Preek op het Feest van de Heilige Familie

Zondag 29 december 2019, jaar A
Door: prior Frank van Roermund o.praem.
Lezingen: Sirach 3,2-6.12-14; Kolossenzen 3,12-21; Matteüs 2,13-15.19-23

Op de vierde zondag van de Advent lazen we in het evangelie dat Jozef in een droom van Godswege te horen kreeg, dat hij Maria zonder aarzelingen tot zijn vrouw mocht nemen, en dat hij de Zoon die zij zou baren ‘Jezus’ moest noemen.

De evangelist Matteüs laat Jozef in de aanvang van zijn evangelie nóg drie keer dromen. Jozef, die dromer, zal nóg drie keer gehoorzaam luisteren naar Gods stem om zo de verwerkelijking van dat oude Messiaanse visioen in Jezus mogelijk te maken.

Welnu, die drie vervolg-dromen hoorden wij zojuist: de opdracht om te vluchten naar Egypte, de opdracht om terug te keren naar het land Israël, en ten slotte de waarschuwing zich niet te vestigen in Juda, maar in het veiliger Galilea, in het noorden. Wat in deze evangeliepassage is weggelaten is de kindermoord door Herodes in Bethlehem en omgeving om het kindje Jezus uit de weg te ruimen… Dát stukje werd gísteren gelezen op het feest van de Onnozele, dat wil zeggen, Onschúldige Kinderen… een uiterst wreed verhaal! In elk geval is duidelijk: De vlucht naar Egypte heeft Jezus ternauwernood doen ontsnappen aan de dood…

Twee dingen vallen op in dit verhaal:

Ten eerste de parallel met Mozes. Ook Mozes ontsnapte aan een kindermoord en moest later tijdelijk vluchten. Mozes zou – járen later, in opdracht van God – zijn volk bevrijden uit het slavenhuis Egypte. Hier is het Jezus: Hij zal niet alleen zijn éigen volk, maar de gehéle mensheid verlossen. Mozes dus als vóórafbeelding van Jezus, Jezus als de nieuwe Mozes.

Het tweede wat opvalt is, dat Jezus zal opgroeien in dat onbeduidende gat in het noorden van het land, in Nazareth. Dat Nazareth dat niemand kent, dat Nazareth waar nooit iets gebeurt. Zo eindigt het evangelie van vandaag.

Daarna laat Matteüs een gat van bijna dértig jaar vallen voordat hij Jezus opnieuw ten tonele laat verschijnen, en wel in Juda, aan de Jordaan, in het kielzog van Johannes de Doper. Na dertig lange jaren begint dan éindelijk het openbare optreden van Jezus.

Wat betekent dit alles nu voor óns, in déze tijd?

Wel, ik denk dat wij hieruit kunnen leren, dat willen wij beantwoorden aan de roeping die wij van God ontvangen, dat ook wij – gehoorzaam aan Gods stem – net als Jozef doortastend moeten handelen om de vervulling van die roeping mogelijk te maken. Wij dienen dus ook zélf áctief mee te werken om ónze dromen te verwezenlijken.

Tegelijkertijd moeten we ons realiseren, dat niet alles inééns zal lukken. God zal ook óns willen voorbereiden. Hij zal ons willen toerusten voor ónze opdracht in het leven. En dat kost tijd, dat kan misschien járen duren.

Zowel in Mozes als in Jezus had God zijn voorbereidend werk te doen. Járen achtereen, in stilte, buiten alle schijnwerpers. Voor Mozes in Midjan, voor Jezus in Nazareth. Wij op onze beurt hoeven daarom niet zo snel verontrust te zijn als ónze dromen niet direct uitkomen.

En ieder van ons kent zo zijn eigen dromen…
Een ambitieus toekomstproject dat de financieel-economische basis onder onze abdij moet veiligstellen… Een spirituele opbloei en geïntensiveerde aandacht voor nieuwe roepingen voor het geprofeste kloosterleven die de ímmateriële basis onder onze toekomst moeten versterken… Onze Abdij – brúisend van nieuw leven – die opnieuw aansluiting vindt bij die vele, véle goedwillende – óók jonge – mensen in kerk en maatschappij…
Soms lijkt dit alles te hoog gegrepen, lijken onze, lijken mijn verwachtingen te hooggespannen… Maar God doet zijn werk… is met ons bezig… hoop ik…

Jozef heeft Jezus aan de dood doen ontsnappen door vertrouwvol gehoor te geven aan de opdrachten die hem in dromen keer op keer werden aangereikt. Mag dit een steuntje in de rug zijn voor ieder van ons: dat wij erop mogen vertrouwen dat God ook óns de weg wijst, zolang wij maar willen luisteren naar wat Hij ons te zeggen heeft.

Ik op mijn beurt zal probéren te blíjven geloven in de realisatie van de droom die mij vergezelt, al twintig jaar lang…