Preek op de 19e Zondag door het jaar

Zondag 11 augustus 2019, jaar C
Door: Joost Jansen o.praem.

Lezingen: Wijsheid 18,6-9; Hebreeën 11,1-2.8-12; Lucas 12,32-48

‘Waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn.’ Ieder jaar bij de fietsenzegen aan het begin van het wielerseizoen (begin maart) krijgen de ongeveer 300 wielrijders en wielrenners een spreuk mee op een kaartje ter herinnering. Ik weet nog goed dat ik ’n jaar deze spreuk van Jezus heb genomen. Een wielrenner reageert: ‘Dan ben ik snel thuis!’ Ik feliciteer hem! Zijn hart ligt thuis, daar is zijn schat, waarschijnlijk ook zijn ‘schatje’ en zijn kinderen. Het is belangrijk om te weten waar je hart ligt. Niet alleen spiritueel, ook de plek.

Ik ben gisteren thuisgekomen van een verblijf van drie weken bij medebroeders in een Zuid Franse bedevaartsplaats: Conques. Iedere avond in deze periode herbergen de zeven norbertijnen van de priorij ongeveer negentig pelgrims. Er zijn enkelingen, er zijn stelletjes, er zijn families met kleine kinderen, soms met een ezel die het ritme aangeeft voor het hele gezin. Ik merk hoe verschillend de ervaringen zijn: aan de ene kant mensen die innerlijk verloren lopen en dan maar op weg gaan in de hoop ergens een basis te vinden, en aan de andere kant mensen – en met name de gezinnen – die de Camino naar Santiago de Compostela gebruiken om de teamgeest in het gezin te voeden, om hun huis meer een thuis te laten zijn. De eerste zijn gedurig op weg, als ze weer thuis zijn plannen ze alweer het volgende vertrek. Soms denk ik: wie zal, als ze oud zijn, zich om hen bekommeren? Waar ligt je hart, ook plaatselijk? Je kunt niet alles verspiritualiseren…

Is het dan zo belangrijk dat je ergens een thuis hebt? Er zijn beroepspelgrims waarvan de enige drive is om te getuigen dat mensen hier op aarde geen vaste woon- of verblijfplaats hebben en slechts de hemel hun thuis is. Het zijn uitzonderingen, de heilige Benoît Joseph Labre is er een. De meeste anderen zijn vaak mensen die door omstandigheden onder de bruggen terechtkomen of in een kortstondig verblijf bij het Leger des Heils. Natuurlijker is het dat je werkt aan een plek waar je thuis bent, waar je hart ligt.

Hoe werk je hieraan? Hoe richt je je leven zo in dat waar je schat is ook je hart is? In de twee andere lezingen wordt ons verteld van de uittocht op weg naar het beloofde land, van Abraham die met een belofte leert leven, zijn invulling van geloven. Beloofde land, belofte: het is een constante in het verhaal van ons geloof. Belofte: je ziet het doel van je weg nog niet maar het richt wel je doen en laten, je gang door het leven. Daar waar je uiteindelijk thuis komt. En deze belofte staat vandaag onder druk, ook in gezinnen en in gemeenschappen. Wil ik hier nog wel zijn?

Wat lees ik verder in die oude geschriften? Dat de ‘kinderen der vromen’ trouw waren in het waken rond de verhalen van belofte en dat ze het offer vierden; dat Abraham geen stap oversloeg in het laten groeien van zijn geloof; dat de dienaar in het evangelieverhaal trouw blijft waken totdat zijn Heer komt. Dat is laten zien waar je schat is, dat is werken aan je hart. En wat levert het op? Evenwicht, rust (ik zou bijna willen toevoegen: reinheid en regelmaat). Dat waar je schat is ook je hart ligt. Ik ken iemand die toen hij hoorde dat hij nog maar enkele maanden te leven had, tegen de specialist zei: ‘Ik heb een boeiend leven tot nu toe. En ik weet waar ik naar toe ga.’ Zo iets verzin je natuurlijk niet op dat moment, het is de vrucht van een goed omgaan met de schat en met je hart, een leven lang.

Maar wat is dan die schat? Ik denk dat jullie dat wel willen weten. Helaas: Jezus geeft geen duidelijkheid. In het evangelie heeft Hij het verschillende keren over ‘schat’ en ‘hart’ zonder specificatie. Dat is zo bedoeld, denk ik. Het is aan ons, met onze vrije wil en onze creativiteit, om hier invulling aan te geven. Mijn schat? Ik hoop dat met de grootse plannen die wij als abdij voor de toekomst hebben, we werken aan gemeenschap, onderling en met de kringen rond de abdij. Zonder gemeenschap geen toekomst. Ligt daar ons hart? Of gaat het slechts om ‘mijn’ hart waar een ander maar vanaf moet blijven?

‘Waar mijn schat is, daar zal ook mijn hart zijn.’ ‘Dan ben ik snel thuis’, zei de wielrenner. Maar eerst moest hij nog wel 100 kilometer fietsen. De tocht geeft inhoud aan je ervaring.