21-10-2019, Abdij van Berne Heeswijk

Missie toen en nu

Gistermiddag openden abt Denis Hendrickx en pastor Arockiadoss o.praem. in de Abdijkerk in Heeswijk-Dinther een tentoonstelling over het Norbertijnse missiewerk in India. Hieronder vindt u de tekst van de bijdrage van abt Denis Hendrickx.

Door: Denis Hendrickx

De katholieke kerk heeft een enorme missionaire dynamiek ontwikkeld in de periode na de vele verwoestingen van de Napoleontische oorlogen. Het is de periode van de meest succesvolle missie-initiatieven in de geschiedenis van de Kerk. Veel van de grote missiecongregaties werden gesticht in het midden van de 19e eeuw. Ze stuurden duizenden missionarissen uit over de hele wereld, ze verkondigden de boodschap van Jezus en stichtten nieuwe kerken, vaak onder de moeilijkste omstandigheden. Helaas was de verkondiging van de Blijde Boodschap binnen de koloniale context vaak ook gekleurd en verwrongen door de overtuiging dat de Europese cultuur superieur was.

Nationalistisch denken lag ten grondslag aan de catastrofe van de Eerste Wereldoorlog. Dat dreef Paus Benedictus XV ertoe om in 1919 de missie encycliek ‘Maximum Illud ‘ te schrijven. Hij moedigde de Kerk aan  om zich opnieuw te engageren voor een universele missie, bevrijd van de historische last van kolonialisme en van alle drang om grondgebied in bezit te nemen.

Honderd jaar later roept paus Franciscus een ‘Buitengewone Missiemaand’ uit. Als christenen leven we in een tijd van grote veranderingen. Waardesystemen worden in twijfel getrokken. Gelovigen voelen zich uitgedaagd door een geseculariseerde cultuur. Op veel plekken in de wereld staan christenen bloot aan vervolging. Binnen deze historische context worden wij uitgenodigd om ons gezamenlijk te bezinnen op betekenis en praktijk van de huidige missie. We worden uitgedaagd tot een vernieuwing van onze inzet voor de missie.

De Paus roept nu op tot een andere missionering. Hij spoort ons aan een evangeliserende gemeenschap te worden, een Kerk die naar buiten gericht is, met open deuren en een open hart. Onze missie is het evangelie brengen, maar dit moet uitgezuiverd worden van elk koloniaal denken. De Kerk is van en voor alle volkeren. Welke christen willen we zijn en worden? En hoe willen we dat uitdragen? Het is in onze cultuur niet zo eenvoudig in deze tijd om ons christen-zijn uit te drukken. Geloof is iets heel individueels geworden, we vinden nog moeilijk de woorden om erover te spreken.

Veranderingen in missionair denken en doen
Het Tweede Vaticaans Concilie heeft ons theologisch begrip van de missie van de kerk en van elke christen verdiept. Een missie hebben betekent gezonden te zijn om een bepaalde taak te vervullen. Missionarissen zijn mensen aan wie een bepaalde zending is toevertrouwd. De missie die ons christenen is gegeven vloeit voort uit een groot liefdesverhaal. Krachtens het ontvangen doopsel is ieder lid van het Volk van God missionaire leerling geworden. Iedere gedoopte, wat zijn functie in de Kerk en het niveau van de vorming in zijn geloof ook is, is een actief subject van evangelisatie.

Paus Franciscus geeft in zijn boodschap voor de ‘buitengewone missiemaand’ aan dat de nieuwe evangelisatie een nieuwe belangrijke hoofdrol van ieder van de gedoopten moet inhouden.

In enkele punten pakt hij zijn gedachten in deze samen:

– Ik hoop dat alle gemeenschappen het nodige zullen doen om verder een weg van pastorale en missionaire bekering te gaan, die de dingen niet op hun beloop laat. Louter administratie kan niet langer voldoende zijn. Laat ons alle streken van de wereld in een permanente staat van missie brengen.

– Vrees niet om een missionaire keuze te maken, die alles kan omvormen. En wel zo dat gebruiken, levensstijlen, werkroosters, taal en elke kerkelijke structuur meer de evangelisatie van de hedendaagse dienen dan zichzelf.

– De structurele hervorming die voor de pastorale vernieuwing noodzakelijk is, kan slechts in die zin begrepen worden: maken dat onze gemeenschappen meer missionair worden, dat de gewone pastoraal op alle vlakken wervender en opener wordt, dat ze al wie pastoraal werkzaam is, constant naar buiten gericht houdt, en zo het positief antwoord bevordert van allen  aan wie Christus zijn vriendschap aanbiedt.

Het is goed om ons voortdurend te realiseren dat missie de eeuwen door altijd heeft ingehouden om getuigen te zijn met eigen leven. De missionaire dynamiek en aantrekkingskracht van de Vroege Kerk in Jeruzalem steunden op de onverschrokken prediking van de apostelen, de heldhaftige moed van de martelaren en het intense gebedsleven en de solidariteit van de eerste christenen, zoals ook aangegeven in het boek van de Handelingen van de apostelen (2,4.7)  Ook in de geschiedenis van de christelijke missie is het vooral het levensgetuigenis van individuele christenen en van de geloofsgemeenschap dat mensen bracht tot Jezus en zijn boodschap. De moed van de martelaren in het bijzonder heeft mensen overtuigd van de kracht en waarheid van de boodschap van Jezus Christus. Zij waren bereid te lijden en te sterven voor hun geloof. “Het bloed van de martelaren is het zaad van de christenen”, zegt de kerkvader Tertulianus. Dit geldt niet alleen voor de vroege kerk, maar ook in onze tijd. Nooit zijn er in de geschiedenis zoveel christenen gediscrimineerd en vervolgd als in onze huidige tijd.

De oorlogen en misdaden die in de geschiedenis gepleegd werden in naam van het geloof, en ook het huidige schandaal van seksueel misbruik door kerkelijke vertegenwoordigers, hebben de missie van de Kerk en haar geloofwaardigheid zwaar aangetast. Verklaringen en excuses volstaan niet om de schade te herstellen. Alleen de getuigenis van een echt evangelisch leven door christenen en christelijke gemeenschappen kan de boodschap van Christus weer geloofwaardig maken.

Geloof dat niets meer te bieden heeft dan vrome woorden en theologische inzichten is dood. Jezus waarschuwt zijn leerlingen die ‘Heer, Heer roepen, maar niet de wil doen van zijn Vader’ (Math 7, 21-23 ). De brief van Jacobus veroordeelt gelovigen die ‘de armen minachten’ en weigeren hen te geven wat zij nodig hebben om ook te leven. ‘Zo is het geloof zonder zich in daden te uiten dood.’ (Jacobus 2,17 )

De missie van de Kerk is altijd gericht op de gehele persoon: lichaam, geest en ziel. Overal waar missiecentra werden opgericht, kwamen ook klinieken, scholen en andere vormen van sociale ondersteuning. Dit was geen truc om mensen te trekken, maar een uitdrukking van de wens Jezus voorbeeld te volgen. Zijn missie was om de Goede Boodschap te verkondigen aan de armen, blinden hun zicht te hergeven en gevangenen en onderdrukten te bevrijden (vgl. Lucas 4, 18-19).

Het concilie heeft ons inzicht in de christelijke verantwoordelijkheid voor de wereld verdiept. Evangelisatie is niet alleen meer gericht op de bekering van individuen. Het Evangelie is bedoeld om culturen en sociale structuren en de gehele menselijke realiteit te doordringen en veranderen. De inzet voor ontwikkeling en sociale rechtvaardigheid, voor vrede en het bewaren van de schepping maakt deel uit van de missie van de Kerk en van alle leerlingen van Jezus. Die drang moet de inhoudelijke en praktische vertaling zijn van datgene wat diep verankerd zit in iedere mens. Mensen zijn sociale wezens die voortdurend met anderen willen delen wat hen bezig houdt en wat ze ontdekt hebben. Zending betekent dat we deze natuurlijke drang beantwoorden en onze ervaringen en verhalen over het goede leven delen; dat we spreken over onze hoop, onze blijdschap en wat ons overeind houdt. Iedereen kan op eigen manier werken aan missie met de eigen talenten. Ook Jezus stuurde immers zijn leerlingen in groepjes erop uit. De een voelt zich meer geroepen om te verkondigen, de ander om mensen praktisch te helpen. Waar het om gaat is te beseffen dat ieder vanuit eigen talenten een waardevolle bijdrage kan leveren aan de zending van de kerk.

Missie in deze onze tijd vraagt van ons een groeiend bewustzijn te beseffen dat het gaat om de evangelische missie van ons allemaal. Daarbij hoort een begrip als barmhartigheid, maar ook gerechtigheid en liefde. Menselijke  waardigheid is de kern geworden van onze missie. Daarnaast zijn we hoeders van de schepping en zullen wij meer en meer serieus werk moeten gaan maken van het behoud van die schepping. Of we nu in het rijke westen wonen of in de derde wereld: de toekomst van een begrip als missie zie ik dan ook in de wederkerigheid van de wereldbevolking ten opzichte van elkaar. Missie heeft dus natuurlijk toekomst. Maar omdat de wereld snel verandert, zal ook de missie veranderen. En dat alles in het licht van het evangelie waarin ieder mens mag opbloeien in relatie tot God. Nieuwe thema’s zullen worden opgepakt. Geloofsverkondiging in eigen land, verbondenheid tot stand brengen in onze multiculturele en multireligieuze samenleving. Een nieuwe generatie missionarissen zal de hand aan de ploeg slaan: geëngageerde leken, jonge religieuzen uit binnen- en buitenland, leden van lekenbewegingen. Gebruik van sociale media zal een grotere rol spelen.

Welke kant het precies zal uitgaan, weet niemand. Maar we mogen, kunnen en moeten blijven geloven dat de Heilige Geest mensen blijft inspireren om het evangelie in woorden en daden te verkondigen. Het lijkt me dat missie in de toekomst blijft zoals die altijd al is geweest, slechts de manier van werken verandert en het omvat de hele wereld met veel minder eenrichtingsverkeer en veel meer wederkerigheid.

Ik dank u.

Foto’s: Harry Hüsken