Zondag 3 december 2023

Door: prior Frank van Roermund o.praem.
Lezingen: Jesaja 63,16b-17.19b;64,3b-8; 1 Korintiërs 1,3-9; Marcus 13,33-37

De lezingen op deze eerste zondag van de Advent zijn geen prettige opmaat tot de knusse sfeer van die jaarlijks terugkerende, romantische Kersttijd… Jesaja spreekt in de eerste lezing over de Godverlatenheid van zijn volk. Paulus heeft het in de tweede lezing over ‘standhouden tot het einde.’ En Jezus waarschuwt ons in het evangelie, ‘dat wij op onze hoede moeten zijn en waakzaam’… Dit alles lijkt nou niet direct te passen bij de romantische kerstsfeer waarnaar wij allen zo uitzien… Maar misschien is het tóch wenselijk dat die romantische kerstsfeer wat wordt gerelativeerd. Immers, de gezelligheid mag niet het zicht ontnemen op de werkelijke betékenis van het Kerstfeest: de geboorte van Jezus, de langverwachte Messias, in wie God tastbaar in onze wereld komt, in wie God voor ons een gezicht krijgt. In de eerste plaats dient onze aandacht dáár naar uit te gaan. Misschien dat de wat confronterende lezingen van vandaag ons hierbij een beetje kunnen helpen.

Zo is de hartenkreet van Jesaja eigenlijk heel ontroerend. Hij beschrijft de verwijdering van het volk Israël van zijn God als een pijnlijke breuk tussen ouder en kind, waarbij het kind zóver is afgedwaald, dat het niet meer op eigen kracht de weg terug kan vinden. En Jesaja roept dan uit: ‘Tóch zijt Gij, Heer, onze Vader. Wij zijn het leem, Gij de boetseerder. Wij zijn slechts het werk van uw handen.’ Jesaja vertrouwt erop dat God te hulp zal schieten als een liefhebbende Vader, óók als het kind niet langer roept… Dat is toch ontroerend? Zijn hartenkreet mag voor óns – in deze tijd van verwachting en inkeer – gelden als een oproep om onze éigen gebrokenheid onder ogen te zien, om ons te realiseren dat wij God als onze boetseerder nog altijd hard nodig hebben om ons steeds opnieuw te vormen tot zijn beeld en gelijkenis. We zijn immers verre van perfect. Paulus op zijn beurt bemoedigt ons met de belofte dat Christus ons zal doen standhouden in de moeilijke tijden nú en die ons onvermijdelijk nog te wachten staan. In het evangelie ten slotte horen we Jezus zeggen, dat wij als waakzame deurwachters moeten zijn, en let op: niét om dieven búiten te houden, maar om degene die góed nieuws brengt te verwelkomen en bínnen te laten. Geen angstvallig afwachten dus van ellende die ons nog te wachten staat, maar een verwachtingsvol uitzien naar iets moois: de komst van Gods Rijk, en dat is, een wereld waarin de liefde regeert en waaruit alle kwaad zal zijn verdwenen.

Je kunt je afvragen of het jaar in jaar uit vieren van Kerstmis en al die andere feesten niet sleets wordt. Want is het niet elk jaar opnieuw diezelfde riedel?

Ik denk van niet. Want de tijd ontwikkelt zich steeds opnieuw: er zit steeds ontwikkeling in de beleving van de tijd en de jaarlijks terugkerende feesten omdat de omstandigheden en ook wijzélf steeds veranderen.

Advent kan elk jaar weer als niéuw worden beleefd. Als een verwachtingsvol uitzien naar de komst van Christus. En dat niet alleen als herinnering aan een eenmalige historische gebeurtenis, ruim 2000 jaar geleden, maar als een zich steeds actualiserende geboorte van Christus in de harten van de mensen, in ónze harten. Elk jaar opnieuw is er ruimte voor verwachting en nieuwe hoop, óók als de verwachtingen van het voorbije jaar niet zijn uitgekomen. Zonder hoop is het geen leven. En dit geldt voor de hoop op een zorgzamer samenleving hier in óns land voor mensen die het moeilijk hebben, die tussen wal en schip zijn geraakt, soms zelfs door toedoen van onze overheid! Het geldt zeker ook de hoop op vrede, en de hoop op een wereldwijd besef dat het roer om moet om de desastreuze klimaatverandering een halt toe te roepen.

Jezus vraagt ons vandaag, aan het begin van de Advent, om waakzaam te zijn. Niet om ons bang te maken voor komend onheil, maar om ons aan te sporen om blijvend alert te zijn op de komst van góed nieuws.

Opnieuw: Advent is een tijd van blijde verwachting. Een tijd van hoop, op weg naar Kerstmis. Elk jaar, elke dag, ja élk moment opnieuw wil God zijn intrek nemen in onze harten. Laten wij de Advent die vandaag begint benutten om ontvankelijk te worden voor dát grote Godsgeschenk.

Amen.

Blijf op de hoogte met onze nieuwsbrief