Woensdag 24 december 2025

Door: Overste Frank van Roermund o.praem.
Lezingen: Jesaja 9,1-3.5-6; Titus 2,11-14; Lucas 2,1-14

Dit geboorteverhaal van Jezus staat niet op zichzelf. Het wint aan zeggingskracht als we het beluisteren in de ruimere context. Want Lucas zet ons in de eerste twee hoofdstukken van zijn evangelie op het grensvlak zet tussen het Oude en het Nieuwe Verbond. Het is gecomponeerd als een dubbel tweeluik van verhalen die Johannes de Doper en Jezus van Nazaret ónlosmakelijk met elkaar verbinden. Johannes, als laatste en grootste onder de profeten van het Oude Verbond, en Jezus, de belichaming van het Nieuwe Verbond van God met ons. Jezus wordt hiermee dus onmiskenbaar geplaatst in de traditie van de profeten.

Het eerste tweeluik begínt met de aankondiging door Gabriël aan Zacharias van de geboorte van Johannes, met direct daarna de aankondiging aan Maria – opnieuw door Gabriel – van de geboorte van Jezus. Twee aankondigingen dus, vlak na elkaar, met overeenkomsten, maar ook contrasten: De omgeving rondom Johannes is voornaam: een priesterlijke familie, en de aankondiging van zijn geboorte vindt plaats in het heiligdom van de Heer, in de tempel. Jezus’ familie daarentegen komt uit een onbekend dorp in het minderwaardig geachte, half heidense Galilea. Hier geen heiligdom, geen opzienbarende taferelen bij de tempel. Alleen een jonge vrouw, Maria, die in de beslotenheid in volledige overgave aan God zich bereid verklaart het onmogelijke aan haar te laten gebeuren.

Het tweede deel van het dubbele tweeluik verhaalt vervolgens over hun gebóórten: eerst die van Johannes en meteen daarna – we hoorden het zojuist – die van Jezus. En opnieuw is daar dat contrast: Jezus wordt geboren onder armelijke omstandigheden, in een stal, tussen de beesten. In de herberg was immers géén plaats voor hen…  Dit mag ons wijzen op de verrassende manier waarop God naar onze wereld kijkt: wat klein is in ónze ogen, kan groot en belangrijk zijn in Gods ogen. Zo openbaart God zich in deze Kerstnacht in een arm en kwetsbaar Kind. Aanvankelijk dus niet in het openbaar aan belangrijke figuren, aan religieuze leiders, maar aan eenvoudige herders in het vrije veld, in besloten kring. Niet in een comfortabele herberg maar in een stál, rustend in een kribbe, een voederbak voor de beesten.

Een vertederend tafereel. Ja. Maar achter deze romantiek gaat dus veel schuil. Nogmaals: de herders in het veld, hele eenvoudige, gewone mensen, mochten als éérste getuigen zijn van het pasgeboren Kerstkind. Een kwetsbaar, pasgeboren Kindje. Zou dit voor ons niet een teken moeten zijn dat God zich ook vandaag vooral laat kennen in kleine, kwetsbare, gewone mensen?

Hij, Jezus, komt heel bescheiden, maar als een waar Godsgeschenk, onder ons wonen. Hij zal een stralend Licht zijn in de duisternis. Niet alleen voor zijn eigen volk, toén, dat zwaar te lijden had onder de bezetting van de Romeinen, maar voor álle mensen op aarde van willekeurig welke religie of afkomst. Ook voor óns, nu. Iedere mens heeft immers intens veel behoefte aan licht, aan warmte, aan verbondenheid en nabijheid. Het is dan ook niet verwonderlijk dat mensen van over de hele wereld elkaar dezer dagen opzoeken om gezellig samen te zijn, als familie en vrienden. Om samen te zijn aan een feestelijk Kerstdiner en, voor ons christenen, natuurlijk ook om samen de geboorte van Jezus te vieren. Soms is er met Kerstmis in oorlogsgebieden sprake van een wapenstilstand … Bij mijn weten dit jaar niet. Bekend is dat verhaal over een staakt het vuren in de loopgraven tijdens de Eerste Wereldoorlog en de tijdelijke toenadering tot elkaar van de soldaten aan weerszijden. Dit is natuurlijk mooi en ontroerend, maar zien we niet ook, dat de strijd ná Kerstmis toch weer gewoon doorgaat?

Laten we – ondanks alle cynische opmerkingen die we hierbij kunnen maken – altijd blíjven hopen en bidden dat de droom van vrede op aarde toch ééns bewaarheid mag worden. Dat er nu éindelijk vrede mag komen in de Oekraïne… Dat de onbeschrijflijke moordpartijen in Soedan nu eindelijk eens zullen stoppen… Dat er een einde komt aan die niet aflatende strijd tussen Israël en de Palestijnen… Als men zich toch óóit eens zou realiseren dat geweld aan mensen betekent dat ook Gód geweld wordt aangedaan… Religieus fanatisme – om het even om wélke godsdienst het gaat – heeft mijns inziens niéts met Godsdiénst te maken maar alles met Godslástering!

Als wij geloven dat Jezus Licht is komen brengen in de duisternis, dan dienen wij – Jezus’ volgelingen – óók licht te brengen in ónze vaak zo duistere wereld. In het klein en in het groot. En dat is helemaal niet zo ingewikkeld maar simpelweg: streven naar goede relaties onder elkaar, conflicten bijleggen, elkaar niet overkritisch tegemoet te treden maar begripvol en vriendelijk zijn. Verbinding zoeken in plaats van verdeeldheid zaaien. Dat geldt voor iedereen, van oud tot jong, in gezinnen of religieuze gemeenschappen. Maar heel in het bijzonder óók voor politici die in dezen een voorbeeldfunctie hebben te vervullen: lokaal, landelijk én internationaal…

Voor ons, norbertijnen van de Abdij van Berne, staat Christus’ opdracht beknopt verwoord in onze wapenspreuk: “Berna uit Lucerna”, Berne als een Licht. Wij proberen dit waar te maken mét de velen – ook u – die in en rondom de abdij onze gemeenschap mede dragen. Laten wij voortgaan op dié weg!

Ik wens u, mede namens mijn medebroeders, een Zalig Kerstmis!

Amen.

Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief