Preek op de 3e Zondag van de Advent

Zondag 15 december 2019, jaar A
Door: Joost Jansen o.praem.
Lezingen: Jesaja 35,1-6a.10; Jakobus 5,7-10; Matteüs 11,2-11

Deze week sprak ik met een rabbijn ter voorbereiding van de dag van het jodendom in januari. Het treft en verbaast me iedere keer de vanzelfsprekendheid waarmee zij de komst van de Messias nog steeds verwachten. Dat verbindt ons. En scheidt ons ook. Want wij geloven heilig dat Hij reeds is gekomen en dat we Hem iedere keer weer opnieuw mogen ontvangen met het feest van Kerstmis. De advent is dan de periode van uitzien naar… Maar als je weet dat Hij al eens gekomen is dan is je verwachten toch echt anders dan – zoals die rabbijn – je Hem nog steeds verwacht zonder zijn komst in Jezus te accepteren. Wanneer ik dan wat dieper in gesprek met haar ga dan vind ik haar argumenten steekhoudend. Zij zegt: ik merk er niet veel van dat de Messias gekomen is met al die ellende in de wereld. Ze heeft een beetje gelijk. Het ziet er allemaal niet zo messiaans uit in onze wereld. Misschien met Kerstmis wanneer voor een dag de wapens worden neergelegd, maar verder…

Heeft Jezus in zijn antwoord op de vraag van Johannes de Doper het dan bij het verkeerde eind? Zien de blinden? Lopen de lammen? Zijn de melaatsen genezen en horen de doven? Staan de doden op en wordt aan de armen de Blijde Boodschap verkondigd? Ja, misschien, ergens wel, maar ook niet. We aarzelen. De rabbijn heeft gelijk dat het allemaal erg mondjesmaat is. Het is meer niet dan wel. Daar zitten we dan, ieder met zijn eigen gelijk. Ik ben christen en ik leef naar Kerstmis toe. Hoe zie ik het?

Ik ben blij met de tijd van de advent. Want verwachten maakt blij, schenkt vreugde. Een moeder die een kindje verwacht is meestal blij. Wanneer wij een groot geschenk verwachten en weten dat het echt komt, dan zijn we blij. Maar tevens een beetje nerveus, gespannen. Want het kan ook anders uitvallen. Wie weet wanneer je het eenmaal gekregen hebt dat het geschenk tegenvalt. Het is niet allemaal zekerheid dat de klok slaat. Johannes de Doper heeft dit ook gevoeld. Hij heeft uitgezien naar de komst van de Messias, maar is het zijn neef Jezus? Johannes kent de vreugde van het verwachten: ‘Ik ben de vriend van de bruidegom en hoe verlang er naar dat ik zijn stem mag horen’, zegt hij elders. Dat is heel mooi, zo mooi dat ik het kan blijven herhalen. De vreugde van de vriend van de bruidegom, ik ben al blij wanneer ik zijn stem hoor. Daar ligt zijn vreugde. De onze ook?

Johannes twijfelt en dat is gezond. Hij twijfelt over zijn neef Jezus. Is Hij de Messias? ‘Bij twijfel altijd vragen’, zei mijn moeder. Dat doet Johannes. Op de vraag van de twee leerlingen van Johannes zegt Jezus geen ‘ja’ of ‘neen’. Hij zegt slechts: ‘Kijk.’ De tekenen van de messiaanse tijd zijn er echt: mensen die honger hebben worden gevoed, naakten gekleed, zieken bezocht, doden begraven. Sorry: ik vul nu de werken van barmhartigheid in, maar ja, dat zijn ook de tekenen van de messiaanse tijd. Dus ze zijn er wel! Daarop mogen we koersen. Daarmee mogen we aannemen met de ogen van ons geloof dat Jezus Messias is. Ik blijf begrijpen dat mijn rabbijn hierin een andere mening is toegedaan. Zij wil meer duidelijkheid. En die kunnen wij christenen niet geven. Geloven blijft altijd aan twijfel onderhevig.

Hoe maken we dan duidelijk dat we met Kerstmis de Messias in ons midden – opnieuw – mogen opvangen? Door de genoemde werken te doen. Zicht geven aan verblinde mensen vandaag. Mensen die doof zijn laten merken dat er positief nieuws is naast al dat nepnieuws. Arme mensen laten merken dat er aan hen gedacht wordt bijvoorbeeld met de kerstpakketten die we bijeenbrengen. Lamlendige mensen weer perspectief en energie geven. Zieken bezoeken, en de Blijde Boodschap delen met elkaar bij al die kersthappenings van de komende tien dagen. Er zijn genoeg mogelijkheden.

En mijn rabbijn? Die beaamt dat dit de goede werken zijn, de werken van de Messias. Ik kan haar niet overtuigen om in Jezus de Messias te erkennen. Maar we blijven samen scherp om te bouwen aan een messiaanse samenleving. Dat de Messias met Kerstmis geboren wordt, helpt mij. Helpt ons allen terwijl we verwachtend ons hiervoor inzetten. O kom, Emmanuel…