Preek op de 20e Zondag door het jaar

Zondag 18 augustus 2019, jaar C
Door: Joost Jansen o.praem.

Lezingen: Jeremia 38,4-6.8-10; Hebreeën 12,1-4; Lucas 12,49-53

Welk vuur is Jezus op aarde komen brengen? Er is op het ogenblik voldoende vuur dat gretig om zich heen grijpt: de toendra’s in Siberië of de moeilijk beheersbare branden van grote stukken bos op vele plekken van onze moeder aarde. Vuur kan erg verwoestend zijn. Dat is het toch niet wat Jezus bedoelt? Toch wil ik dit niet helemaal uitsluiten. Wie met vuur omgaat, weet niet altijd hoe het zal uitpakken. Aan het spelen met vuur kleeft altijd ergens een risico.

Ik weet heus wel dat de bedoeling van dit stukje uit de Blijde Boodschap van Jezus niet onmiddellijk gaat over bosbranden. Toch is zijn boodschap ‘heavy’. Het gaat wel over ‘er op of er onder’, er is weinig ruimte voor gesjoemel. Wie eenmaal geraakt is door het virus van de Blijde Boodschap is zijn leven niet meer helemaal zeker, zo wordt ons voorgehouden in het evangelie. Trouwens, in de eerste lezing heeft de profeet Jeremia het ook niet gemakkelijk. Hij heeft zich geregeld willen terugtrekken in een wat comfortabeler bestaan. Toch moet hij wel ingaan op de stem van God, hij kan niet anders. ‘Hier sta ik, ik kan niet anders’, zal Luther later hem nazeggen.

Veel mensen zullen bij het horen van deze ferme taal zeggen: kan het niet wat rustiger? Ik doe toch mijn best, wij zijn toch ook mensen… Ja, dat zijn we. We zijn mensen. We zijn echter een bepaald soort mensen. Wij zijn gedoopte mensen, gevormde mensen, mensen door God bemint. En wanneer je eenmaal hebt ervaren door iemand bemind te zijn, dan verandert dit je leven. Ik kan die ferme taal van Jezus alleen maar tot me toelaten wanneer ik me zelf er bewust van ben dat het gaat om verbondenheid, diepe verbondenheid die zo ongeveer gelijk staat met liefde.

U zult allemaal wel eens verliefd zijn geweest, misschien wel meerdere keren. Dan brandt er een vuur in je. Je oordeelsvermogen gaat wat achteruit. Gelukkig is verliefdheid van voorbijgaande aard, het zal snel tot een eerste vorm van liefde moeten komen wil het gezond blijven. Maar dat vuur… dat vuur vergeet je niet meer. Dat is goed want het is belangrijk dat je je bewust blijft van de ervaringen van de oorsprong. Dat doet trouwens de Bijbel ook, steeds maar weer terug naar de eerste hoofdstukken van het boek Genesis: schepping, de mens, man-en-vrouw, het mysterie van het kwaad. Zo is het allemaal begonnen. Zo begint iedere duurzame liefdesrelatie.

Maar zo begint ook vaak de verwarring… Jezus heeft het over ‘verdeeldheid’. Wie een keuze maakt, zegt ‘ja’ op iemand en wat die iemand vertegenwoordigt. Tegelijkertijd zeg je ook ‘neen’ op een massa andere mensen, andere mogelijkheden. Dat geeft in eerste instantie geen vrede. Toch blijft de vrede het doel, we hoeven het evangelie van Jezus maar door te bladeren. Waarom dan de nadruk op verdeeldheid? Omdat dit gewoon gebeurt! Heldere toewijding aan die Blijde Boodschap roept aversie op, vaak vanuit jaloezie. Onbekommerd uitkomen voor het feit dat je van Jezus bent, roept weerstand op. Ik zie het gebeuren. Tijdens mijn drie weken in Frankrijk met de grote groepen jongeren die een stukje van de weg van Jakobus gaan, hoor je hoe ze weerstand ondervinden wanneer ze zingen en bidden dat ze van Jezus zijn. Ze blijven er prettig onder. Humor helpt dan. Ook om te kunnen relativeren. Om alles wat je meemaakt in relatie te brengen met die boodschap van Jezus.

Laten we bidden om dat vuur, die vurigheid. Velen in onze kerken zijn wat uitgeblust, ze praktiseren nog wel, een beetje, soms wat. Vaak zijn ze er zelf niet gelukkig mee. Laten we bidden om dat vuur van het begin, het enthousiasme van de oorsprong. Laten we er op vertrouwen dat we dan gezicht geven aan God in onze samenleving. Ja, gezicht geven aan God door ons vurig enthousiasme. ‘Vuur ben ik op aarde komen brengen’, zegt Jezus, ‘en hoe verlang ik dat het reeds oplaait!’ Leeft dit vuur bij ons?