Zondag 18 oktober 2026

‘Geef aan de keizer wat des keizers is en aan God wat van God is.’

Door: Joost Jansen o.praem.

Het gaat niet om het geld ‘als slijk der aarde’. Geld hebben we gewoon nodig als – zo heet dat – ‘wettig betaalmiddel’. Waar gaat het dan wel om in dit evangelie? Laten we eens goed naar de tekst luisteren. Het gaat om het betalen van belasting. Ook toen moest er gewoon geld binnenkomen bij de overheid om het publieke bestel op orde te houden: het aanleggen van wegen, een politie die criminelen opspoort, ook – ik moet het toegeven – geld voor de keizer in Rome die de joden onder duim houdt. De discussie met de Farizeeën en de Herodianen die Jezus klem willen zetten, gaat veeleer over die keizer waarvan de afbeelding op de belastingmunt staat. Een keizer die zich god waant. Zoals Trump die zijn beeltenis op een dollarbiljet zet. Wie die munt met het gelaat van de keizer in zijn zak heeft, erkent hem. Dat gaat tegen het geloof van Jezus in. Het gaat dus in dit verhaal over welke keuze maak je, neem je de keizer, die dictator, aan als je god of gaat het over de God waarvan Jezus zegt dat Hij zijn Vader is en ook onze Vader. Wie ondersteun je met je inzet, je aandacht, je geld? Er staat nergens in het verhaal dat je geen belasting hoeft te betalen: geef gewoon aan de keizer wat je nu eenmaal moet betalen, maar geef aan God wat Hem toekomt.

De keizer in die tijd vond het belangrijk om zijn beeltenis op de belastingmunt te zetten. Dit is van alle tijden. Ik had het al over Trump, maar ook op vele bankbiljetten – zeker vóor de invoering van de euro – zette men helden en heldinnen uit het verleden op het bankbiljet. Men wil het geld tastbaar en herkenbaar maken. Als Jezus oproept om aan God te geven, blijft dit op het eerste gezicht wat abstract. God roept niet direct een gezicht op. Nu wordt het voor mij wat tricky. God roept geen gezicht op? En Jezus dan? Is Hij niet het naar ons toegekeerde gelaat van God? Nog sterker: zijn wij niet geschapen naar Gods beeld en gelijkenis? Of liever: geschapen naar Gods beeld om meer en meer op Hem te gaan gelijken? Als Jezus ons oproept om aan de keizer te geven wat des keizers is en aan God te geven wat van God is, dan verwijst Jezus ons naar onze medemens. De medemens die vraagt om onze aandacht, onze inzet, ook ons geld. Een medemens die een gezicht heeft.

Ik herinner me een jonge vrouw die ik mocht interviewen voor Schuldhulpmaatje. Na een bewogen periode in grote armoede (twee kinderen, € 50,- per week), had ze haar leven weer op het spoor. Ze zei me: ‘Nu kan mijn vader weer trots op me zijn!’ Ontroerend, het gaat hier om financieel op orde te komen, het gaat nog veel meer om herstel van een relatie tussen vader en dochter, tussen mensen die ieder weer een gezicht, een beeltenis zo je wilt, heeft.

In onze omgang met geld gaat het om mensen. Dit vergeten we vaak omdat het betalingsverkeer meer en meer digitaler wordt. Je ziet geen gezicht meer. Het gezicht van een ander kan ons ontroeren, soms ook afstoten, is ieder geval laat het ons niet onberoerd. ‘Geeft dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is.’ Bij God gaat het om mensen, mensen met een gezicht, mensen met een geschiedenis. Het is nooit abstract. En al is er de valkuil om mensen te reduceren tot een burgerservice nummer die met een DiGiD herkenbaar zijn, wij mogen niet in die valkuil trappen. De eerste stap is dan dat we ieder die we tegenkomen aanvaarden als ‘ook een kind van God’ zoals ik zelf ‘kind van God’ ben. Het helpt mij om in een weerbarstige situatie op een goede manier het gesprek aan te gaan.

Dit alles wordt natuurlijk erg tastbaar in het gewone dagelijkse verkeer tussen mensen. Het is echter ook van belang in onze relaties ‘over grenzen heen’. Op deze honderdste Missiezondag wordt aandacht voor de kerk van Madagaskar gevraagd. Madagaskar is een groot eiland ten oosten van het Afrikaanse continent. Meer dan 75 % van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Een religieuze, zuster Claudine, is een laboratorium opgestart tevens opleidingscentrum voor jonge meisjes om zich te bekwamen in de ontwikkeling van geneeskrachtige inheemse planten. Low budget dus. Ik moet denken aan onze medebroeder Jan van Schijndel die in India zomaar met een ziekenhuis begonnen is. Onze collecte krijgt zo een bestemming met een gezicht. Laten we blijven geven aan de keizer wat des keizers is, maar nog meer aan God wat van God is. En dan komen gezichten van mensen naar voren.

Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief