Donderdag 25 december 2025

Door: Overste Frank van Roermund o.praem.
Lezingen: Jesaja 52,7-10; Hebreeën 1,106; Johannes 1,1-18

In de Kersttijd wordt ons in oplopende stappen en rijke scharkeringen geopenbaard wie Jezus ten diepste is.

Het begint natuurlijk in de Kerstnacht, gisterenavond. Dan horen we van zijn geboorte. Een intiem en romantisch verhaal. God openbaart zich in een arm en kwetsbaar Kind. Niet in het openbaar aan belangrijke figuren, maar aan eenvoudige herders in het vrije veld, in besloten kring. Jezus wordt geboren in een stál, tussen de beesten, want er is geen plaats voor Hem in de herberg…

Op het Hoogfeest van Kerstmis zélf – vandaag dus – is de sfeer in de liturgie anders, ineens héél plechtig. We horen in haast mystieke bewoordingen over de menswording van Gods Woord:

‘In het begin was het Woord, en het Woord was bij God,
en het Woord wás God.’

Nu wordt benadrukt, dat in Jezus God zélf in onze geschiedenis binnentreedt. Maar de trieste waarheid is, dat maar weinigen dit als zodanig herkennen. Want even verder staat er:

‘In Hem was leven, en dat leven was het licht der mensen.
En het licht schijnt in de duisternis maar de duisternis nam het niet aan’.

Johannes schrift dit tegen het einde van de eerste eeuw… Maar herkennen wij dit niet ook nú, in ónze dagen? Als iedereen zich – vroeger en nu – zou realiseren wie Jezus ten diepste is, en welk geschenk wij met Hem uit de hemel ontvangen, dan zou de duisternis al lang zijn geweken voor het Licht… Dan zou de Messiaanse tijd waarover Jesaja profeteerde nu reeds ten volle in vervulling zijn gegaan: geen oorlogen meer, geen haat en nijd, maar liefde en geborgenheid voor iédere mens op aarde. Met de komst van Jezus mag de verwerkelijking van het Messiaanse visioen dan zijn begonnen, maar zeker niet voltooid: We moeten nog geduld opbrengen.

De proloog van het Johannesevangelie is een theologische en diepzinnige meditatie op het begin van het Scheppingsverhaal in Genesis. Tezamen met Genesis vormt deze proloog als het ware een kosmisch tweeluik: Woorden over de Schepping in den beginne worden weerspiegeld in woorden over de Niéuwe Schepping in Jezus Christus.

De proloog éindigt met de woorden:

‘Niemand heeft ooit God gezien;
de eniggeboren God die in de schoot van de Vader is,
Hij – Jezus – heeft Hem doen kennen’.

Voortaan is God dus niet slechts op afstand en verbórgen kenbaar, maar tastbaar, zichtbaar en hoorbaar in een mens van vlees en bloed. God heeft in Jezus als het ware een gezicht en handen en voeten gekregen. Een groter geschenk kunnen wij ons niet wensen. Met de komst van het Kerstkind is Gods liefde tastbaar onder ons gekomen, is Licht en warmte gekomen in onze duisternis.

Wel, in deze moeilijke tijden waarin velen te lijden hebben, hebben we állemaal behoefte aan geborgenheid, aan licht en warmte, aan troost en nabijheid, aan een hoopvol perspectief. We denken dezer dagen natuurlijk nog steeds aan de talloze vluchtelingen; mensen die van huis en haard verdreven worden door natuur- en oorlogsgeweld. En dus als vanzelf aan de Oekraïne, aan Gaza en Israël, aan Soedan… en aan ál die mensen in zóveel andere landen ter wereld waar oorlogen woeden. Dichter bij huis denken we aan hen die eenzaam zijn of ziek, aan hen die vanwege armoede aan de kant van de samenleving staan… Juist zij die het moeilijk hebben húnkeren naar licht en warmte, naar troost en nabijheid, naar een hoopvol perspectief.

Als we Kerstmis vieren doen we dat bij voorkeur in de besloten kring van familie en vrienden. En dat is heel goed. Het is goed om te genieten van de sfeer en ook van lekker eten. Maar laat de diepere betekenis van het feest in godsnaam niét besloten blijven! Als wij ons volgelingen van Jezus willen noemen zullen we zijn geboorte, zijn komst als Licht in onze wereld, dienen op te pakken als een opdracht om ook zélf licht te brengen bij wie het moeilijk hebben om óns heen. En dat zijn er vélen! Hier ligt een opdracht voor ons allen. Heel in het bijzonder ook voor politici die het lot van velen kunnen bepalen. Als wij aandacht hebben voor de kwetsbaren in ónze tijd, dan laten wij Jezus niet in de kou staan zoals destijds bij zijn geboorte.

In de Kersttijd wordt ons in oplopende stappen geopenbaard wie Jezus ten diepste is. In de Kerstnacht als een arm en kwetsbaar Kind, ten teken dat God zich óók vandaag laat kennen in kwetsbare mensen. Vandaag op Kerstmis openbaart God zich in Jezus als een Niéuwe Schepping, als teken van belofte dat onherroepelijk de weg is ingeslagen naar een nieuwe wereld – hopelijk ooit! – zonder oorlog en pijn. Laat ieder van ons hieraan naar vermogen bijdragen!

Ik wens u allen een Zalig Kerstmis!

Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief