Nog een paar maanden en dan stopt Luc Eekhout als directeur van Kasteel Heeswijk. Eén van zijn laatste grotere projecten was de verhuizing van de iconen van de Abdij van Berne naar ‘zijn’ kasteel. Eind dit jaar wil hij met een groep belangstellenden naar een norbertijns klooster in Brazilië. Wat zijn precies de plannen en wat heeft hij met de norbertijnse spiritualiteit?
Door: Greco Idema | foto’s: Luc Eekhout
Wat waren voor jou in al die jaren als directeur van Kasteel Heeswijk nou hoogtepunten?
“Bij aanvang lag er direct een zware opgave om het kasteel van een faillissement weg te houden. Niet direct een vrolijke taak, maar dat het uiteindelijk goed gelukt is, en met een verdriedubbeling van het aantal bezoekers, dat geldt voor mij als directeur als één van de hoogtepunten. Meer tot de verbeelding spreken natuurlijk de grote restauratieprojecten, zoals het plaatsen van een nieuw kasteeldak, of het veiligstellen van 17e-eeuwse zijdeschilderingen en 18e-eeuwse marmeren beelden. Maar voor mij is het wezenlijke hoogtepunt dat we de verbindingsfunctie van het kasteel centraal hebben gesteld. Denk aan de combinatie met de abdij, het dorp en het landgoed, het bieden van betekenisvol vrijwilligerswerk aan mensen in de omgeving, het integreren van jonge erfgoedvrijwilligers uit de ‘living history’ wereld van heel Nederland. Het kasteel leeft nu volop.”
Hoe hoop je dat het kasteel zich gaat ontwikkelen de komende jaren?
“Ik hoop dat de opgaande lijn zich kan doorzetten, ondanks de steeds zwaardere regelgeving en de hogere kosten. Monumentale complexen zoals de Abdij van Berne en het kasteel stellen hoge eisen aan onderhoud. Maar ze zijn het waard! Dat proeven we uit de betrokkenheid van veel mensen om ons heen, en ook van verder weg. Die maatschappelijke verbinding is goud waard en vraagt onze aandacht. Vrijwilligerswerk, politieke steun, financiële hulp en hulp in natura zijn enorm welkom. En dat betaalt zich terug met de uitstraling van een levend en schitterend monument!”
Eind vorig jaar zijn ‘de iconen van Berne’ verhuisd naar het kasteel. Kun je daar meer over vertellen?
“De collectie iconen is door de laatste baron geschonken in ruil voor twee eeuwen bidden voor het zieleheil van zijn familie. Vanwege hun kwetsbaarheid werden de iconen veilig bewaard in een afgesloten kamer. Nu het kasteel tot een volwaardig museum is geworden, kunnen wij die veiligheid bieden én de mogelijkheid van een permanente expositie. Daarom zijn zij vanuit de abdij in bruikleen teruggeplaatst in het kasteel, tezamen in een indrukwekkende iconenwand. En met een sfeervol flakkerend kaarslicht (uiteraard van LED-kaarsen). Overste Frank van Roermund heeft in december de iconenwand onthuld en sindsdien zijn de iconen dagelijks te bewonderen. En het bidden voor de baron: dat geschiedt op de abdij.”

Heb je iets met de spiritualiteit van de norbertijnen?
“Wat mij aanspreekt is de vita mixta, de communiteit binnen en het werken buiten. ‘Reaching out’ vind ik een mooie houding. Ik herken veel vanuit mijn Ignatiaanse vorming op het Jezuietencollege in Delft, en ook vanuit de Augustijnse spiritualiteit die ik via een heeroom in Brazilië leerde kennen. De waarde vinden van ieders individuele kwaliteiten, het zoeken en herkennen van het goede in alle dingen, en vooral het steeds weer moed vinden. Juist op moeilijke momenten. En het Norbertijnse motto tenslotte “bereid tot al het goede” geeft natuurlijk een positieve grondhouding weer.”
Jij komt al langer in norbertijnse abdijen in het buitenland. Hoe zit dat precies?
“Elke kloosterorde heeft een sfeer die je herkent in alle kloosterhuizen. De Norbertijnen dus ook. Bij het generaal kapittel in 2018 in de Abdij van Berne kwam ik in gesprek met de aanwezige Brazilianen. Omdat ik vanwege mijn kinderen een hechte band met dat land heb en de taal spreek, was er direct een klik. Drie maanden later logeerde ik aldus in het klooster in São Salvador bij mijn nieuwe vrienden. Een jong stadsklooster in een arme wijk, opgericht door twee Oostenrijkse Norbertijnen maar inmiddels geheel Braziliaans. Ondanks mijn Hollandse uiterlijk in die typisch Braziliaanse wijk voelde ik me als een vis in het water. De dagelijkse realiteit van miljoenen Brazilianen werkt als een spiegel op je eigen leefsituatie in Nederland. De ‘calor humano’, menselijke warmte, is een prachtig en wezenlijk onderdeel van de Braziliaanse cultuur.”
Eind dit jaar wil je met een groep belangstellenden naar Brazilië. Hoe is dit idee ontstaan?
“Wanneer ik in Nederland met Brazilianen in contact kom, begrijpen we elkaar meteen. Tijdens mijn laatste verblijf in het klooster in São Salvador kwamen een paar Oostenrijkers op bezoek. Hoe thuis ik mij voelde, zo ontheemd waren zij. De cultuurshock was heftig. Uit eigen ervaring weet ik hoeveel rijker je jezelf kunt voelen als je een authentieke ervaring opdoet in een land als Brazilië. Om er niet als toerist aan de rand te blijven, maar als persoonlijke gast het normale leven mee te maken. Met de overste van het klooster heb ik toen een plan gemaakt. De wijk Itinga, waarin het klooster ligt, en het levendige parochieleven zijn het tegendeel van toeristisch. Je ervaart ten diepste hoe mensen leven die niet de luxe, rijkdom, gemak en veiligheid van Nederland kennen. Maar die in hun eigen realiteit evengoed, en misschien wel warmer, in gemeenschap met elkaar omgaan. Het feit dat je als gast een kloosterkamer hebt, geeft een veiligheid en rust die je als toerist in zo’n wijk niet krijgt.”
Wat staat er zoal op het programma?
“Het wordt een vijfdaagse ‘doop’ in de Braziliaanse realiteit, en in het teken van het kloosterritme. Het ochtend-, middag- en avondgebed in de kapel wordt gevolgd door de maaltijd in de refter. Wie tussendoor de rust zoekt, blijft in het klooster. Wie het Braziliaanse leven wil leren kennen, gaat mee met de broeders of de gastheer en neemt deel aan de parochie-activiteiten. We bezoeken samen een Shopping en ook de directe omgeving is een wandeling waard. Elke avond nemen we de tijd om onze indrukken en belevenissen samen door te nemen. Wat je beleeft, raakt namelijk ook je eigen levenshouding. Juist vanwege de impact beperken we het aantal deelnemers tot vijf tegelijk. Overigens zijn de gehele maanden november 2026 en augustus 2027 beschikbaar, zodat meer deelnemers zich kunnen inplannen.”

Mag iedere belangstellende meedoen of zijn er ook ‘voorwaarden’?
“Iedereen vanaf 18 jaar is van harte welkom. Je moet wel je toeristische gevoel achter je laten; ‘go with the flow’ is de regel. Luxe is heel beperkt, dieetwensen zijn bijvoorbeeld niet mogelijk. Het klooster is geen hotel. Als gasten doen we zelf mee met de dagelijkse werkzaamheden. Overigens is het tijdverschil een voordeel: vanuit Nederland sta je moeiteloos vroeg op om met het ochtendgebed mee te doen. Met de Engelse taal kun je hier buiten de toeristische zone niet zoveel, daarom ben ik in de maanden van de retraite permanent aanwezig als tolk en begeleider. Uiteraard adviseer ik om aansluitend zelf een vakantie in Brazilië te plannen, als je er toch bent.”
Wat zijn de totale kosten voor de reis per persoon? En: wat nou als iemand graag mee wil maar niet zoveel geld heeft?
“De retraite kost € 500 voor het vijfdaagse kloosterprogramma en de begeleiding, inclusief alle maaltijden en de transfers vliegveld-klooster. De vliegreis en eventuele aansluitende vakantie kan ieder zelf regelen. Omdat er nu al belangstelling van jongeren is, kunnen we samen misschien wel fondsen benaderen die op levensbeschouwelijk gebied actief zijn. Deze retraite heeft immers niet zozeer een religieuze, maar zeker wel een levensbeschouwelijke insteek. Het geeft me veel voldoening om ook anderen de Braziliaanse realiteit te laten leren kennen.”
Meer informatie vindt u op de website www.intobrasil.nl waar veel praktische vragen worden beantwoord.