Preek op de 33e Zondag door het jaar

Zondag 17 november 2019, jaar C
Door: Joost Jansen o.praem.
Lezingen: Maleachi 3,19-20a; 2 Tessalonicenzen 3,7-12; Lucas 21,5-19

‘Die meent te staan, zie toe, dat hij niet valle.’ Volgens sommigen die mij jaren geleden hebben meegemaakt, schijn ik deze spreuk van Jezus veelvuldig gebruikt te hebben. Ik zal het toen nodig gehad hebben, denk ik. Jezus heeft in het evangelie van vandaag een vergelijkbare opmerking: zie je al die praal en glitter? Het is uiterlijke schijn. En die bedriegt, zegt men. Wie hoog staat, kan diep vallen. Nogal wat mensen die in ‘praal en glitter’ hebben geleefd, maar ook mensen die altijd al moesten sappelen, zijn terecht gekomen in armoede. Het is steeds een persoonlijk drama in ons rijke Westen. Ik ga deze richting met het evangelie uit omdat paus Franciscus deze zondag tot Werelddag van de Armen heeft uitgeroepen. Hij heeft dit gedaan met het oog op de boodschap van volgende week – het feest van Christus Koning – waarop de boodschap klinkt: ‘Wat ge aan de minsten der mijnen hebt gedaan, hebt ge aan Mij gedaan.’ Wie zijn ‘die minsten der mijnen’? Juist: de armen, in een grote schakering. En praat er niet te spiritueel over in de zin dat we allemaal wel ergens arm van geest zijn om tot God te kunnen naderen. Dat is heel mooi en doet het goed bij sommige mensen. Bij de Werelddag van de Armen gaat echter om mensen die niets te makken hebben, die de hele dag bezig zijn met de gedachte: haal ik de avond wel met mijn kinderen om niet met te grote honger naar bed te moeten. Het is bij armen vaak die constante druk om het kostje bij elkaar te scharrelen. Dag in, dag uit. Kunnen we het tij keren, want meer en meer mensen vandaag leven in armoede? Hier in Bernheze één op de zes huishoudens… zo dichtbij is het.

Er staan in het evangelie enkele rake uitspraken die ons kunnen helpen. ‘Kijk naar wat er zich afspeelt op dit vlak, sluit je ogen niet…’ ‘Ik zal u een taal en een wijsheid geven…’ Wanneer ik me verdiep in deze materie dan is er de evangelische optie voor de armen, er zijn ook de studies die de oorzaken van armoede blootleggen. De toonaangevende Franse econoom Piketty in zijn vuistdikke boek Kapitaal en ideologie toont aan dat armoede altijd te maken heeft met ideologische keuzes. Keuzes die mensen maken. Keuzes die dus afhankelijk zijn van hoe je de samenleving ziet: ieder voor zich en bewaken wat je hebt of de keuze vanuit het evangelie dat armen en rijken in Gods ogen aan elkaar zijn toevertrouwd. Augustinus in zijn Regel heeft het over dat ‘ieder naar behoefte ontvangt’. Dat vraagt al heel wat van zijn volgelingen, nog meer van ieder vandaag.

Nu is er een moeilijkheid. De mensen van ‘de tempel met zijn fraaie stenen en wijgeschenken’ zijn meestal niet stil genoeg om de kreet van de armen te horen. En de armen verstoppen zich vaak, uit schaamte. Hoe nu? De enige weg lijkt me aanwezigheid op plekken waar je elkaar kunt tegenkomen. Die plaats kan ook het internet zijn waar armen, met name mensen met een forse schuldproblematiek, anoniem gerichte informatie kunnen opvragen. Dit laatste is groeiend, dankzij Google. U merkt dat we dan een heel andere manier van kerkelijke presentie ontsluiten. Dat de Bijbelse boodschap gebruik maakt van de nieuwe wegen die de huidige tijd biedt. Dat gelovigen en niet-kerkelijk geëngageerden elkaar treffen in de zorg voor kwetsbare medemensen. Een nieuw soort oecumene.

Jezus zegt ons: ‘Je zult hierin tegenstand ondervinden’, want hebben we het dan nog wel over God. Jazeker, we hebben het over de God waarvan Jezus het Gelaat is en die altijd de kwetsbaren en de armen op het oog heeft gehad. Laten we er maar aan gaan staan. ‘Door standvastig te zijn zult ge uw leven winnen’, bemoedigt Jezus ons. Je leven winnen omdat je het leven van anderen veilig stelt, zo begrijp ik dat. Je leven winnen omdat dit niet gaat zonder de lotsverbondenheid met hen tot wie Jezus zich met name bekent. Je leven winnen omdat je dan totaal je verbindt aan dat leven van de Christus.