Door: Jan Nabuurs o.praem.
Misschien bent u ooit op een bedevaartsplaats bijvoorbeeld Lourdes of Banneux, geweest. U zult dan zeker de opmerking gehoord hebben: ‘Daar zie je mensen nog eens bidden’: Mensen die door hun houding of woorden zich weten over te geven aan God. Dan wordt er opgemerkt: ‘Je wordt geraakt door die mensen en ziet dat het hen goed doet.’
Dat overkomt ook Jezus’ leerlingen, vernemen wij in het evangelie vandaag. Zij waren onder indruk van de wijze waarop hun meester bidt. En zij vragen Hem: Heer, leer ons bidden.
Wij weten uit eigenervaring of uit de kring van medemensen, dat bidden voor vele christenen geen gemakkelijke opgave is. Misschien door gebrek aan behoefte, misschien door een onjuiste opvatting van het effect van het bidden.
Ter verduidelijking even de volgende ervaring: Velen onder u hebben wel eens aan het bed van een dierbare, die stervende is, gestaan. Als pastor maak je dat vaak mee. De aanwezigen weten dat de ziekte niet meer te overwinnen is. Op een gegeven moment nodig je ieder uit om mee te bidden. Iedereen beseft: wij vragen God niet om beterschap, niet om het leven te verlengen, maar wel dat God onze zieke sterkt en moed geeft om zijn situatie te aanvaarden, dat onze ziek het geloof en het vertrouwen heeft, dat God hem/haar nabij wil zijn met zijn kracht en hem/haar bij de hand neemt naar het einddoel: God. En opvallend is dat zowel de zieke als de dierbaren rond het bed op een gegeven moment ervaren hoe gezamenlijk bidden een weldaad is. Dat er gevoel van nabijheid van God ontstaat, dat God hier aanwezig is, die ieder troost en rust geeft. Een dankbaar gevoel, dat een effect teweegbrengt, dat je van te voren niet kon verwachten.
Beste mensen, medechristenen, in het evangelie staat centraal de vraag van de leerlingen van Christus: Leer ons bidden. Christus reikt hen het gebed, het Onze Vader, aan. Opmerkelijk daarbij is de naamgeving van het Onze Vader, als iemand die zijn mensen liefheeft, die zijn mensen geeft wat zij nodig hebben. Jezus onderstreept dit met twee korte voorbeelden uit het dagelijks leven: de vriend die om middennacht op bezoek komt en de vader die geen slang zal geven. Jezus voegt er aan toe: Al wie vraagt, verkrijgt, wie zoekt vindt en voor wie klopt, doet men open. En daarmee wordt aangegeven: Het is God die naar ons luistert, met ons door het leven gaat en bereid is om ons gebed te verhoren.
Het is goed te vermelden wat mgr. Bluyssen, oud-bisschop van Den Bosch, eens heeft geschreven: “Bidden hoeft niet moeilijk te zijn. Het enige wat wij moeten doen is: God erbij halen, contact zoeken met God, zelfs zonder woorden. Voldoende is: aan God denken op een rustig moment in ons leven, met een gelovig hart, met vriendschap en vertrouwen; Leg in zo’n moment je vragen, wensen en zorgen aan God voor. Daarmee sla je een brug van liefde, van verbinding om te vragen om zijn hulp: dagelijks brood, verzoening, moed en vrede.”
Na dit woord van de bisschop wil ik eindigen. Bidden maakt ons tot andere mensen, andere christenen. Deze christenen zijn in staat de wereld, de samenleving, de kerkgemeenschap anders te maken. Zo blijft bidden voor ons onmisbaar, tot opbouw van een betere toekomst van kerk en wereld, op weg naar het einddoel: God onze Vader.