Door: Joost Jansen o.praem.
Met kunstmatige intelligentie kun je vandaag veel. Ik zag op YouTube een filmpje waarop paus Leo in de Sint-Pieter in elkaar zakte en opgevangen werd door een paar kardinalen. Doel van dit filmpje: de paus in diskrediet brengen, hij is oververmoeid en kan het niet aan. Even later zie ik hem – real live – monter over het Sint-Pietersplein wandelen, ontspannen, luisterend naar mensen, betrokken. Het in diskrediet brengen van een goede boodschap is van alle tijden. We hoorden het bericht uit de eerste christentijd. Als er duidelijk een frisse wind waait en mensen enthousiast positiviteit om zich heen verspreiden, is er altijd jaloezie.
We kunnen het afdoen met deze constatering en onze schouders ophalen en doorgaan. Ik kies toch voor een andere weg. Als de criticasters nu eens iets van waarheid met zich mee brengen? Na Palmzondag, Witte Donderdag, Goede Vrijdag en die belangrijke gang op Stille Zaterdag door de dood heen, horen we op Pasen de prachtige boodschap dat Christus verrezen is uit de doden. Het Alleluja klinkt van alle kanten, over de hele wereld. Nú is de overwinning van het leven op de dood. Nú heeft het Licht de duisternis teniet gedaan. Nú is een nieuwe toekomst aangebroken. Mag ik nu geen vragen meer stellen? Is alles nu ‘koek en ei’? Mag ik er voor kiezen om toch vragen te blijven stellen omdat ik gewoon in de realiteit van alle dagen zie dat onze wereld echt niet fundamenteel veranderd is? Dat de nieuwe hemel niet op een nieuwe aarde is afgedaald?
De verhalen uit de Schriften kunnen alleen ten volle benut worden als we ons vragen blijven stellen. De hele Bijbel is op dialoog gericht: niet alleen de dialoog van God die ons mensen aanspreekt en wij ons antwoord geven in gebed en in het doen van goede werken. Er is ook de immer doorgaande dialoog met de tekst van Gods Woord. We hebben nooit, ik zeg nooit, de gehele boodschap van een Bijbeltekst uitgeplozen. Er blijft altijd een verborgen kant aan de betekenis van een woord uit de Schriften. Het is goed als we kritisch blijven en we simpel de vraag blijven stellen: is het allemaal waar?
Hoe harder iemand getuigt dat Christus uit de doden is opgewekt en dat als we verlamd zijn door een suggestief gebed hier en nu op eigen benen kunnen staan, hoe meer decibellen in de strijd worden geworpen om de waarheid van de Bijbelse boodschap aan mensen door te geven, des te vaker ik bij mij zelf denk: overschreeuw je niet de twijfel die ergens in je is? Mag je vragen in je toelaten? Durf je in gesprek te gaan met de tekst van Gods Woord én met de mensen die niet automatisch tot jouw kerkelijke traditie behoren?
De apostel Petrus in de eerste lezing getuigt ervan hoe ze in de tijd na Jezus’ dood en opwekking deze revolutionaire boodschap met zijn tijdgenoten hebben gedeeld. Petrus biedt hen zijn visie, zijn beleving aan. We lezen verder in de Handelingen van de apostelen (er staat in de Griekse grondtekst van dit verhaal: de praktijk van de apostelen) hoe ze dit deden met vrijmoedigheid en zeker het gesprek niet uit de weg gingen. Het is pas in de dialoog dat het mysterie van God benaderd wordt, het mysterie van zijn aanwezigheid die altijd ook een afwezigheid in zich meedraagt. Dat is de reden waarom we altijd vragen mogen blijven stellen en er steeds groei is in ons ontvangen van God. Daarom begint iedere dialoog met mensen-van-ver altijd met luisteren en niet met onmiddellijk een enthousiast verhaal dat geen openheid meer biedt voor een kritische vraag. In iedere mens ligt een zaadje van Gods aanwezigheid en we zouden nieuwsgierig moeten zijn naar wat die ander met zich meedraagt als gezicht van God.
Jezus trad de vrouwen toe met de groet: ‘Weest gegroet!’ en met de verwijzing naar Galilea te gaan. Niets spectaculairs. In Galilea heeft Jezus zijn debuut gemaakt: gewoon rondtrekken met vrienden, hen inleiden in zijn Blijde Boodschap, leren hoe ze mensen kunnen bemoedigen en ook genezen van valse geesten. Het is heel kleinschalig, niks spectaculairs. Dat wordt ook ons gevraagd. Rondtrekken, met mensen in gesprek gaan, luisteren en nieuwsgierig zijn in die ander. Wat wil Jezus mij in die ontmoeting leren? Blijkt Hij zo levend aanwezig te zijn vandaag dat Hij mij, dat Hij ons, ook nu aanspreekt opdat wij Hem vragen blijven stellen over wat wij meemaken?