Door: Jan Nabuurs o.praem.
De wereld van vandaag stemt ons niet bepaald hoopvol.
En toch is er voor ons christenen een houvast.
Hoop doet leven met de oproep in de viering van vandaag:
Laat je licht van hoop stralen.
En deze oproep sluit aan bij de geldelijke actie in de dagen rond kerstmis in de stad ‘s-Hertogenbosch; een actie ter genezing van de spierziekten.
Het was een uitstraling met een goed resultaat, waaruit toch maar bleek:
Wij zijn er voor de ander.
Een soort gelijke actie zagen wij ook in de periode van vorst en sneeuw.
Hulporganisaties, verpleegkundigen en vrijwilligers waren attent en paraat voor ouderen en zieken, met een uitstraling: Wij zijn er voor de ander: een hoopvol teken!
Over zo’n uitstraling lazen we zojuist in het evangelie.
Jezus zei tegen zijn volgelingen: “Jullie zijn zout en licht”.
Deze opdracht sluit aan bij de zaligsprekingen, voorafgaande aan dit evangelie.
Daarin wijst Jezus erop: “Jullie dienen je geluk niet voor jezelf te houden, je dient het geluk te delen met anderen”.
Dat bedoelt Jezus ook als Hij zegt: “Jullie zijn zout van de aarde en licht van de wereld, m.a.w. jullie dienen er voor de andere te zijn.
Wat Jezus daar zegt, geldt ook voor ons christenen.
Zout en licht is in ons leven nodig, te veel en te weinig is niet goed, maar het is wel onmisbaar om te kunnen leven. Door zout en licht kunnen wij actieve en pittige christenen zijn met een uitstaling van hoop en bemoediging om het leven met en voor elkaar aangenaam te maken, leefbaar te houden.
MEDECHRISTENEN
Met de uitspraak en oproep: wees zout en licht, geeft Jezus aan, dat Hij in zijn volgelingen en in ons een groot vertrouwen heeft. Hij ziet in ons ingrediënten, die onontbeerlijk zijn voor een gezond geloof voor de opbouw van de kerkgemeenschap, voor de inzet voor de ander, bv. voor de kwetsbare mensen.
Jezus geeft daarmee aan: het behoort tot onze eigen identiteit dat wij smaak en kleur geven aan ons leven in Zijn geest: zorgzaam en bemoedigend als geen ander. Dat wij ervoor zorgen dat het leven van de ander goed is, dat wij doen wat er van ons verwacht mag worden.
De profeet Jesaja zei in de eerste lezing: “Deel het brood met wie honger heeft, wees gastvrij voor de thuislozen.”
En deze opdracht zien wij gestimuleerd in vele parochies. Er voor de ander zijn. Er wordt aandacht gegeven aan vrijwilligers via parochiebladen, zoals in ons abdijkerkblad: “Stukwerk”. Mensen die er even uitgelicht worden door hun dienstbaarheid voor onze abdij en abdijkerk. Mensen met een uitstraling van activiteiten en inspiratie: er voor de ander zijn.
MEDECHRISTENEN
In het evangelie houdt Jezus ons voor: Wees zout en licht. Soms lijkt dat zoals zout: iets onopvallends, in stilte in alle eenvoud iets doen. Soms op andere momenten, dienen wij licht op de kandelaar te zijn, zichtbaar tot geluk en welzijn van mensen, hoe gering dat ook mag zijn. Sommige mensen zijn door hun positie en functie een schijnwerper, anderen zijn soms een kaarslicht van nabijheid.
Beiden zijn op weg naar het eeuwige licht, met het licht van de verrezen Heer naar het eeuwig geluk van vrede en rust, naar God, die ons steeds helpt om voor de ander stralende mensen van liefde en vrede te zijn, vandaag en morgen.