid te onderstrepen‘?

Velen, waaronder onze eigen bisschop Gerard de Korte, hebben in allerlei toonaarden laten weten dat het recente nieuws veel pijn en verdriet bezorgt. Ze getuigen ervan dat in deze crisisdagen onze verbondenheid met de Kerk op de proef wordt gesteld. Onze bisschop zegt daarover:
’Mag ik u vragen om juist nu het lastig is, trouw te blijven? Nu wij voor de Kerk een uitermate moeilijke tijd beleven, kan niemand worden gemist. Laten wij in deze duistere dagen dicht bij Christus blijven, ook door allen, die het moeilijk hebben, nabij te zijn. Wij hebben in deze tijd behoefte aan katholieken, die ondanks alles, hun geloof blijmoedig beleven.’

De generaal overste van de Jezuïeten formuleerde het begin september als volgt: ‘de verwarring, de teleurstelling, de woede, het gevoel van machteloosheid en de spirituele troosteloosheid, die deze situatie losmaakt in vele leden van het volk van God en bij anderen over heel de wereld, vragen om een moedige hernieuwing van ons geloof, die ruimte schept voor wat ons vandaag onmogelijk lijkt’

Religieuzen, priesters en bisschoppen zijn in het recente verleden ontrouw geweest aan hun roeping. Ze hebben misdrijven gepleegd en levens van mensen ernstig beschadigd. Door hun gedrag hebben zij mensen niet bij God gebracht maar in veel gevallen het geloof van mensen op de proef gesteld of zelfs gedoofd. Dat vormt een reden tot diepe schaamte.

Daar kan en wil ik niets aan afdoen. En toch raak ik ook geïrriteerd als ik moet ervaren dat een onwelwillende houding groeiende is ten opzichte van de RK kerk door de media met ingezonden brieven, berichten en eigen redactionele commentaren. Zo meldt b.v. de NRC als feit: ‘Gijsen pleegde tussen 1958 en 1961 ontucht met twee jongens’. Daarmee negeert de krant een latere uitspraak (18 april 2018) van de rechtbank Gelderland die dit ‘feit‘ van tafel veegt. De rechter verklaart dat herziening van het proces tegen Gijsen ‘onrechtmatig‘ was, dat het bewijs ‘ontoereikend’ was en dat het authentiek verklaren van de beschuldigingen van de klager ‘onbegrijpelijk ’was. Dat de krant met geen woord over deze uitspraak rept, tekent de houding van de pers in de afgelopen jaren. Het verwijt dat de rechtbank Gelderland de klachtencommissie van Beheer en Toezicht maakt, geldt één op één voor de landelijke pers: er bestaat ‘vooringenomenheid ten gunste van de klagers en ten nadele van de aangeklaagden’ en men voert ‘partijdige geschillenbeslechting‘. Nuances en aandacht voor de context en de omstandigheden van de (verleden) tijd waarin de klachten speelden, ontbreken in het merendeel van de publicaties. Een tegengeluid wordt zelden gehoord.

Dat de Kerk de afgelopen twee eeuwen ten grondslag heeft gelegen aan de opbouw van het onderwijs, de ziekenzorg, de opvang van verslaafden, daklozen, opvang van moeilijk opvoedbare kinderen, verstandelijk gehandicapten en mensen die in de maatschappij geen plaats vonden, ver voordat de staat zich over deze zaken ontfermde, dreigt langzaam maar zeker uit het collectieve geheugen te verdwijnen. Ten onrechte, want zoals het misbruik door enkelen gepleegd – hoe kwalijk, verwerpelijk en schandelijk ook –   in de beoordeling van de Kerk mag toch niet vergeten worden, dat ook de goede werken voortdurend onder de aandacht blijven.

Wat ik hoop, verlang en vraag is, om zelf trouw te blijven waar anderen vervielen in ontrouw, naast alle genoegdoening die ook gevraagd wordt.

De vraag voor mij is hoe ik op een goede manier betrokken kan zijn bij de slachtoffers. Dat plegers verantwoording moeten afleggen, staat buiten kijf. Dat dat moeilijke processen met zich meebrengt ook. Maar ik mag er in dit spanningsveld mijn eigen solidariteit niet voor opgeven en niet mee gaan huilen met de wolven in het bos.

Denis Hendrickx is abt van de Abdij van Berne in Heeswijk-Dinther. Bovenstaand artikel werd eerder geplaatst in ‘Stukwerk’ (oktober 2018).