Preek op de 21e Zondag door het jaar

Zondag 26 augustus 2018, jaar B
Door: abt Denis Hendrickx o.praem.

Lezingen: Jozua 24,1-18b; Efeziërs 5,21-32; Johannes 6,60-69

In het evangelie van vandaag hoorden we Jezus zojuist zeggen: ‘de woorden die ik tot u gesproken heb, zijn geest en leven’. In de afgelopen weken hebben we kunnen vernemen hoe Jezus telkens beelden gebruikte van brood, maar wanneer Jezus dan probeerde om de diepere betekenis van zo’n teken duidelijk te maken, dan raakten de leerlingen in twijfel. En ook vandaag is het weer hetzelfde. De Joden blijven morren over Jezus omdat het voor hen gewoon onmogelijk is dat iemand van zichzelf zegt dat hij brood is om van te leven. En blijkbaar neemt die weerstand ten opzichte van Jezus met de dag nog toe. In de evangelie van vandaag horen we hoe zelfs de eigen leerlingen van Jezus beginnen te twijfelen. De aanvankelijke sympathie is aardig bekoeld. In plaats van Hem te volgen nemen ze enige afstand. Zijn oproep om heel hun leven in dienst te stellen van God en hun medemensen, lijkt hun teveel gevraagd: ‘Dat zijn harde woorden, Wie kan daar nog naar luisteren? De taal van Jezus stuit zichtbaar en voelbaar tegen de borst. En één voor één keren ze hem de rug toe.

En toch, zo blijkt wordt Jezus niet kwaad of opstandig. Jezus juicht het duidelijk toe als blijkt dat mensen een eerlijke en persoonlijke keuze maken, of het nu voor of tegen Hem is. Het is Petrus die enigszins ondersteboven lijkt van de vrijheid die Jezus hem geeft. ‘Maar Heer, naar wie zouden wij gaan? in uw woorden vinden wij eeuwig leven. De ruimte die Jezus geeft wordt door Petrus duidelijk opgevat als een geweldige ruimte om het leven van alledag in te vullen en inhoud te geven. De woorden zijn als een kracht en een geest van leven, je raakt er helemaal van ondersteboven, het geeft je kracht en spirit, je wordt er vitaal van.

Zoals in de dagen van Jozua, zoals in Jezus’ en Johannes’ dagen, wordt de aandacht voor God en de aanhang van Jezus ook in onze dagen steeds kleiner. Velen haken af en laten – zoals in de dagen van Jozua – het geloof dat ze meekregen in de steek, passen zich aan en hobbelen mee met de trends van de tijd. Men kiest voor de afgoden van nu. En net als weleer is de kerk vandaag in verdrukking geraakt. Geloven in de Blijde Boodschap van Jezus heeft de wind tegen. De open plekken in onze kerken worden groter en zodoende gaat het kerkgebouw noodgedwongen op veel plaatsen voorgoed dicht, en dat betekent vaak veel meer dan enkel het sluiten van en gebouw. Nog maar weinigen voeden zich met zijn brood, en laten zich gezeggen door zijn Woord. Het geloof in God vieren en voeden doet nog maar een minderheid. De vraag van Jozua en Jezus of we trouw blijven of ook willen weggaan is dus weer heel actueel.

Voortdurend worden we voor de keus gesteld of we ons onnadenkend laten meedrijven op de stroom van de tijd of aandacht besteden aan en kiezen voor God en zijn woord. Wie dat doet, moet vaak tegen de stroom op, met de wind tegen.

Je kunt best niét in God geloven en toch geraakt worden door het onrecht en het bittere leed dat mensen aangedaan wordt. Dat kan heel goed. Vele, veel mensen worden geraakt en ontfermen zich over de gekwetsten der aarde. Maar andersom kan niet: geloven in God en niét geraakt worden, je niet over je naaste ontfermen – het is niet mogelijk.

Het gaat hier niet om een strenge leer, het gaat hier over een sterke praktijk. Jezus had een hekel aan schriftgeleerden die Hem op overtredingen wezen. Geleerde mensen die niet geraakt werden door het onrecht en geen hand uitstaken naar wie in hun ogen zondig en onrein waren. Als leidinggevenden ons alleen maar weten te vertellen wat wel en niet mag volgens de leer, staan ze in een bedenkelijke traditie. Zo is de kerk geen bezit van kerkleiders of van kerkleden. De kerk is van God en aan zijn tafel nodigt Hij uit wie in geloof en uit liefde delen wil met zijn naaste. Ons wordt niet gevraagd streng te zijn in de leer, maar om verontwaardigd te zijn als onrecht geschiedt. Woorden van Geest en leven: Hebben die geen betrekking op paus Franciscus die onlangs nog aan het adres van president Trump liet weten: niet roepen in oorlogstaal, barmhartig zijn. Is het niet de voorzitter van de VN die zegt: stop de Ebola-uitbraak, stop hongersnood, wees barmhartig?

Zijn het niet velen die het besluit van de afgelopen dagen afwijzen om de Armeense kinderen Lili en Howick het land uit te wijzen. Streng asielbeleid kan toch niet belangrijker zijn dan toekomst van kinderen die al ruim 10 jaar in ons land verblijven.

Het is een heilige opdracht van een geloofsgemeenschap om het mededogen om te zeten in liefdevol handelen. Geen zachte kussentjes waarop we genoeglijk de slechte buitenwereld kunnen beoordelen en buiten de deur kunnen houden. In de geloofsgemeenschap krijgen wij de opdracht om samen met God te werken aan een wereld waarin mensen geen vijanden zijn van elkaar, maar in de ander de naaste willen zien. De angst is groot onder de mensen, de machten die minachten zijn sterk in deze wereld. Maar nooit te groot, niet te sterk voor mensen die vertrouwen op God en durven geloven in zijn scheppende kracht.