Preek op de 5e Zondag door het jaar

Zondag 9 februari 2020, jaar A
Door: Joost Jansen o.praem.
Lezingen: Jesaja 58,7-10; 1Korintiers 2,1-5; Mattheüs 5,13-16

Jij bent het licht der wereld. Toon je maar op Facebook en Instagram en laat zien hoe jouw leven spetterend verloopt, welke successen je hebt geboekt en hoe ver je op vakantie bent geweest. Als u ergens stralende mensen wilt zien dan is het wel op de social media. En als het nu eens wat tegen zit? Dan laat je je gewoon even niet zien en wacht je op betere tijden. Je moet misschien een tijdje geduld hebben… In onze maatschappij is veel gebaseerd op ‘to shine’: schijnen. Voelt u ‘m al aan? Shine kan duiden op je laten zien, verschijnen. Het is ook gekoppeld aan de betekenis: het schijnt dat. Je weet het niet zeker, je twijfelt. Schijn bedriegt, zeggen we. Je kunt dus vragen stellen bij de uitspraak van Jezus dat jij dat licht van de wereld bent. En dat jij dat licht niet onder korenmaat moet zetten.

Is het dan onjuist wat Jezus ons voorhoudt? Over wat voor ‘licht der wereld’ gaat het dan? Het stukje evangelie dat we vandaag krijgen maakt onderdeel uit van de Bergrede. Tot aan Aswoensdag zullen we op de zondagen uit deze Bergrede lezen. Als intro bij de Bergrede wordt gezegd dat Jezus – zoals Mozes – de Berg op gaat en zijn leerlingen aanspreekt. ‘Hij nam het woord en onderrichtte hen met deze toespraak: Zalig zijn jullie die arm van geest zijn…’ En Jezus gaat in Matteüs drie hoofdstukken lang door, steeds maar weer tot zijn leerlingen. Ook tot ons dus. Alles wat Jezus in zijn ‘maidenspeech’ zegt, betreft die groep leerlingen, samen. Betreft ook zijn kerk, zijn geloofsgemeenschappen, zijn abdijgemeenschap. Tot ons samen zegt Jezus: ‘Gij zijt het licht, jullie zijn het licht der wereld.’ Niet in je eentje, dat kan geen mens waarmaken. Ook sprookjesstelletjes uit de showbizzwereld zakken door het ijs…

Wat is er voor nodig om samen dat licht te zijn dat in de wereld schijnt? Samen: dat wil zeggen dat je op de eerste plaats elkaar verlicht. We kennen de uitdrukking ‘elkaar in het zonnetje’ zetten. Dat is al mooi, het betreft vaak speciale gebeurtenissen. Het licht waartoe Jezus ons oproept gaat om een manier van leven. De ander laten oplichten. Een vriend van mij die twee jaar in Auschwitz heeft gezeten, vertelde over het licht dat ze op sabbatavond aanstoken: het verdreef even de duisternis. Dan laat je alle eigen schijnsels achter je. Het gaat om overleven. Het gaat om het doorvertellen van zulke verhalen om ook door het woord ‘licht’ op onze alledaagse werkelijkheid te laten schijnen. En wie het licht toelaat, merkt ook de schaduwzijden op…

Het is dan ook niet voor niets dat de uitspraak van ‘Gij zijt het licht der wereld’ voorafgegaan wordt, met een oproep om ‘zout’ te zijn. Zout op zich is niet lekker, zout is bedoeld om spijzen pit te geven. Slappe hap wordt stevig en aangenaam voedsel. En de uitdrukking ‘slappe hap’ wordt ook toegepast op mensen. We weten dan voldoende. We weten tevens dat we als mens zo niet bedoeld zijn. Met pit, met engagement naar anderen toe, dienen we hen mee te nemen in een wereld van licht. Hoe? ‘Kijk je met me mee?’, zou onze houding kunnen zijn. Kunnen we samen ons licht laten schijnen? En wat zien we dan samen? Ik kijk even naar afgelopen week: Moeders die bidden voor moeders. Een club die de carnavals mis voorbereid. Mensen die elkaar opzoeken omdat ze samen mensen helpen in de schulden. Een veenbrand in een gemeenschap met af een toe een eruptie. Kunnen we samen het bevrijdende licht laten schijnen op zoveel verschillende ervaringen?

Mag ik nog het lied van Huub Oosterhuis in herinnereng brengen? Licht dat ons aanstoot… Veelstemmig licht… Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt waar mensen waardig leven mogen en elk zijn naam in vrede draagt. ‘Licht’ wordt hier gekoppeld aan het ‘kind in mij’. Oosterhuis blijft in mij de ontvankelijkheid van een kind oproepen. Een kind heeft geen weet van het ‘shinen’ van de showbizz, van het licht naar zichzelf toe trekken. Een kind kijkt met grote ogen om zich heen, wil ontdekken, wil groeien, ziet anderen in het licht staan. Kunnen we deze houding samen uitstralen? Het zout wordt ons in deze eucharistie gegeven om in een brutale wereld samen ‘licht’ te zijn. Kunnen we in dit licht gaan staan? Samen?