Preek op de 31e Zondag door het jaar

Zondag 3 november 2019, jaar C
Door: Joost Jansen o.praem.
Lezingen: Wijsheid 11,23-12,2; 2 Tessalonicenzen 1,11-2,2; Lucas 19,1-10

De Zacheüssen van vandaag

Er zijn veel Zacheüssen vandaag. In onze streken meer dan kerkgangers. Gelukkig dat die Zacheüssen er nog zijn anders zag het er voor onze kerk hopeloos uit. Met Zacheüssen bedoel ik mensen die je niet in de kerk ziet maar die wel nieuwsgierig zijn naar wat die kerkmensen doen en denken. Wij zouden dan zeggen: naar wat wij geloven. Wat voor de een denken is, is voor een ander geloven. Klein verschil maar wel wezenlijk.

Het beeld van Zacheüs in zijn wilde vijgenboom vind ik helemaal bij onze tijd passen. Zacheüs is een tollenaar, iemand die de hete adem van de mensen van Jericho in zijn nek voelt. Hij wordt veracht, misprezen en toch heeft eenieder met hem te maken want hij int het geld voor de Romeinen, met een paar opcenten voor hemzelf. En die toeslag kan soms wat grotere proporties aannemen. Hebzucht is van alle tijden. Maar Zacheüs is niet verloren want hij blijft nieuwsgierig. Een waardevolle eigenschap, want daardoor durf je inwendig te bewegen, zit je niet helemaal vast in je wrok, in hoe je jezelf helemaal hebt vastgedraaid in een verkeerd systeem. Of het nu een verkeerd belastingsysteem is waarin Zacheüs werkt, of dat het een sociaal systeem is waaraan je je maar niet kunt onttrekken. Of gewoon het systeem van het eigen gelijk: ik weet zelf het beste wat voor mij het beste is.

Gelukkig is bij Zacheüs nog niet alle hoop verloren want hij is nieuwsgierig én hij kan hard rennen. Dat van die Jezus heeft hij van horen zeggen. Welke beeld heeft hij van Jezus? Welk beeld van Hem hebben mensen in onze dagen? Is Hij een soort Mahatma Gandhi of een Martin Luther King jr.? Een goeroe die wijsheden verkoopt? Ik hoop dit laatste niet. Jezus verkoopt niets, Hij nodigt alleen maar uit met Hem mee te gaan, Hem te volgen. Of zoals bij Zacheüs met Hem te eten.

Het is een beetje tegen de conventies in dat de gast zichzelf uitnodigt bij de gastheer. Hier gebeurt al iets bijzonders in ons evangelie. Normaal is dat Zacheüs Jezus uitnodigt. Hier wordt het omgekeerd: Jezus nodigt zichzelf uit bij Zacheüs, zo sterk is zijn verlangen naar deze verloren zoon van Abraham. Dit verlangen maakt dat Jezus conventies doorbreekt, grenzen overschrijdt. Hij wil zelf te gast zijn. Wij zeggen vaak dat we te gast zijn bij de Heer, dat Hij het is die ons bijeenbrengt. Hier brengt Zacheüs de mensen bijeen en die mensen zijn niet de hoge omes van die tijd, of de professoren, of bisschoppen en kardinalen. Neen, het zijn juist de mensen die door anderen met de nek worden aangekeken. ‘Zoeken en redden wat verloren was’, dat is tenslotte de missie van Jezus, de Mensenzoon.

Zou dit verhaal ons richting kunnen geven in onze missionaire opdracht? Als belijdende christenen zijn wij zo klein in aantal geworden dat er voor ons geen andere weg is dan Jezus’ Blijde Boodschap uit te dragen. Of je steekt je kop in het zand, je probeert veilig te stellen wat je nog hebt en je sluit je op in een oude, vertrouwde geloofsbeleving. Dat kan, maar is wel gedoemd om uit te sterven, denk ik. De meest vruchtbare weg is, lijkt me, de Zacheüssen de kans te geven om uit hun hoge boom te komen én te laten rennen. Daarvoor moeten we wel onder die boom gaan staan en ze aankijken. De Zacheüssen van onze dagen komen niet vanzelf. Ze komen wanneer ze zien dat er goede dingen gebeuren, mensen genezen, hoop opdoen, liefde verspreiden. Eerst de daden dan de woorden, eerst de uitstraling dan de boodschap, de Blijde Boodschap.

Een uitdagend verhaal wordt ons toevertrouwd, een zending. Uitdagend: dus we worden voor ‘vol’ aangezien. Onze God is geen gemakkelijke God waarmee je een beetje aan kunt modderen. Hij kijkt ons aan van beneden en zegt: vandaag wil Ik bij jou te gast zijn. Want op de een of andere manier zijn ook wij die Zacheüs. Het is zo mooi van deze verhalen dat we alle personen ergens zelf ook zijn. Wij zijn zelf die mens naar wie Jezus opziet en die wordt uitgenodigd. Ook aan de tafel die hier wordt aangericht. Om wellicht te zeggen: dat wat ik eigenlijk aan die ander verschuldigd ben, dat zal vierdubbel gaan doen. Misschien is vierdubbel wat veel, maar het gaan doen is al belangrijk. Al die Zacheüssen kunnen gaan rennen en uit hun hoge boom komen…