Preek op de 26e Zondag door het jaar

Zondag 29 september 2019, jaar C
Door: Joost Jansen o.praem.
Lezingen: Amos 6,1a.4-7; 1 Timoteüs 6,11-16; Lucas 16,19-31

In paradisum deducant te angeli … et cum Lazaro, quondam paupere, aeternam habeas requiem. Mogen de engelen u geleiden naar het paradijs… en moge u met Lazarus, eens een arme, de eeuwige rust ontvangen. Het prachtige gezang aan het einde van een uitvaartviering. Je zou bijna vergeten dat het vaak een moment is waarop mensen verdriet hebben. U herkent in dit lied waar het in het evangelie ook omgaat. Vaak prachtig verbeeld, zoals de tekening van Rembrandt van Rijn op ons liturgieboekje. Ook hier gaan we soms voorbij aan de ellende die ten grondslag ligt aan deze tekening, aan dit verhaal. Het verhaal van een dakloze, liggend aan de deur van een rijke man. Het verhaal van straatarme mensen die kloppen aan de poort van het super-welvarende Westen. Zo concreet en eigentijds is dit verhaal. Maar ik wil geen moreel (en nog minder moralistisch) praatje houden. Er is meer. Het evangelie gaat niet alleen over de kloof tussen arm en rijk, het gaat ook over de relatie met God. Het gaat tevens over hoe je toch de juiste weg van rechtvaardigheid en erbarmen kunt kennen, leren kennen. Ook dat zit allemaal in het evangelie. We hoeven niet te blijven steken in de felle aanklacht van de profeet Amos. Amos doet goed werk en de Amossen van onze tijd ook. Echter blijven steken in verwensingen zet geen zoden aan de dijk.

Weet u dat de naam Lazarus betekent: dat God moge helpen? En de rijke heeft geen naam, slechts de eervolle vermelding dat hij rijk is. De een staat in relatie, de ander komt er pas aan toe als hij na zijn dood in de eenzaamheid is teruggeworpen en dan – eindelijk – denkt aan zijn vijf broers. Jammer, maar te laat. Soms is de mogelijkheid tot vergeven en erbarmen voorbij, zelfs bij God die toch bron van liefde is. Het is niet altijd even vriendelijk in ons geloof… Misschien heeft Lazarus het wel volgehouden in al zijn ellende omdat hij ergens nog die zekerheid had dat er een God is die Liefde is. Ik moet denken aan de jonge alleenstaande moeder die ik ’n keer interviewde. Ze zat al jaren in de schulden met haar twee kinderen. Van de ene verkeerde vriend naar de andere. Haar ouders konden financieel niet veel, maar ze was altijd welkom. Na drie jaren schuldsanering kon ze weer zelfstandig ‘ademhalen’. Ze vertelde me dat haar vader zei: ‘Ik kan weer trots op je zijn.’ Ontroerend. Zo kan het dus ook.

De rijke zit anders in elkaar. Hij zag de pauper aan zijn deur gewoon niet. En als hij hem wel had gezien dan had hij waarschijnlijk gezegd dat het zijn stomme schuld was. Had zij maar niet met verkeerde vrienden aangepapt, had hij er maar voor gezorgd dat hij voldoende verzekerd was. Eigen schuld, dikke bult. Wie zich brandt, moet op de blaren zitten. Dat is de taal van de macht. Dat is niet de taal van God.

Wat is dan de taal van God? Abraham vertelt het ons in het evangelie: er is Mozes en de profeten! De rijke gaat er vanuit dat hij een speciale behandeling zou krijgen, persoonlijk, op zijn omstandigheden en zijn bijzondere status toegesneden. Zo gaat dat niet bij God. God openbaart gewoon zijn levensrichting, zijn Tora, aan iedereen, zonder onderscheid. Met onze vrijheid, met onze eigen creativiteit en inzet kunnen we er mee aan de slag. Iedereen heeft evenveel kansen met die liefdevolle openbaring van God. Je hoeft je er maar voor open te stellen. Er is een goddelijke democratie…

Wanneer we dit ten diepste accepteren dan kan het niet meer dat de een de ander niet meer aankijkt, dat er een diepe kloof is tussen armen en rijken, dat de een over de ander kan heersen. Wanneer we kijken hoe vredesprocessen verlopen of hoe mensen uit de schulden worden getrokken, dan is dit altijd doordat de een de ander aankijkt, zich laat raken, de weg samen wil gaan. Ook al is die ander nog zo besmet door zijn moorddadig verleden. De Gemeenschap van Sant’ Egidio heeft daarin veel ervaring. Conflicten in Afrika en elders zijn op die manier tot vrede gebracht. In paradisum deducant te angeli… Lazarus is door de engelen naar het paradijs gebracht. Dat is mooi. Wie wil dit niet? Maar wat je voor daar Boven verlangt, zullen we hier beneden eerst moeten doen. Arm of rijk, niemand is van die plicht ontslagen. En de armen hebben hierin een voorsprong.