Preek op de 1e Zondag van de Advent

Zondag 1 december 2019, jaar A
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.
Lezingen: Jesaja 2,1-5; Romeinen 13,11-14; Matteüs 24,37-44

Als je de evangelie van vandaag erg letterlijk in je opneemt dan is het helemaal niet zo verwonderlijk dat er een schok over je heen komt. Je vraagt je in dat geval af: wat gebeurt er toch allemaal.

Het evangelie van deze dag laat je niet onberoerd. Ofwel je wil het niet accepteren, je komt als het ware in opstand omdat je niet kunt en ook niet wilt begrijpen dat de komst van Jezus verdeeldheid en scheiding brengt. Ofwel (en dat is dan die andere kant) probeer je te lezen wat er achter de woorden van Matteüs zit en ontdek je misschien ook voor jezelf een boodschap, die je uitdaagt om anders te gaan leven.

De beelden die Matteüs gebruikt schrikken misschien aan de ene kant wel af, tegelijkertijd maken ze toch ook duidelijk waar het om gaat. Is het niet zo dat heel het evangelie immers eigenlijk een en al oproep is om eindelijk wakker te worden en met open ogen te kijken naar wat er rondom ons gebeurt. “Weest waakzaam” staat er. Durf te zien waar mensen in nood zijn en probeer er iets aan te doen. Heb oog voor de armen en kleinen. Eigenlijk kan het niet duidelijker geformuleerd worden. Wie op weg wil gaan, wie onderweg wil zijn naar Kerstmis, naar het nieuwe leven, zal om zich heen moeten kijken zonder oogkleppen en met een wakkere geest. De reclame en de media lijken ons het tegenovergestelde wijs te maken. Juist in deze dagen van voorbereiding op Kerstmis willen zij ons doen geloven dat de waarde van ons leven te koop is, als koopwaar in huis te halen is. En het begint steeds vroeger. De commercie van black Friday – ook al weer overgevlogen uit Amerika – opent als het ware de periode. Geluk valt te verzekeren met koopkracht in de supermarkt. ‘Niks daarvan’ zegt Jezus, ‘wordt wakker. Je bent al te lang ingeslapen! Je zult mij niet vinden op de beurs van Amsterdam of New York, Ik ben niet te koop op al die kerstmarkten. Open je ogen en misschien herken je mij in de glimlach van een kind of in de ogen van een zieke.’

In de periode van voorbereiding op Kerstmis wordt ook telkenjare weer een evangelische oproep gedaan om verbondenheid te tonen met concrete projecten. We mogen immers onze ogen niet sluiten voor het wereldwijde, voor de bijna kosmische strijd tussen goede en slechte krachten. En ieder van ons moet telkens opnieuw partij kiezen, nooit is er rust. Hoe gaan wij om met moeder aarde? Buiten wij haar uit voor eigen gewin of behoeden wij haar voor onszelf en voor hen die na ons komen? Hoe verhouden wij ons tot de vreemdelingen, sluiten wij hen uit of staan wij open voor hen? Wat precies bepaalt onze politieke keuzes, onze houding op de werkvloer en onze inzet in het kleien samenlevingsverband van gezin of gemeenschap: ons eigen klein belang of het gemeenschappelijke belang?

De overwinning van het goede, het zegevieren van het recht en het heersen van vrede zijn nooit vanzelfsprekend en voorgoed, ook niet in onszelf. Steeds opnieuw moeten we ons omkeren naar het goede, ons verlangen daarnaar aanspreken en onze krachten daarvoor mobiliseren. Dit jaar zijn in het kader van de landelijke adventsactie weer een aantal projecten gekozen om onze daadwerkelijke betrokkenheid te kunnen laten tonen: In El Salvador, In Niger, In Peru, In Somalië. Op de tweede en vierde adventszondag zullen we hiervoor een speciale deurcollecte houden.

Zo wordt geprobeerd verbondenheid zichtbaar te laten zijn. Een van de vele voorbeelden van acties om het gezichtsveld te verbreden en te ervaren dat heel de boodschap van het evangelie aanstuurt op een andere manier van leven en samenleven. Onze betrokkenheid, de uitnodiging van dat kind dat komen gaat, staat of valt met onze verbondenheid met kleinen en ontrechten. Als we in de voetsporen van Jezus willen gaan, kunnen we toch niet anders.

Gelukkig duurt de advent vier weken en krijgen wij dus nog even de tijd om die oproep uit het evangelie tot een eigen levenskeuze te maken, om dat voorbeeld van Jesaja, dat visioen zoals verwoord in de eerste lezing, mee tot waarheid te maken. Als we ons hart openstellen voor de zorgen en de vragen van de ons omringende wereld, als we oog hebben voor het verdriet en de pijn van mensen om ons heen, zal er in onze herberg wel een bed vrij zijn en zal het kleine kind zich kunnen warmen aan onze solidariteit.

Intussen kunnen we ons warmen aan de eerste kaars van de adventskrans. Maar pas op! Staat er niet op elke verpakking van kaarsen te lezen dat je met vuur voorzichtig moet omspringen? Een kort moment van onoplettendheid kan voldoende zijn om een romantisch moment om te laten slaan in een allesvernietigend drama. We kennen de verhalen maar al te goed. Indachtig deze vergelijking zouden we misschien vandaag mogen zeggen: dat eerste licht, die eerste vlam, het lijkt allemaal nog zo weinig, maar… je kunt er heel wat mee in vuur en vlam zetten. Word wakker en blijf het. Laat de kansen die je krijgt niet zomaar voorbij gaan.

Wees waakzaam, begeef je op weg door je voeten in de goede richting te zetten, laat je handen wapperen, doe wat er gedaan met worden. Dan zal het koninkrijk komen en zal het er zijn voor je er helemaal erg in hebt.