Preek op de 3e Zondag door het jaar

Zondag 26 januari 2020, jaar A
Door: Joost Jansen o.praem.
Lezingen: Jesaja 8,23b-9,3; 1 Korintiërs 1,10-13.17; Matteüs 4,12-23

Hoe ga je om met de Bijbel? Veel katholieken vinden het maar een moeilijk boek. Het zijn eigenlijk 66 boeken, in de loop der eeuwen bij elkaar gebracht. Ergens in de derde eeuw hebben mensen van de kerk gezegd: deze geschriften horen bij elkaar en de christelijke Bijbel was een feit. Derde eeuw? Ja, zo laat. Maar rond het jaar 100 stonden de meeste boeken al vast. Op deze zondag van het Woord van God zullen we eens stil staan bij de wijze waarop we de Bijbel kunnen lezen.

Belangrijker dan een opsomming van de inhoudsopgave van onze Bijbel is echter hoe je met dit boek omgaat. Hoe lees je die teksten? Gelukkig is de tijd voorbij dat we alle teksten van de Bijbel letterlijk nemen. De wereld is niet – concreet – in zeven dagen geschapen en de vrouw komt niet van een botje van de man. Jezus heeft niet over het water gelopen maar wanneer Hij zich op glad ijs begeeft, blijft Hij wel vertrouwen. U merkt dat we de letterlijke tekst van de Bijbel laten staan en tegelijkertijd een nieuwe, vaak eigentijdse, betekenis er aan toevoegen. En natuurlijk moet zo’n Bijbelpassage ook iets betekenen voor ons dagelijks handelen. Ten vierde; we kunnen er zelfs mee bidden. Rabbijnen en kerkvaders noemen deze viervoudige opsomming aan betekenissen: de rijkdom van de Schriften. Ook wel lectio divina genoemd: goddelijke lezing.

Laten we dit eens toepassen op de lezing van vandaag: de roeping van de leerlingen met het oog op. Met het oog op wat of op wie? Er staat geschreven: met het oog op de Blijde Boodschap die verkondigers vraagt én doeners. Hoe blij is de boodschap die wij uitstralen? Vinden we zelf ons geloof aantrekkelijk of zitten we hier uit gewoonte en omdat het nu eenmaal moet? Durven we onze mond open te trekken als we op onze mening uitgedaagd worden? Het zijn zo maar wat vragen die in me opkomen wanneer ik me bij een klein onderdeel van dit evangelie ophoudt.

Ik merk dat ik bij het einde van het verhaal begonnen ben, vaak zit daar de boodschap verborgen. Echter bij dit evangelie mogen we niet het eerste stuk overslaan. Matteüs, de schrijver van dit evangelie, citeert de profeet Jesaja en die heeft het over een bevrijdingsbeweging. Matteüs concludeert als het ware: dat Koninkrijk van God betekent bevrijding, het betekent licht in duistere tijden. Wanneer je naar de boodschap van Jezus luistert en deze opneemt dan word je een ingezetene in dat Koninkrijk, misschien wel een gewaardeerde medewerker. Als lezer in 2020 zeg ik vervolgens: dan moeten we het ook laten zien met elkaar.

U merkt het: zo dartelen we een beetje door de tekst. Wat van vroeger, wat van vandaag. Wat uit de Bijbel, wat uit de krant, naast elkaar, ook in gesprek met elkaar. Zo is het Bijbellezen bedoeld. Een oude tekst openleggen om er voor vandaag voeding uit te halen. Men noemt dit ook wel lectio divina, goddelijke lezing. Goddelijk? Ik kan niet ontkennen dat ik bij het lezen van de Bijbel vaak ook plezier heb. Dat is één kant van de uitdrukking ‘goddelijk’. Er is ook een andere kant: God op het spoor komen door de tekst heen. Met deze instelling begin ik mijn lezen in de Bijbel: wat heeft God vandaag mij te zeggen. Ik sta dan niet alleen stil bij de woorden, de zinnen van het verhaal. Er zijn ook nog de spaties, de open plekken, daar waar als het ware de tekst even zijn adem inhoudt. In de Hebreeuwse tekst geven ze dit wat duidelijker aan door extra spaties te laten. God spreekt tot mijn hart, tot ons hart, ook van voorbij de woorden.

De apostelen hebben dit geleerd in de loop van die paar jaren dat ze – na geroepen te zijn aan het meer van Galilea – met Jezus opgetrokken hebben. Wij leren het ook als we steeds maar weer luisteren naar het Verhaal van God met ons. Het is een Blijde Boodschap, zelfs als de Bijbel spreekt over ellende en verdriet. Het is aan ons om door te vragen, door te bidden om iedere keer aangesloten te blijven op die geestkracht van hoop, van liefde, die aan dit Woord van God gekoppeld is.